ACTUEEL


Maatvoering in de confectie
IMB 2000 toonaangevende beurs voor textiel- en kledingindustrie
BTI forum op IMB 2000
Aziëcrisis kost Japanse technologieleveranciers marktaandeel
Nederlandse bedrijven presenteren zich gezamenlijk op de IMB 2000



1
Maatvoering in de confectie
Dat de maatvoering in de confectie-industrie niet altijd even eenduidig is, zal eenieder als consument niet onbekend voorkomen. Verschil in maatvoering tussen merken en landen is al jaren meer regel dan uitzondering. Nu bestaan er ook aanzienlijke verschillen tussen de lichaamsafmetingen van de inwoners van de Europese Unie. Maar, de veranderingen in de lichaamsafmeting die de laatste jaren hebben plaatsgevonden, vonden nog geen doorgang in industriële toepassingen. Zo wordt er door de detailhandel qua pasvorm slechts kleding in één type heupomvang aangeboden, namelijk standaard, waarbij de markt voor 50% gedekt wordt. Men onderscheidt echter drie heuptypen: Smal, Normaal/ Standaard en Breed. De overige 50% van de markt zal moeten terugvallen op een grotere of een kleinere maat. Daarbij moet men in ogenschouw nemen dat in Nederland het niet-aankoop percentage door pasvormproblemen bij damespantalons ongeveer 35% bedraagt.
Nederlandse lichaamsafmetingen - NedScan
Producenten zijn niet in staat producten af te leveren die goed afgestemd zijn op de consument door de onbekendheid met de Nederlandse lichaamsafmetingen. Het project NedScan brengt daar verandering in door de samenstelling van een bijzonder bestand met gegevens. Niet alleen komen met behulp van een totaal nieuwe manier van meten (scanning) uiterst nauwkeurige maten beschikbaar, maar ook worden deze maten gekoppeld aan demografische gegevens als geslacht, leeftijd, locatie, etnische achtergrond en aan economische gegevens. Met dit bestand kunnen kosten worden bespaard, zowel bij de productie als bij de afzet en kan ook een strategische voorsprong worden behaald op minder goed geïnformeerde producenten. In het NedScan-project werken naast bedrijven, onder andere producenten van meubilair, kleding en auto’s, ook brancheorganisaties mee. Modint, de vereniging van confectie- en tricotage-ondernemingen, is één van die organisaties die meewerken aan het project en de gegevens over de lichaamsafmetingen zullen verspreiden om de maatvoering in de confectie-industrie te verbeteren. Het project ‘Meer informatie over het NedScan project’ is te vinden op http://www.nedscan.nl.
Inmiddels zijn circa 1000 personen gescand. De tussenresultaten geven aan dat de gemiddelde Nederlander niet alleen in de lengte, maar ook in omvang is gegroeid. Nederland heeft gemiddeld de langste mensen van Europa. Zo is de gemiddelde vrouw (alle leeftijden samen genomen) 168 centimeter. De gemiddelde man (alle leeftijden samen) is 181 centimeter lang. De groei van lichaamsomvang bij zowel dames als heren heeft zich al vertaald in een groeiend aanbod van kleding voor de grote maten. Daarnaast geldt ook dat de spreiding tussen de lichaamslengtes tussen jonge en oudere personen (dit geldt voor zowel mannen als ook vrouwen) groter geworden is. Voor de confectie-industrie betekent dit dat er grote verschillen bestaan in de vraag naar lengtematen voor pantalons.

