| 1 | Machinefabriek Pantex failliet met schuld van f 2 miljoen Pantex in Winschoten is failliet. Het faillissement is vorige maand door de aangewezen bewindvoerder aangevraagd en vervolgens ook direct uitgesproken, toen duidelijk werd dat het bedrijf een schuld van twee miljoen gulden had en er slechts 30.000 gulden in kas was. De dertig personeelsleden van het bedrijf hebben nog dertien weken salaris te goed. Het loon wordt betaald door het Gak. De mensen, die nog een contract hebben tot eind juni zijn gegaan maandag weer gewoon aan de slag. Er is nog een aantal projecten dat moet worden afgemaakt. Bovendien bestaat er nog een kleine kans dat het bedrijf wordt overgenomen. Als de fabriek nog draait, is de kans hierop groter. Pantex ligt al geruime tijd in zwaar weer. Het bedrijf dat anderhalf jaar geleden al was doorgestart vanuit een faillissement, zou door miscalculatie een grote strop hebben gehad, wat de doodsteek bleek. Het bedrijf is producent van machines voor stomerijen, wasserettes en confectiebedrijven. Bron: Nieuwsblad van het Noorden |
|
| 2 | TNO legt databank aan voor lichaamsmaten Nederlanders worden niet alleen langer, maar ook dikker. Maar wat de precieze maten zijn waarop de maattabellen voor de vervaardiging van kleding kunnen worden gebaseerd, was tot nu toe onbekend. Om die reden werkt TNO Technische Menskunde aan de vorming van een databestand, waarin de lichaamsmaten van de Nederlandse bevolking tussen de achttien en vijfenzestig jaar zijn opgenomen. Een dergelijk bestand is hard nodig omdat bij het ontwerpen van nieuwe kleding en andere producten rekening gehouden moet worden met lichaamsmaten, vertelt dr. Hein Daanen. Met name in de auto- en vliegtuigindustrie is veel belangstelling voor dit soort gegevens. Maar ook in de confectie-industrie. Als je naar een kledingzaak gaat, zie je vaak dat het assortiment niet overeenstemt met de maten van de Nederlander. MODINT heeft een keer onderzocht hoeveel mensen in de winkel niet kunnen slagen, omdat ze niet de juiste maat konden vinden. De getallen waren schrikbarend. Dat betekent dus ook dat er relatief veel in de uitverkoop gaat. Voor het TNO-onderzoek dat de naam NedScan heeft gekregen, zijn inmiddels duizend mensen gemeten. Van de proefpersonen is een driedimensionale scan gemaakt van de buitenkant van het lichaam. Daanen: In twintig seconden worden 700.000 punten op het lichaam gemeten. Er wordt een raster over de kopie van het lichaam gelegd. Op die manier kun je telkens weer nieuwe maten en verhoudingen vaststellen. Stel je voor iemand wil een nieuw product maken en moet daarvoor de afstand weten tussen de oren. Dan kan hij de scannende computer inladen en bij verschillende mensen de afstand van punt tot punt gaan bepalen. Steekproef Tot voor kort werden de maten met de hand gemeten, vertelt Daanen. Dan werden er bijvoorbeeld bij de proefpersonen standaard dertig maten gemeten. Had je plotseling een nieuwe maat nodig dan had je dus een probleem. Nu kun je altijd terug naar die scan waaruit je steeds weer andere maten kunt distilleren. Behalve lichaamsmaten van de bevolking van 18-65 jaar, worden vele andere facetten die invloed kunnen hebben op lichaamsafmetingen in kaart gebracht, zoals etnische afkomst, leeftijdsverdeling, opleidingsniveau, schoenmaat enzovoorts. Het databestand van NedScan kan ontwerpers van kleding goed van pas komen, omdat deze de maten combineert met gegevens over de bevolking. Op die manier kan men een goed beeld krijgen van de doelgroep waarop het assortiment moet worden afgestemd. Maar, ook veranderingen in maten kunnen met behulp van de databank gemakkelijker worden waargenomen. Hein Daanen: Met een gemiddelde lengte van 1.84 behoort de Nederlander tot de langste mensen van de Westerse wereld. De seculiere trend is op dit moment 1.5 mm per jaar. Er zijn nog geen tekenen dat die groei afneemt, zoals bijvoorbeeld wel in Zweden het geval is. Minstens zo belangrijk is dat Nederlanders steeds dikker worden. Dat gaat in een razend tempo. In de afgelopen tien jaar is het percentage overgewicht gestegen van 7 naar 21%. Onlogisch Daanen beschouwt NedScan als