ACTUEEL


1. Contec Nieuwjaarsbijeenkomst
2. Branchecentrum voor Kledingtechnologie
3. Corporate imagekleding wordt corporate casual
4. IMB 2000 – update
5. Heimtextil 2000:



1
Contec Nieuwjaarsbijeenkomst
Drs. A. van Andel: Met ICT meer rendement
Op donderdag 20 januari jl. organiseerde de Stichting Confectie Technicum (Contec) een nieuwjaarsbijeenkomst voor toeleveranciers van de confectie en textielverwerkende branche in het Wapen van Balveren te Echteld. Bij die gelegenheid werd ook een presentatie gehouden over de vakbeurs IMB, die later dit jaar in Keulen zal plaatsvinden. Drs. Van Andel gaf vervolgens zijn visie op het belang van ICT in verkoop en marketing.

Contec en EDI
De heer P.N.M. Wennekes, voorzitter van Contec, gaf in een welkomstwoord een terugblik op het ontstaan van de organisatie, na de voor de confectiebranche kommervolle zestiger en zeventiger jaren. Het optimisme om met nieuwe technologie de productie in eigen land te houden, werd aanvankelijk door de feiten gelogenstraft. Toch kunnen er nieuwe perspectieven ontstaan nu de loonontwikkeling in de goedkope loonlanden en de technische ontwikkelingen in de hoog geïndustrialiseerde landen de zaken weer dichter bij elkaar brengen. De aanvankelijk grootschalige Contec-evenementen hebben sinds een paar jaar plaats gemaakt voor doelgerichte thema-activiteiten, zoals in 1999 de CAD-Technology Update en dit najaar wordt de derde EDI Update georganiseerd. Ook via internet stelt Contec via www.contec.org een actueel informatieaanbod ter beschikking, waaronder een leveranciersoverzicht van circa 240 bedrijven.

De Beurs IMB 2000
De heer P. Grothues, marketing-directeur van de Köllner Messe, kreeg vervolgens het woord. Hij gaf een indruk van de vakbeurs IMB, die van 30 mei tot en met 3 juni a.s. in Keulen zal worden gehouden. Grothues ging onder meer in op de ontwikkeling van de beurs tot dusverre en de samenstelling van de bezoekers. Inspelend op de huidige trends breidt de beurs haar aanbod uit met oplossingen op het gebied van communicatie binnen productie en logistiek. Nieuw is ook de aandacht voor machines en procédés voor de confectie van technisch textiel. Meer over de IMB 2000 vindt u elders in dit blad.

De keten op z’n kop
Drs. A. van Andel, hoogleraar marketing aan de Katholieke Universiteit Brabant te Tilburg en verbonden aan het bedrijf Hout-Brox te Schijndel, kwam daarna aan het woord. Van Andel verduidelijkte het proces van ketenomkering, waarin de markt en de wensen van de klant centraal staan en niet de aangeboden producten. De nadruk ligt niet meer op het creëren van aanbod in de hoop daarvoor consumenten te vinden. De vraag is wat de consument wil! De moderne marketeer is een psycholoog, die probeert het gedrag van consumenten te doorgronden en op de hoogte is van de heersende mode. Een méér dan incidentele relatie met de klant is gewenst. Wil de detaillist niet slechts zaken doen met onbekende voorbijgangers, dan dient deze meer inzicht te krijgen (bijvoorbeeld via een klantenkaart) in het koopgedrag van individuele klanten en hun wensen. Dit draagt, mits goed toegepast, flink bij aan de omzet. Marktgericht werken, met alle neuzen gericht op de klant, is een soort nieuwe religie en leidt tot optimalisatie van het productenpakket. Waar de detaillist vroeger slechts kon controleren of zijn kas klopte, weet hij tegenwoordig, onder meer dankzij de barcode, welke goederen hij heeft doorverkocht.