Europese maten
Als de lichaamsmaten in de rest van Europa ook in ogenschouw genomen worden, is de conclusie dat de inwoners van mediterrane landen over het algemeen een kleinere lichaamslengte hebben, maar zij kennen de laatste jaren een versnelde groei door de groeiende welvaart. De verschillen in lichaamsafmetingen tussen de Europese landen vindt men uiteraard ook terug in maatvoering in de confectie-industrie. De damesmaat 38 kent dezelfde maten in Scandinavië, Duitsland en Nederland (een borstomvang van 88 centimeter, een taille van 72 centimeter en een heupomvang 96 centimeter). Als deze maat wordt vergeleken met andere landen dan is de conclusie dat dezelfde maat in België een maat 40 is, in Frankrijk een 42 en in Italië, Portugal en Spanje is dit een 44 of 46 en in Engeland heeft dit zich vertaald in een maat 12. Door deze verschillen in maatvoering zal het kopen van kleding niet gemakkelijker worden, ondanks de invoering van de Euro. Voor de grote detaillisten houdt dit namelijk in dat voorraden niet gemakkelijk te verschuiven zijn van het ene land naar het andere land. Men zal zich af gaan vragen of het niet meer voor de hand ligt om de maatvoering in de confectie-industrie te harmoniseren.
Na jaren van overleg lijkt het er nu inderdaad op dat er overeenstemming bereikt is over een Europees maataanduidingssysteem. In de communicatie naar de consument zal dit de vorm krijgen van een pictogram (een gestileerd poppetje, zie plaatje), waarbij de lichaamsafmetingen geplaatst kunnen worden. Bij de lichaamsafmetingen zal onderscheid gemaakt worden tussen primaire en secundaire dimensies.
De primaire dimensies zijn verplicht om te vermelden, terwijl de secundaire afmetingen optioneel zijn. Bij de lettermaten geldt de maatproblematiek minder, omdat deze gebruikt worden voor sportievere kleding met minder strenge eisen aan pasvorm. Eén lettermaat omvat namelijk twee reguliere maatintervallen. Het hele systeem van maatvoering zal als CEN-norm vastgelegd worden en voor alle lidstaten vertaald worden. Nadat iedere lidstaat een eigen nationaal normnummer heeft gekregen, zal het lastigste gedeelte aan bod komen, namelijk de invoering van het nieuwe systeem.
Bodyscanning en kleding op maat
Het eerdergenoemde NedScan-project maakt gebruik van een zogenaamde bodyscanner om de lichaamsmaten op te meten. Deze 3D-bodyscanner legt met behulp van laserstralen driedimensionaal de contouren van het lichaam van de gescande persoon vast. In de kledingindustrie wordt de 2D-scanner al op meerdere plaatsen gebruikt om zo kleding op maat te kunnen leveren. Kortweg beschreven, werkt dit op de volgende wijze: de klant wordt gescand, de gegevens worden vertaald in een patroon en de maatkleding wordt geproduceerd.
Deze methode van kledingproductie heeft voor de consument meerdere voordelen. Kleding wordt direct op maat gemaakt en hoeft niet meer vermaakt te worden. Daarnaast kan de consument zelf het model, het materiaal en de kleur kiezen.
De detaillist hoeft geen grote voorraden meer aan te houden in de winkels en het risico van onverkoopbare voorraden wordt drastisch verminderd.
Dienstverlening BCK bij subsidieaanvragen
Het is een vaak gehoorde opmerking dat het Nederlandse bedrijfsleven grote bedragen laat liggen, die beschikbaar zijn gesteld in subsidieregelingen. Eén van de oorzaken hiervoor is de onbekendheid met veel van deze regelingen. Het Branchecentrum Kledingtechnologie werkt in het aanvragen van en het adviseren bij subsidies nauw samen met MODINT, vereniging van confectie- en tricotage-ondernemingen.
In de loop der jaren heeft MODINT veel ervaring opgedaan op het gebied van nationale en internationale subsidies. Subsidie- en/of kredietfaciliteiten zijn er in alle soorten en maten en het is vaak lastig om de juiste regeling voor een project of bedrijfsactiviteit te vinden. Ook brengt de aanvraag van subsidies en de benodigde rapportage naar de subsidieverstrekker in de meeste gevallen veel werk met zich mee. Het Branchecentrum Kledingtechnologie kan u, in samenwerking met MODINT, adviseren op het gebied van de verschillende regelingen of doorverwijzen naar de juiste instanties.u
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Branchecentrum Kledingtechnologie
Elsbeth Jansen
Tel. 020-5121444
E-mail:bck@bck.nl
Internet: http://www.bck.nl

2
IMB 2000 toonaangevende beurs voor textiel- en kledingindustrie
Highlights: technisch textiel, IT, transport en logistiek
Van 30 mei tot en met 3 juni aanstaande vindt in Keulen voor de tiende maal de Internationale Messe für Bekleidungsmachinen (IMB) plaats. Tijdens deze grootste beurs van machines voor de confectie- en textielindustrie geven meer dan 700 bedrijven uit 37 landen een indruk van de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van machines en installaties ten behoeve van de confectie- en textielbranche. Er worden circa 30.000 bezoekers verwacht uit 100 verschillende landen, waarvan de meesten van buiten Duitsland. Toepassingen van technisch textiel, automatisering, dienstverlening, logistiek en transport krijgen tijdens IMB 2000 speciale aandacht.