een stap in een veel verdergaande ontwikkeling waarbij de consument kleding koopt die exact op zijn eigen lichaamslengte is toegesneden. Daanen: De wijze waarop we onze kleding uitkiezen, is eigenlijk heel onlogisch. We gaan naar een winkel en alles hangt al kant-en-klaar in de rekken. Om consumenten uit al die verschillende maten en modellen te kunnen laten kiezen, heb je een enorm vloeroppervlak nodig. Het is dus veel slimmer om die keten om te keren. Vooraf bepaal je de persoonlijke maat en voorkeur, pas daarna maak je de kleding. De productie van deze kleding op maat kan heel snel. Het in elkaar zetten van de kleding kost nog de meeste tijd. Maar scannen, de maten bepalen, de tonen schalen, het printen en het snijden, is zo gebeurd. Daanen: Overal in je omgeving zie je hoe dat proces van massa-individualisatie om zich heen grijpt. Visualisatietechnieken spelen daarbij een grote rol. Op internet bijvoorbeeld kun je al een kopie van je eigen lichaam maken op grond van lichaamsmaten, de kleur van huid en haar enzovoorts. Op basis van deze gegevens kun je kledingadviezen krijgen. De volgende stap is dat je met behulp van scanapparatuur thuis een driedimensionale kopie van jezelf kunt krijgen en zo kun je via Internet je eigen kleding samenstellen. De huidige stand van de techniek is echter nog niet zo ver dat ze op grote schaal kan worden toegepast. Maar, het is een proces dat nu uit de marge opkomt en een eigen plek zal krijgen binnen de confectie-industrie. NedScan Vier jaar geleden begon TNO Technische Menskunde met de voorbereidingen van NedScan. Inmiddels zijn er meer dan duizend metingen verricht. Vooral uit de van oudsher sterk op innovatie gerichte auto- en vliegtuigindustrie is grote belangstelling voor de gegevens uit deze databank. Ned Scan is mede gestart op verzoek van de Society of Automotive Engineers (SAE) en de American Society for Testing and Materials (ASTM). Het lichaamsmatenonderzoek wordt ook in de Verenigde Staten en binnenkort in Italië uitgevoerd. Bedrijven die tot nu toe gebruik hebben gemaakt van het databestand zijn onder meer: Ford en General Motors. Onder de confectiefabrikanten zijn het Hensen en Levis die gegevens van NedScan toepassen voor het ontwerpen van kleding. TNO werkt nog steeds aan het onderzoek en zoekt vrijwilligers die zich willen laten meten. |
|
| 3 | FENECON en NKC samen verder als MODINT Tijdens de ledenvergaderingen van 24 mei hebben de leden van FENECON en NKC unaniem hun fiat gegeven aan het plan tot fusie. Per 1 augustus 2000 ontstaat één nieuwe krachtige vereniging met als naam MODINT: ondernemersorganisatie voor mode en interieurtextiel. De voorzitter van Fenecon mr. H. van Dalfsen (per 1 augustus voorzitter van MODINT) noemde de fusie: een nieuwe mijlpaal voor de branches. Een mijlpaal die bereikt is na een grondige voorbereiding en uitgebreide gesprekken met leden en medewerkers. De nieuwe brancheorganisatie MODINT zal circa 700 leden tellen: bedrijven die actief zijn in de productie en/of handel van kleding, modeaccessoires en interieurtextiel. Inclusief haar twee werkmaatschappijen MODINT business BV en MODINT credit & finance BV biedt MODINT werk aan 65 personen. De producten die de leden van de nieuwe organisatie maken en/of verhandelen, zijn in de naam MODINT samengebracht. De letters MOD staan voor mode, INT staat voor interieur én internationaal. Dit interieur doelt hoofdzakelijk op de aangesloten gordijnateliers en ondernemingen die handelen in woningtextiel. De glooiende m en i in de naam symboliseren de beweging in de bedrijfstak en de organisatie. Resultaten 1999 Tijdens de ledenvergaderingen werd niet alleen vooruit gekeken, maar uiteraard ook teruggeblikt naar 1999. Dit gebeurde reeds vanuit het nieuwe, gezamenlijke MODINT oogpunt: onder deze naam is het gezamenlijk jaarverslag over 1999 gepresenteerd. De leden realiseerden dat jaar een gezamenlijke industriële en groothandelsomzet van f 3,5 miljard in Nederland en f 2 miljard op exportmarkten. In deze bedragen is 60% van de totale omzet aan de leverancierskant gerepresenteerd. Circa 95% van de productie vond buiten Nederland plaats. De