Communiceren
Informatietechnologie werd informatie- en communicatietechnologie (ICT), want feitelijk is zakendoen alleen maar communiceren. Over de specificaties, kwaliteit, kleuren en pasvorm van goederen, maar ook over (kost)prijs, transporttarieven, fiscaliteiten en over tijd. Tijd is in mode een belangrijk waardeaspect. Tweemaal per jaar worden collecties uitgeleverd. Naleveren is meestal onmogelijk. Efficient consumer response, EDI en never out of stock zijn begrippen die in de merkenmode nog in de kinderschoenen staan, net als de mogelijkheid om op afroep (just in time) beleverd te worden. Hogere omzetsnelheden verbeteren het rendement op geïnvesteerd vermogen en kunnen bereikt worden door goed te luisteren naar de doelgroep. Dat ICT daarin een belangrijke rol kan spelen, blijkt wel uit een kledingwinkel in het winkelcentrum Centro in Oberhausen, die dankzij een uitgekiende formule jaarlijks tot 25 keer zijn voorraad blijkt om te zetten.

2
Branchecentrum voor Kledingtechnologie
Het Branchecentrum voor Kledingtechnologie (BCK) is in 1995 opgericht op initiatief van MODINT, vereniging van confectie- en tricotage-ondernemingen en biedt dienstverlening in de vorm van kennisoverdracht advisering en scholing. Het Branchecentrum heeft tot doel de kennis van de bedrijfstak kleding te vergroten op het gebied van branche-specifieke en noodzakelijke technologie en de implementatie hiervan te bevorderen. Om deze doelstelling te realiseren, vindt een nauwe samenwerking plaats met een aantal partners, onder andere met enkele vertegenwoordigers uit de confectie-industrie, Stichting Contec, Modint Business Services (FBS), Instituut voor Fashion Management en Design Mr. Koetsier/Montaigne, TNO-Industrie, ExperTex en VOC/BETEX; onderwijscentrum textiel en confectie.
Onder de vlag van het Branchecentrum voor Kledingtechnologie brengen de bovengenoemde organisaties innovatieve producten en cursussen op de markt. Tevens worden de verschillende knelpunten in de confectie-industrie bestudeerd en streeft BCK, in samenwerking met haar partners, naar verbetering/ innovatie om deze knelpunten te verminderen. In dit kader heeft het Branchecentrum voor Kledingtechnologie een aantal zeer verschillende projecten opgestart, waaronder Made-to-Measure (massa-individualisering in de kledingindustrie), Convenant Verpakkingen II (BCK is coördinator van het cluster kleding), Nationale Kleding Dialoog (gericht op het verbeteren van de prestaties in de bedrijfskolom door samenwerking tussen detailhandel en leveranciers) en zeer recent Productgerichte Milieuzorg.

Productgerichte milieuzorg voor de confectie-industrie
Milieu is één van de thema’s die de komende jaren een steeds belangrijkere rol gaan spelen in de confectie-industrie. Het milieubeleid van de Nederlandse overheid zal steeds meer de nadruk leggen op preventie en vermindering van milieueffecten in productieprocessen, waarbij een integrale aanpak van een gehele industriële keten essentieel zal zijn voor een succesvol resultaat. Kleding is één van de industrieën die door de overheid onder de loep zal worden genomen. Ondernemers zullen daarom steeds meer rekening moeten gaan houden met vrijwillige en verplichte milieusparende maatregelen. Naast het Convenant Verpakkingen II (preventie, vermindering en recycling van verpakkingsmaterialen) en het verbod op de AZO-verfstoffen, zullen zowel de confectie- als ook de textielindustrie steeds vaker te maken gaan krijgen met productgerichte milieuzorg (PMZ). Productgerichte milieuzorg richt zich niet meer alleen op de nadelige effecten van het eindproduct, maar op het gehele productieproces, waarbij alle processen en/of alle schakels in de keten betrokken worden. PMZ sluit daarbij nauw aan bij actuele thema’s zoals arbeidsomstandigheden (Arbo) en kwaliteitszorg. Het combineren van deze concepten zorgt ervoor dat bedrijven een compleet zorgsysteem in de verschillende bedrijfsprocessen kunnen introduceren. Daarmee levert deze aanpak een belangrijke bijdrage aan duurzame ontwikkeling en ondersteunt het bedrijven bij het ontwikkelen van een efficiënter productieproces en uiteindelijk aan een milieuvriendelijker product. Bovendien hoeft een milieuzorgsysteem niet slechts ‘weer een extra kostenpost’ te zijn, maar kan het een flinke kosten-besparing opleveren en de marktpositie van een bedrijf aanzienlijk versterken. Een milieuvriendelijk product heeft tenslotte vaak een streepje voor bij de consument. Bovendien kan PMZ zorgen dat producenten beter voorbereid zijn op de overheidsmaatregelen van de toekomst. Voor een succesvolle invoering van productgerichte milieuzorg is echter een goede samenwerking in de keten van groot belang. Voor een confectiebedrijf zal dat betekenen dat er naast de interne bedrijfsprocessen, ook gekeken wordt naar de milieuprestaties van de toeleverancier en de detaillist.