Toonaangevend
Sinds de start in 1973 heeft de IMB zich ontwikkeld tot een toonaangevende beurs binnen de branche. Ook dit jaar zal het bewijs daarvan te zien zijn in de kolossale expositiehallen, die zijn onderverdeeld in speciale secties voor respectievelijk modellering, productievoorbereiding en naaigereedschappen. Een speciaal deel van de beurs staat in het teken van kwaliteitsmanagement, automatisering, dienstverlening, logistiek en transport. Door deze verbreding van het beursaanbod speelt de IMB 2000 in op de veranderingen in de wereldwijde confectiemarkt.

Technisch textiel
Het nieuwe aanbod in machines en installaties voor het confectioneren van technisch textiel is het antwoord op een snel groeiende markt met veel toepassingsgebieden. Op de eerste plaats de
auto-industrie, de lucht- en ruimtevaartindustrie en de meubelindustrie. Maar, ook in de huishouding, de gezondheidszorg en hygiëne, de landbouw en de bouw groeit het gebruik van
technisch textiel. Deze verbreding van het aanbod maakt de IMB 2000 nog interessanter voor nieuwe exposanten en bezoekers.

Automatisering
Zoals het een toonaangevende beurs betaamt, speelt de IMB 2000 in op veranderende, steeds complexer wordende marktstructuren en de samenhangende vraag naar oplossingen. De logistiek heeft zich ontwikkeld tot een technisch hoogwaardige vorm van dienstverlening, waar handel en industrie niet buiten kunnen. Steeds meer bedrijven concentreren zich op hun kernkwaliteiten en optimaliseren hun activiteiten door samenwerking met logistieke partners. Dit vormt, ook voor de kleding- en textielindustrie, een uitdaging waar men niet omheen kan.

Seminarprogramma:

• Fachtagung “Konfektion technischer Textilien”
Dinsdag 30 mei 2000

• BTI-Forum 2000:
“Quality-Chain-Management – Partnetship in de textielketen”
Woensdag 31 mei 2000, van 16.00 - 18.00uur
- Modern kwaliteitsmanagement
Donderdag 1 juni 2000, van 16.00 - 18.00uur
- Kwaliteit in de levering

• Fachtagung “Textillogistik”
Vrijdag 2 juni 2000

• “Networking factory”
Speciale presentatie door de Forschungsgemeinschaft Bekleidungsindustrie e.V.

3
BTI forum op IMB 2000
“Partnership in de textielketen”
Op de tweede en derde dag van de IMB 2000 wordt een themaprogramma verzorgd door het Gesellschaft für Beratung, Transfer, Innovation (BTI), gevestigd in Mönchengladbach. Onder het centrale thema ’Partnership in de textielketen’ wordt op 31 mei a.s. van 16.00 uur tot 18.00 uur een bijeenkomst belegd met als thema ‘Modern kwaliteitsmanagement’ en op 1 juni a.s., eveneens van 16.00 uur tot 18.00 uur luidt het thema ‘Kwaliteit in de levering’.
Partnership
De kledingproducent staat niet meer alleen. De markt vraagt om snelle reacties van alle betrokkenen in de textielketen. Partnership tussen alle partijen kan daarbij een voorwaarde zijn voor succes. Zekerheid in de afwikkeling vraagt om intensieve planning en het zoveel mogelijk vermijden van verrassingen. Het definiëren van kwaliteitsstandaarden vormt een middel om helderheid te verschaffen tussen de verschillende factoren in de keten.

De invoering van een systeem voor kwaliteitsmanagement is daartoe een veel gekozen middel. Het achteraf bekijken of het werk goed werd uitgevoerd, is feitelijk allang niet meer toereikend. Onder modern kwaliteitsmanagement wordt een probleemloos functioneren verstaan in alle sectoren van een onderneming, met uiteraard als doel optimaal aan de wensen van afnemers te kunnen voldoen. Naast de oriëntatie op de kwaliteit van producten wordt daarom ook een organisatorische component toegevoegd om zeker te zijn van een goed verloop van het productieproces. Daarbij zijn niet alleen de processen binnen een onderneming van belang, maar ook de relatie met klanten en leveranciers.