consumptie van kleding bleef in 1999 opnieuw achter ten opzichte van de totale Nederlandse consumptie. De kledingverkoop was vooral gematigd in de tweede helft van 1999; reden hiervoor was de aanhoudend warme zomer. De laatste jaren is een algehele afname in de groei van kledingconsumptie waarneembaar. De kledinguitvoer daalde met 4%, de import daalde met 0,4%. Deze daling is vooral veroorzaakt door een verschuiving van de handelsstromen: Nederland is steeds minder een doorvoerland; in plaats daarvan wordt kleding vaker direct naar de eindbestemming getransporteerd. Door het gunstige economische klimaat is de liquiditeit van de kledingdetailhandel in zowel 1998 als 1999 verbeterd. Dat heeft geleid tot minder activiteit bij de activiteiten creditmanagement en incasso. De toekomst: MODINT De fusie van de twee organisaties versterkt volgens Van Dalfsen de samenwerking aan leverancierskant. MODINT kan met een uitgebreid pakket aan kwalitatief hoogwaardige belangenbehartiging en diensten nog meer bijdragen aan de gewenste versterking van de concurrentiekracht van de leden en de branches. De werkzaamheden van Fenecon en NKC worden ondergebracht in twee werkmaatschappijen binnen MODINT. De Nederlandse Kleding Conventie wordt per 1 augustus MODINT Credit & Finance BV. Deze werkmaatschappij ondersteunt kledingleveranciers in hun streven naar winst en continuïteit door het faciliteren van transacties van koop en verkoop. Door deze dienstverlening kunnen risicos verbonden aan verkooptransacties en/of potentiële afnemers tijdig worden onderkend en daarmee ook zoveel mogelijk worden voorkomen, beperkt of beheerst. Fenecon gaat vanaf 1 augustus door het leven als MODINT Business BV. Zij biedt managementondersteuning op economisch, sociaal/juridisch, financieel en technisch terrein. Doelstelling is zich te ontwikkelen tot een bedrijfsadviesbureau dat een wezenlijke bijdrage levert aan het verbeteren van het concurrentievermogen van de kleding-, textiel-, interieur- en accessoirebranches. Van Dalfsen meent dat de branche daartoe voorbeeld zou moeten nemen aan een vergelijkbare branche: De kledingmarkt kent vele parallellen met de foodsector. Dat is al jaren bekend, maar het beeld versterkt zich: bescheiden groei, sterke concurrentie, knijpende marges, afnemende marktaandelen, private labels versus of naast merkartikelen en toenemende concentratie aan leveranciers- en afnemerskant. Onze branche zou lering moeten trekken uit de aanpak van de levensmiddelensector, hoe deze omgaat met eerder genoemde ontwikkelingen. |
|
| 4 | Van passieve naar actieve eigenschapen van textiel Intelligent textiel als antwoord op een toenemende vraag naar veiligheid en comfort Intelligent textiel, is een nieuw soort textiel dat actief reageert op door veranderde omstandigheden, toegevoegde, actieve eigenschappen. Bijvoorbeeld een gewone jas die pas bij regen waterdicht wordt. Hiervoor is uitgebreid onderzoek nodig. Op instigatie van de textiel research vereniging de Voorzorg worden daarom bestaande technologieën geïnventariseerd en worden de technische en economische haalbaarheid van intelligent textiel onder leiding van TNO textiel in Enschede onderzocht. Het onderzoeken bevindt zich in de fase van inventarisatie. Niettemin hoopt TNO textiel dat het eind volgend jaar kan worden afgesloten. Van passieve naar actieve eigenschappen Aan het begin van de 21e eeuw staat de textielindustrie voor belangrijke veranderingen. Na een periode van kostenreductie is het noodzakelijk om met nieuwe en innovatieve producten op de markt te komen om de concurrentie met fluorescerende banden die s avonds oplichten als er een auto met brandende koplampen nadert? Het kind is zichtbaar en zijn veiligheid daardoor wordt vergroot. Of de brandvertragende eigenschappen die toegepast worden in woningtextiel? Hierbij spelen veiligheidseisen ook een rol en de overheid van het Verenigde Koninkrijk is al zo ver gegaan om aan de brandvertragende eigenschappen van woningtextiel wettelijke eisen te stellen. Zowel het comfort als de veiligheid kunnen aanzienlijk verbeterd en vergroot worden door de toepassing van intelligent