Het Branchecentrum voor Kledingtechnologie heeft in samenwerking met het milieu-adviesbureau CREM een project opgestart (gedeeltelijk gesubsidieerd door het Ministerie van VROM), waarbij in twee kop-staartbedrijven een zogenaamde “ketenoriëntatie” uitgevoerd zal worden. Binnen zo’n ketenoriëntatie zal elke schakel van het productieproces onder de loep genomen worden wat betreft de nadelige milieueffecten en de milieuvriendelijkere oplossingen hiervoor. De resultaten die uit deze ketenoriëntatie naar voren komen, zullen vervolgens omgezet worden in een toepasbare handleiding voor de introductie van productgerichte milieuzorg in confectiebedrijven. Het uiteindelijke doel van het project is om te zorgen dat bedrijven zich meer bewust worden van de milieuaspecten van een product en tegelijkertijd een hulpmiddel aangeboden krijgen om deze op een gestructureerde manier te verbeteren.
Op de vraag naar het belang van een vroege introductie van een PMZ-systeem is het antwoord vrij simpel. De introductie van een productgericht milieuzorgsysteem zorgt ervoor dat een bedrijf op tijd voorbereid is op de (nu nog voorgenomen) regelgeving van de overheid. In de toekomst wil de overheid de verantwoordelijkheid van producenten vergroten en hen verplichten mee te werken aan of te betalen voor terugname of verwerking van afgedankte producten. Daarnaast heeft een duurzaam geproduceerd product vaak een positieve uitwerking op de keuze van de consument, waardoor een bedrijf een belangrijke voorsprong kan behalen op de concurrentie. Bovendien heeft het verbeteren van de productieprocessen vaak als positief gevolg dat besparingen gerealiseerd worden, zowel op het gebied van milieuaspecten, als op een efficiëntere productie (minder afval en/of het aantal bewerkingen) of de optimalisatie van de distributie (minder transportkosten). De verbetering van de milieukwaliteit kan tevens als positief gevolg hebben dat de algehele productkwaliteit wordt verhoogd.

3
Corporate imagekleding wordt corporate casual
De markt voor bedrijfs- en imagekleding is ‘hot’. Werkkleding vormt namelijk steeds vaker een belangrijk onderdeel van het bedrijfsimago. Door het personeel een herkenbare look te geven, kun je immers op een duidelijke manier je huisstijl communiceren. Dat dit belangrijker is dan ooit, merkt ook de ledengroep Holland Career & Workwear van de Nederlandse brancheorganisatie MODINT. De afgelopen jaren kende de bedrijfskledingbranche een stijging van gemiddeld 5%. Vorig jaar was deze tak goed voor een omzet van circa ƒ 550 miljoen.
Volgens Eli Barenholz, voorzitter van Holland Career & Workwear, is de laatste jaren veel veranderd in de wijze waarop bedrijfs- en imagekleding wordt aangeschaft. Vroeger bestelden afnemers kledingstukken bij verschillende leveranciers. Deze kleding werd dan aan het personeel uitgereikt. Nu gaat het er anders aan toe en kunnen de specialisten binnen de HCW-groep complete kledingpakketten aanleveren met alle benodigde accessoires. De leveranciers houden de voorraad bij en verzorgen vaak ook de distributie en administratie voor de klant. Bij de meeste opdrachten werken de leden van HCW nauw samen en maken zij gebruik van elkaars specialismen. De klanten hebben slechts met één bedrijf te maken.
Hoewel er wezenlijke verschillen zijn tussen bedrijfs- en imagekleding, groeit het werkterrein van beide partijen naar elkaar toe. Bedrijfskleding richt zich vooral op een beroep en een bepaalde werkplek, waarbij het de drager beschermt tegen diverse werkomstandigheden. Denk bijvoorbeeld aan de klassieke blauwe overall, stofjassen, bakkersbroeken of slagersschorten. Imagekleding is daarentegen een verlengstuk van de huisstijl van een organisatie, waarbij het in eerste instantie niet gaat om bescherming, maar om een stuk representativiteit. Het is daarom niet zo gek dat kleding met een louter functioneel karakter ook wordt gecombineerd met de huisstijl van de zaak. Een uniforme presentatie geeft je organisatie immers een herkenbare uitstraling.