Modern kwaliteitsmanagement (31 mei)
De lezingen tijdens het BTI-forum zullen op de eerste dag (31 mei) in het teken staan van de bouwstenen van modern kwaliteitsmanagement. In zijn lezing over kosten/ baten in het kwaliteitsmanagement zal de heer H.P. Werminghaus van BTI ingaan op kwaliteitsmanagement als middel om kledingproductie door derden te sturen. Hij zal onder andere aandacht schenken aan het omgaan met fouten en afwijkingen in de productie. Planning kan niet uitsluitend betrekking hebben op periodes van mooi weer, zo stelt hij, maar ook mag gesproken worden over de paraplu voor als het tóch mocht gaan regenen. Dr. Lackas van Hugo Boss AG zal ingaan op het gevaar dat expertise op het gebied van productie bij ondernemingen afneemt. Omdat productie niet altijd foutloos door een loonproducent plaatsvindt, is deskundige begeleiding door de opdrachtgever noodzakelijk. Deze lezing probeert de weg te wijzen naar behoud van de kledingtechnische basis van ondernemingen.
De heer M. Grote van CAD/PDM Escada AG zal spreken over kwaliteits georiënteerd gegevensmanagement in de procesketen. De automatisering in de kledingindustrie reikte tot voor kort niet veel verder dan de ondersteuning van handels- en automatiseringsprocessen. Pas later kwamen CAD- en PPS-systemen en momenteel zijn er geautomatiseerde PDM-systemen in ontwikkeling. Digitale communicatie staat in de kledingindustrie nog in de kinderschoenen. Spreker zal ingaan op de bundeling van gegevensstromen om tot procesoptimalisering te komen.
Professor Dr. G. Bergman van het Köln Institut e.V. heeft het management van de verbeterende verandering gekozen als titel voor zijn bijdrage. De kledingindustrie ontwikkelt zich van integraal producent tot service verlenende partner van derden. Deze nieuwe rol heeft ook ingrijpende gevolgen voor werknemers. Bergman geeft wegen aan die bewandeld kunnen worden om werknemers met succes te blijven motiveren voor hun rol in de veranderende onderneming.

Levering (1 juni)
De heer Axel Bohmler, bedrijfsadviseur, zal spreken over kwaliteitselementen in de levering van bovenstoffen. In de samenwerking tussen de textiel- en de kledingindustrie was tot dusverre vooral de zakelijke transactie van belang. Kwaliteit van het basismateriaal is echter bepalend voor de kwaliteit van het eindproduct. Stoffen en fournituren zijn verantwoordelijk voor circa 50 tot 60 procent van de kostprijs.Wie niet toeziet op de kwaliteit van deze basisproducten, kan onder tijdsdruk gedwongen worden onacceptabele materialen te verwerken. In de lezingen wordt aandacht besteed aan het definiëren van standaarden voor kwaliteit en het uit preventief oogpunt vastleggen daarvan.
De heer C. Hilm van CEO Hilmarket BV spreekt over de technische spraakbarrières bij wereldwijde productie. “Wat opdrachtgevers en producenten het beste gezamenlijk beheersen, is hun slechte Engels”, zo stelt deze spreker, die ook al op Contec ‘98 zijn opwachting maakte en zijn brood verdient in Aziatische landen. De communicatie over afspraken en de uitwerking daarvan vindt plaats in een voor beide partijen vreemde taal. Dat verhoogt de kans op fouten. De verplaatsing van de productie naar steeds andere landen verhindert bovendien het opbouwen van een consistente relatie. Hilm toont een eigen systeem voor landoverstijgende communicatie, dat hij met hulp van de branche verder zou willen ontwikkelen.
De heer L. Brücher van Logistik Schiesser AG spreekt over verandering van leveringsstrategie. Een systematisch geplande voorbereiding van het productieverloop is nodig. De planning moet perfect zijn, want pas achteraf bestaat de mogelijkheid om in te grijpen bij problemen. Een technicus is niet doorlopend voorhanden.
Onderzoek bracht aan het licht dat flexibiliteit soms wordt overgewaardeerd ten koste van duidelijke procedures. Dat sluit niet aan bij de noodzaak van heldere afspraken die in partnerships noodzakelijk zijn. Brücher zal op dit punt enige strategieën aanreiken.
De heer L. Doherty van de American Apparel Manufacturers Association
spreekt over minimumstandaarden bij toelevering. Deze laatste spreker zal ingaan op de omstandigheden waaronder een opdrachtgever bereid is wereldwijd te laten produceren. De consument wordt daarvoor steeds gevoeliger. Deze Amerikaanse spreker geeft een indruk van een systeem voor het regelen en controleren van minimumstandaarden in de verschillende productielanden, wat bedoeld is om imagoschade bij consumenten te voorkomen.

