| 1 |
Cyclus wat cyclus
Je zou het bijna vergeten, in een branche met een kort geheugen. De kledingbranche is een conjunctuurgevoelige sector. Na de uitbundige jaren 1997 en 1998 toont 1999 een groeivertraging waar het gaat om kledingbestedingen. Het derde kwartaal was negatief en het vierde kwartaal vlak. Resultaat: 1999 wordt afgesloten met een omzetplus van 3 à 4%. De eerste indicaties van de Nederlandse kledingexport geven ook een stabilisatie aan. De omzet van de confectie-industrie is in 1999 gedaald. Een wetmatigheid is wel dat de ontwikkeling van de kledingbestedingen doorgaans vooruit loopt op de bestedingen in het algemeen.
Kortom; aanleiding om met een zekere behoedzaamheid het nieuwe jaar in te gaan. Wat kunnen we leren van de afgelopen hausse? We hebben geleerd dat de consument bereid is om meer aan kleding te besteden. Nederland is latijnser geworden en heeft de smaak te pakken wat betreft een zekere uitbundigheid in leefstijl en kleedgedrag. Van consuminderen is in de mindset van de consument zeker geen sprake. We hebben ook gezien dat de normen en waarden ten aanzien van kleding belangrijker zijn geworden, maar dat er nog geen doorbraak is gekomen in sociaal en milieuverantwoordelijk consumeren. We hebben gezien dat de consument meer waarde hecht aan winkelgemak en gebruiksgemak. In de volgende cyclus zal draagcomfort en wasbaarheid een grotere betekenis krijgen door de verdergaande individualisering en emancipatie van vrouwen.
We constateren eveneens dat nieuwe leiders zijn opgekomen. Elke conjuctuurgolf kent verliezers en winnaars. De jaren negentig waren de jaren van de uitgevers: bedrijven die in staat zijn om breed palet aan merken onderscheidend in de markt te zetten en schaalvoordelen in inkoop, productie, logistiek en overhead wisten te behalen. Daarnaast zagen we een revival van de ego-trippers: bedrijven die zich focussen op een individuele identiteit en bewust klein wilden blijven. In de komende jaren zal het onderscheid tussen conceptgerichte bedrijven en procesgerichte bedrijven sterker worden. Het gaat daarbij om de keuze, of de combinatie tussen verleiden of geleiden. In het eerste geval is het een kwestie van innoveren en de consument overtuigen. In het tweede geval gaat het om implementeren en organiseren. Bedrijven worden dan ontwikkelaars of uitgevers van concepten en/of portalen (om een internet-term te nemen), waar klanten een effectieve organisatie van productontwikkeling en productie kunnen vinden.
Daarbij zal de elektronische snelweg steeds belangrijker worden als interactief communicatiemedium met consumenten en als organisatiemiddel van netwerken van ondernemingen. We zijn nog maar aan het begin van wat mogelijk is. Centraal in dit decennium staat het organiseren van bedrijfsconstellaties op basis van nieuwe media. Dat is een uitdaging voor de sector, ongeacht de economische cyclus. Hier geldt nog steeds het adagium van de rijschool: altijd ver voor je uitkijken, maar nu handelen! |