Bedrijfskleding wordt mode
Bedrijfskleding wordt net als corporate imagekleding modieuzer. Stond het voorheen te boek als saai en stijf, inmiddels behoort dat, dankzij het veranderde, ruime en trendy aanbod, tot het verleden. Zo heeft het strenge colbert met bijbehorende pantalon van de postbode plaats gemaakt voor een fraai, herkenbare casual look. De worker, een item dat zijn origine vindt in het ruige straatwerk, werd al snel een heus modeverschijnsel nadat Amerikaanse rappers het als ‘gewone’ kleding droegen. Nu is de royale broek met zijn vele opbergmogelijkheden niet meer uit het huidige straatbeeld weg te denken. Corporate imagekleding wordt corporate casual.
Kortom, de kloof tussen werk- en vrijetijdsoutfits wordt kleiner. Sportieve polo’s en spijkerbroeken, al dan niet voorzien van een bedrijfslogo, worden frequenter als werkkleding gebruikt. De meeste bedrijven merken hoe belangrijk de impact van werkkleding, naast signing en andere belangrijke eye-catchers als bedrijfsauto’s (voorzien van logo en kleur) is, omdat het imago versterkt wordt. Het is niet voor niets dat zij zich over de look van hun medewerkers buigen. Dat de kledingkeuze op de werkplek belangrijk is, blijkt ook uit het aantrekken van mode-experts. Steeds vaker worden de diensten van een stylingteam of gerenommeerde modeontwerper ingeschakeld. Met hun expertise ontwikkelen zij specifieke collecties voor verscheidene bedrijven.

Veiligheid voor de drager
Hoewel de kostuums er trendy uitzien, moeten we wel beseffen dat bedrijfskleding geen mode is. Mode heeft namelijk een kortere levenscyclus als het gaat om styling en vormgeving. Stijlen zijn immers aan trends onderhevig. Een modieus en verantwoord kledingpakket is daarom niet zo één-twee-drie gemaakt, omdat er eisen aan worden gesteld. Zo moet het onder andere bij intensief gebruik een bepaalde levensduur garanderen, vlekbestendig en slijtvast zijn. Maar ook een goede pasvorm, brede maatvoering, comfortabele materialen en aandacht voor details kunnen niet aan het oog ontsnappen. Daarnaast moet de stof van de kleding voldoen aan wettelijk bepaalde milieunormen. Grondstofgebruik, verfstoffen en -methodieken van reinigen zijn daar voorbeelden van.
Nieuwe materialen behoeven een andere behandeling. Daarbij is het belangrijk dat de stof op een eenvoudige en doeltreffende manier gereinigd kan worden. Denk daarbij aan wassen op lage temperaturen met weinig wasmiddelen en een minimaal gebruik aan water. Maar vergeet ook aspecten als gezondheid, veiligheid en hygiëne niet. En, in de toekomst weten we dat ergonomie en functionaliteit voor veiligheidskleding een nog grotere rol gaan spelen als we de Europese richtlijnen in acht nemen.