Presentatie Networking factory
Deze speciale presentatie geeft informatie over multimediale ondersteuning in het gehele traject van bevoorrading en productontwikkeling, via productie tot aan de verkoop. Wetenschap en industrie treden in dialoog om de toepassing van de gepresenteerde ontwikkelingen zeker te stellen en over de verdere ontwikkeling in gesprek te blijven.

De volgende thema’s komen aan de orde:

Kennisdatabanken
Er is op dit moment een ontwikkeling gaande in de richting van een ‘kennismaatschappij’. Een maatschappij dus, waarin de beschikbaarheid van kennis en de vlotte verspreiding daarvan een doorslaggevende factor wordt. Het publiek kan kennismaken met verschillende ‘kennisdatabanken’ en ook met de benodigde techniek om dergelijke databases op te bouwen.

Productinnovatie
Kledingproducten zullen in de komende jaren in toenemende mate zogenaamde intelligente functies overnemen. De ontwikkeling en toepassingsmogelijkheden van ‘wearable computers’ zullen worden gepresenteerd, evenals de wijze waarop deze textielsoorten verwerkt kunnen worden.

Productontwikkeling
In de fase van productontwikkeling kunnen tijd en kosten gespaard worden door kledingstukken eerst virtueel te ontwikkelen. Als eerste stap daartoe werd de 3D-scan ontwikkeld die lichaamsmaten opneemt en op de pc een 3D-weergave van het menselijk lichaam genereert.

Productie
Tijdens dit onderdeel van de beurs zullen virtuele mensmodellen worden gepresenteerd voor de virtuele productieplanning en het vormen van virtuele arbeidsplaatsen.

Data warehousing
Door middel van informatie- en communicatietechnologie kunnen de activiteiten van leveranciers, productiepartners, de distributieketen, de onderneming zelf en haar klanten door betere samenwerking op elkaar worden afgestemd.u

Voorverkoop Entreekaarten / catalogus / CD-ROM
Voorverkoop kassa Voorverkoop Kassa
Dagkaart 30,— DM 40,— DM 15,34 EURO 20,45 EURO
Doorlopende kaart 55,— DM 75,— DM 28,12 EURO 38,35 EURO
Studenten dagkaart 20,— DM 20,— DM 10,23 EURO 10,23 EURO
Combipakket (Katalogus + CD- ROM) 30,— DM* 30,— DM 15,34 EURO* 15,34 EURO

* plus verzendkosten

Catalogus en CD-ROM verschijnen in mei 2000, en zijn via faxnummer: 00 49 221 821 3729 onder rembours te bestellen.

Bezoekersprofiel IMB
De bezoekersstatistieken van 1997 geven aan dat ongeveer de helft van de bezoekers werkzaam is in de kledingindustrie en 11,2% in de -handel. Ruim 9% van de bezoekers is betrokken bij de productie van machines voor de kledingbranche of de handel daarin. Adviseurs, ontwerpers, handwerkers, en studenten vormen ruim 16% van de bezoekers en slechts een klein percentage bestaat uit overige bezoekers.

Van de Duitse bezoekers aan de beurs is ruim 19% eigenaar of deelnemer van een onderneming, of men is werkzaam in een vrij beroep. Voor de niet-Duitse bezoekers ligt dit percentage op 28,4.
Daarnaast bestaat nog zo’n 45% van de bezoekers uit kader van diverse Duitse bedrijven. Voor de buitenlandse bezoekers is dit zelfs 53%.

Van de Duitse bezoekers bestaat 30,9% uit ‘beslissers’. Voor de niet-Duitse bezoekers is dat 51,9%. Onder de Duitse bezoekers is voorts 31,1% medebeslissers (niet-Duits: 29,6%), 18,8% adviseurs (niet-Duits: 10%) en 19,6% werkt op dit punt niet mee (niet-Duits: 9,1%).
4
Aziëcrisis kost Japanse technologieleveranciers marktaandeel
Europese en Amerikaanse bedrijven in de lift
Naar aanleiding van de naderende IMB 2000 hield Voorzitter Elgar Straub van de Fachgemeinschaft Bekleidung- und Ledertechnik een beschouwing over de laatste ontwikkelingen in de textiel- en kledingbranche. Deze staan vooral in het teken van de verschuiving van productie naar andere gebieden en de bredere inzet van nieuwe technologieën ten behoeve van productie en communicatie. Hij verwacht dat weinig meer een positieve ontwikkeling in de verkoop van machines en apparatuur in de weg staat.
Trends
De naai- en confectie-industrie staat wereldwijd aan de vooravond van grote, nieuwe keerpunten en uitdagingen. Er is geen andere tak van industrie waar zulke grote veranderingen op stapel staan als in de kledingconfectie en de vervaardiging van industriële confectie van technisch textiel. De kostenstructuren in de productiebedrijven, de steeds kortere reactietijden voor orders en de groeiende flexibiliteit in de ontwikkeling van modetrends, in ontwerp en variatie van stoffen, eisen feitelijk vrijwel het onmogelijke van de kledingproducenten. ‘Fashion engineering’ en ‘supply chain management’ zijn dé steekwoorden van IMB 2000.

Productieverplaatsing
De verplaatsing van de productie heeft zich voortgezet, maar de tendensen zijn verschillend. De kledingproductie voor de Europese industrielanden wordt steeds meer ondergebracht in landen als Polen, Roemenië, de Oekraïne en de Baltische staten, maar ook in landen als Turkije, Egypte, Tunesië en Marokko. De verplaatsing van productie naar Azië is gedeeltelijk ongedaan gemaakt en naar de eerder genoemde gebieden gehaald. Daarbij spelen naast de kortere afstanden ook de daarmee samenhangende kortere reactietijden een rol.
De Verenigde Staten verplaatst de productie van hoogwaardige kleding momenteel naar gebieden als Mexico en Midden-Amerika, op een wijze zoals wij dat circa 8-10 jaar geleden ook in Europa meemaakten.

Technologie
Technologisch gezien beleeft de voortdurende verandering momenteel een hoogtepunt door het verbindende element van de IT-infrastructuur. Voor de kledingindustrie zijn daarin inmiddels overtuigende concepten gerealiseerd. Dat loopt van de digitalisering in 3D-bodyscanning en de daarbij behorende integratie in IT, via het snijden van de stof tot en met de aansturing van naaimachines, finishing apparatuur en de logistiek ten behoeve van opslag en transport. Parallel wordt de logistieke keten vanaf de aanvoer van grondstoffen tot aan het gerede kledingstuk qua informatietechnologie gecoverd. Op de IMB worden hiervoor nieuwe oplossingen gepresenteerd. De volledige integratie van productie en logistiek is geen toekomstmuziek meer. Hiermee wordt al een grotere flexibiliteit bereikt bij een gelijkblijvende, optimale productiekwaliteit. Overigens blijft de toepassing van hoogwaardige technologie niet beperkt tot hoge loonlanden; in de komende jaren zullen ook in landen met een gemiddeld loonpeil, dus Oost-Europa, Mexico en de Caribische staten deze technische hulpmiddelen normaal gaan worden.

Nieuwe uitdagingen
Zowel voor de producenten van textiel en kleding als voor hun leveranciers dienen zich nieuwe uitdagingen aan. Vooral voor de technologieleveranciers ontstaan er nieuwe soorten afnemers. Naast trends in de kledingproductie is er ook de trend naar ‘intelligente kleding’ op diverse gebieden, van sport-, via veiligheidskleding tot in de medische wereld valt deze trend waar te nemen. Maar, deze trend wordt ook zichtbaar in de verwerking van technisch textiel voor de automobielindustrie, de bouw, de verpakkingsindustrie, de land- en bosbouw, de meubelindustrie, de lucht- en ruimtevaart, et cetera. Naar schatting wordt al een derde deel van de nieuwe machines nu ingezet voor verwerking van zogenaamd ‘technisch textiel’. Vandaar dat ook voor dit aspect ruime aandacht zal zijn op de komende IMB.