Uniform overleg
Welke kleding uiteindelijk wordt gekozen, hangt af van de wensen en eisen van de eindgebruiker. De uiteindelijke beslissing wordt in veel gevallen van hogerhand opgelegd, maar daaraan voorafgaand zijn eindgebruikers nauw bij het traject betrokken. Samen en in goed overleg wordt het juiste kostuum bepaald. Maar hoe doe je dat? Diverse organisaties roepen panels in het leven die de kleding beoordelen en testen op kritieke punten. Grote bedrijven die meer functies in huis hebben, willen als eenheid herkenbaar zijn. Werknemers willen op hun beurt weer dat hun individualiteit gewaarborgd wordt. Door hen uit een gevarieerd, maar toch uniform aanbod te laten kiezen, kunnen zij zich onderscheiden en tegelijkertijd herkenbaar zijn.
Al die elementen komen bijvoorbeeld samen in de R.V.G./ZAPP-Collectie, een nieuw ontwikkeld systeem van het ontwerpersduo Ravage in samenwerking met Mirabel Corporate Fashion. De totale serie gaat vergezeld van een CD-ROM. Met de losse patroondelen stel je in een aantal stappen zelf een collectie naar wens samen. Zo bepaal je zelf kleuren, de plek en uitvoering van bedrijfslogo, het model en eventuele details. Er zijn legio passende variaties te bedenken om je werknemer goed voor de dag te laten komen. Of om met Leo Kwaspen, directeur van Bucofa te spreken: ‘Zoals een bedrijf over zichzelf denkt, kleedt het zijn mensen.’

4
IMB 2000 – update
Technisch textiel neemt belangrijke plaats in Een ‘platform voor innovatie en communicatie’, zo profileert de organisatie van de IMB haar beurs. Van 30 mei tot en met 3 juni wordt in de KölnMesse voor de tiende maal de IMB gehouden. Ditmaal extra aandacht voor het segment technisch textiel en het thema ‘Quality Chain Management’.
Dat de IMB een platform is voor de presentatie van technologische innovatie en nieuwe producten, blijkt uit de volgende cijfers: 74% van de deelnemers geeft aan een nieuwe (technische) ontwikkeling te presenteren. De helft hiervan geeft de IMB zelfs een primeur, door juist tijdens deze beurs met een nieuw product op de markt te komen. De Stichting Confectie Technicum (Contec) schaart zich met enkele toonaangevende bedrijven uit de branche tussen de deelnemers.

Nieuw beeldmerk
De start van het nieuwe millennium heeft de organisatie van de IMB geïnspireerd om haar beeldmerk een moderner aangezicht te geven. Gericht op de toekomst, levendig en innovatief; juist zoals de organisatie met haar beurs beoogt te zijn. Het beeldmerk staat symbool voor alle productiefasen van de confectie en textielverwerkende branche. In het middelpunt van het nieuwe beeldmerk staat de mens: de emotionele component van de textielbranche en de bron van alle technologische ontwikkelingen. Een centrale rol is ook weggelegd voor de airbag. Deze is opgenomen als symbool voor alle toekomstgerichte innovaties en is bovendien de vertegenwoordiger voor het nieuwe aandachtsgebied, technisch textiel.

Technisch textiel
De IMB-editie van dit jaar heeft twee nieuwe aandachtsgebieden. Op de eerste plaats zijn dat de machines en procédés voor de productie van technisch textiel.
De meeste aandacht gaat uit naar de automobiel-industrie en haar leveranciers. Onder autobekleding valt niet alleen de stoelbekleding, maar ook de bovengenoemde airbag. Een praktijkvoorbeeld waarmee leveranciers zich bezighouden is de stevigheid van de naad, waaruit een airbag verschijnt in geval van een ongeluk. Bij sidebags bijvoorbeeld, bevindt die naad zich in de zijkant van de voorste stoelen. De naad moet zo sterk zijn dat de airbag niet bij het minste of geringste tevoorschijn komt, maar juist wel verschijnt op dat moment dat het nodig is. De nieuwkomer technisch textiel wordt niet als een apart marktsegment gepresenteerd, maar is geïntegreerd in de bestaande IMB-opstelling. Voor deze geïntegreerde benaderingswijze is gekozen omdat de technologieën voor de verwerking van klassiek en technisch textiel in elkaars verlengde liggen. Tot nu toe hebben reeds 100 deelnemers aangegeven aandacht te schenken aan technisch textiel. Voor het tweede, nieuwe segment -computertechniek, logistiek en dienstverlening- hebben tot nu toe 60 deelnemers zich aangemeld.