IT, distributie en logistiek
Tijdens de beurs zal ook op bijzondere wijze aandacht worden geschonken aan de logistieke keten. Daarbij zal de nadruk liggen op de digitale workflow, die zich ontwikkelt tot een bepalende factor voor de bedrijfsvoering. Dan zijn vooral twee trends van groot belang: de digitale uitwisseling van gegevens en de digitale productiesturing. Zowel in de kledingindustrie als in de vervaardiging en verwerking van technisch textiel zal de concurrentie zich de komende jaren richten op deze gebieden van hoogwaardige technologie. De IMB biedt de mogelijkheid up-to-date te blijven.
Marktontwikkeling wereldwijd
In 1998 zagen de marktaandelen van de belangrijkste producenten in diverse landen er ongeveer als volgt uit:

Een duidelijke verschuiving ten gunste van de Verenigde Staten, Duitsland en Italië en ten nadele van Japan. De zogenaamde Aziëcrisis heeft daar de laatste jaren zonder twijfel belangrijk aan bijgedragen. Het meest dramatisch is de uitwerking voor de Japanse machinefabrikanten die het sinds eind 1995 buitengewoon moeilijk hebben. De Aziëcrisis had in de tweede helft van 1998 en ook in 1999 eveneens zijn uitwerking op de Duitse en Amerikaanse machinebouwers. Telt men daarbij de voortschrijdende verplaatsing van productiecapaciteit naar het Caribische gebied en Mexico dan verklaart dat waarom 1999 voor de leveranciers van kledingtechnologie een erg moeilijk jaar was. In dezelfde periode bleek de automobielindustrie erg terughoudend ten aanzien van investeringen in apparatuur voor productie van stoelen, airbags en meer algemeen het interieur van auto’s. In Europa lijden vooral de Britse en Italiaanse markt onder een forse druk op de kosten en de tendens tot verplaatsing van productielocaties.

Het voorgaande neemt echter niet weg dat er betere tijden worden verwacht. De grootste economische problemen lijken overwonnen. De Aziatische markt heeft zich gestabiliseerd en de neiging tot investeren neemt toe. De Europese markt is stabiel en vertoont een gestage opwaartse trend. De zuidelijke staten rond de Middellandse Zee verkeren in een `boomfase’ en de Mexicaanse, Caribische en Zuid-Amerikaanse markt worden stabieler.u
5
Nederlandse bedrijven presenteren zich gezamenlijk op de IMB 2000

“Contec-ontmoetingsplaats”
voor Benelux relaties

Tijdens de IMB 2000 presenteert een aantal Nederlandse bedrijven zich collectief op een gezamenlijke stand in hal 14.1., gang A23/B23. Mede door de ligging dicht bij de hoofdingang zal de stand een uitstekend ontmoetingspunt blijken voor de bezoekers uit vooral Nederland en België. Evenals voorgaande IMB-edities wacht hun een gastvrije ontvangst, tijdens dit door de Stichting Confectie Technicum (Contec) georganiseerde initiatief.

Gezamenlijk initiatief
De eilandpresentatie beslaat een ruimte van maar liefst 216 m2 en biedt met name plaats aan Bieze Stork BV, Plus Power Group BV, Andor Fournituren BV,
A.C. ter Kuile BV, Van Engelen en Evers, Polymark Emblemen BV en het Branchecentrum voor Kledingtechnologie. De Nederlandse enclave beschikt onder meer over prima communicatiefaciliteiten, zoals fax, telefoon en gezien het technische karakter van de deelnemers vast en zeker ook over e-mail.

Happy Hour
Om het ‘wij gevoel’ nog een beetje te versterken, vindt dagelijks van vijf tot zes uur een Happy Hour plaats. Een prima gelegenheid om even bij te komen van de opgedane indrukken en de spanningen van de beurs en in relaxte sfeer met gelijkgestemden van gedachten te wisselen.
6

7
8
9
10
11