Quality Chain Management
Als onderdeel van de beurs wordt ook een forum georganiseerd, getiteld: ‘Quality Chain Management – partnership in the Textile Chain’. De organisatie is in handen van het Clothing Technical Institute uit Mönchengladbach. Op 31 mei en 1 juni wordt uitgebreide aandacht geschonken aan de thema’s ‘modern quality management’ en ‘quality in sourcing’. Internationale experts geven hun toekomstgerichte visie op de veranderende structuur van de textielsector. De volgende onderwerpen passeren de revue:
  • het meer en meer samensmelten van de individuele fasen van het productieproces;
  • het selecteren van leveranciers, vaststellen van kwaliteitsnormen en opbouwen van relaties;
  • de ontwikkeling van een strategie om de basis van knowhow in een bedrijf te bewaken.

Dit is slechts een greep uit het aanbod van onderwerpen tijdens het forum. Voor meer informatie: www.koelnmesse.de/imb

5
Heimtextil 2000:
Representatief aanbod interieurstoffen en huishoudtextiel
Behang en wandbekleding, decoratie- en meubelstoffen, maar ook zonweringen, slaapsystemen en interieuraccessoires vulden van 12 tot 15 januari 2000 de beursvloer van Heimtextil; één van de belangrijkste vakbeurzen op het gebied van interieurstoffen en huishoudtextiel. Het aanbod was groots, zo ook het bezoekersaantal. Een beknopt verslag van een interessante beurs.

Trends
In veel landen worden interieurstoffen en huishoudtextiel steeds meer gezien als lifestyle-producten, waardoor de vraag naar opmerkelijke designs en materialen toeneemt. Designer Gunnar Frank presenteerde daarom tijdens Heimtextil dé trends voor 2000 en 2001. Onder het motto ‘tijd voor een nieuwe start’ gaf hij een nieuwe betekenis aan het woord ‘huis’. Traditionele en moderne stijlen zijn in dit kader niet langer elkaars tegenovergestelde, maar worden geïntegreerd in een compleet en harmonieus geheel. Hiernaast zullen primaire en ecologische elementen dit nieuwe millennium de boventoon voeren. Dit laatste kwam ook tot uiting in de themapresentaties van de vormgeefsters Cem Bora en Claudia Herke. Zij lieten de stijlen ‘kind’, ‘kantoor’, ‘aarde’, ‘vuur’ en ‘water’ de revue passeren en gaven de bezoekers daarmee een kijkje in het huis van de toekomst.

Mondiaal aanbod
Heimtextil, ook wel het vlaggenschip onder de woonbeurzen genoemd, verenigde een representatieve dwarsdoorsnede van het mondiale aanbod aan interieurstoffen en huishoudtextiel. Van de in totaal 74.000 bezoekers waren er ruim 33.000 van buitenlandse afkomst. Het inkoopgedrag ook op het intercontinentale vlak doorzetten, blijft een belangrijk streven van de organisatie die daarom ook buiten Duitsland opereert. Bovendien streeft men om op het gebied van kwaliteit en creativiteit een maatstaf te vormen voor industrie, handel en ambacht.
De Heimtextil-groep bestaat uit 11 verschillende vakbeurzen. Naast de zogenaamde moederbeurzen in Frankfurt vinden er twee elders in Europa plaats, vijf in Amerika en drie in Azië. Nieuwe beurzen zijn dit jaar de Heimtextil Rossija, die van 27 tot 30 september a.s. wordt georganiseerd in Moskou en de Interior Lifestyle, van 21 tot 23 juni a.s. in Tokyo te Japan.

Heimtextil in 2000
Las Vegas 26.01.2000 - 27.01.2000
Baltimore 14.04.2000 - 16.04.2000
Miami Beach 24.05.2000 - 26.05.2000
Tokyo 21.06.2000 - 23.06.2000
Vilnius 12.09.2000 - 15.09.2000
Moskou 27.09.2000 - 30.09.2000
New Delhi 05.10.2000 - 08.10.2000
Shanghai 18.10.2000 - 20.10.2000.

6

7
8
9
10
11