textiel. De eigenschappen van bijvoorbeeld kleding of de bekleding van meubels kunnen afhankelijk van de omstandigheden een bepaald verloop te zien geven die het comfort en de veiligheid vergroten. Een belangrijk onderdeel in het onderzoek is het omschrijven van de begrippen comfort en veiligheid en deze vast te leggen in meetbare criteria. Het meten van textiele eigenschappen Het objectief vastleggen van eigenschappen van textiele materialen bleef tot op heden beperkt tot de mechanische eigenschappen als trek en krimp, de thermo- fysiologische eigenschappen als de invloed van de lichaamstemperatuur op de vezel, de vochtregulerende eigenschappen van textiele materialen en de tactiele eigenschappen van ruw naar zachte materialen. Het comfort van textiele materialen bleef buiten schot omdat het een moeilijk te omschrijven begrip is. Iedereen heeft wel een mening over comfort, maar om comfort uit te drukken in getallen is een ander verhaal. In ieder geval heeft comfort te maken met een combinatie van genoemde eigenschappen en is het zowel procesmatig als economisch van belang om het comfort van textiel duidelijk te definiëren en in getallen vast te leggen. Bij een veranderende markt kan de producent dan sneller zijn productie aanpassen en de gewenste stoffen leveren waar de klant om vraagt. Maar comfort is ook afhankelijk van de omstandigheden. Bij warm weer is een waterdicht jack bijzonder onaangenaam om te dragen, terwijl hetzelfde jack tijdens een zuidwesterstorm met slagregens heel comfortabel is. In verband met veranderende omstandigheden is het tevens van belang het begrip comfort duidelijk te omschrijven en in definities vast te leggen. Kortom, het objectiveren van comfort is één van de voorwaarden voor het ontwikkelen en toepassen van intelligent textiel meent de heer Luiken. Omdat de comforteigenschappen van verschillende producten aanzienlijk van elkaar kunnen verschillen, zal in het onderzoek van een beperkt aantal producten een objectief comfortdiagram worden opgesteld. Intelligent textiel Het onderzoek naar intelligent textiel vindt plaats door middel van literatuuronderzoek en door het leggen van contacten met internationale textiel research centra in Frankrijk, Japan en de Verenigde Staten. Het onderzoek richt zich op technieken en polymeren met eigenschappen die zich aanpassen aan de omstandigheden. Tevens wordt in het onderzoek bekeken of deze eigenschappen door middel van textielveredelingsprocessen kunnen worden aangebracht. De gezochte eigenschappen moeten onder goed gedefinieerde omstandigheden kunnen optreden en het gedrag moet reversibel zijn, d.w.z. dat de oorspronkelijke eigenschappen weer terugkeren als de veranderde omstandigheden hersteld zijn. Eigenschappen die onder de loep worden genomen zijn: * kleurverandering door verandering van temperatuur, vochtigheid of zuurgraad, waarmee o.a. een signaalfunctie kan worden gerealiseerd of de reflectie-eigenschappen van textiel kunnen worden aangepast. Textiel waarvan de kleur verandert zou een functie kunnen krijgen in veiligheidskleding. De drager wordt door de kleurverandering gewaarschuwd dat de temperatuur, vochtigheid of de zuurgraad een bepaald veilig niveau heeft overschreden. * selectieve afgifte van stoffen die in de vezel zijn ingebouwd of opgenomen bij het overschrijden van een bepaalde temperatuur, waarmee geurstoffen en medicijnen kunnen worden afgegeven. Hierbij valt de denken aan lakens die door de warmte van het lichaam een aangenaam aroma verspreiden en pleisters of verband waardoor een geleidelijke dosering van een medicijn mogelijk wordt. * selectieve opname van stoffen uit de omgeving. Dit kan mogelijk gemaakt worden door de inbouw van cyclodextrines. Ook hier ligt de toepassing bij veiligheidskleding. * textiel dat onder bepaalde omstandigheden een voorgeprogrammeerde vorm aanneemt. Dit zou kunnen leiden tot textiele producten voor figuurcorrecties, maar ook toepassingen in de medische sector lijken mogelijk.*actieve vochtregulatie onder invloed van de relatieve vochtigheid en aanwezigheid van water, en actieve warmteregulatie. Producten Zoals gezegd moet het onderzoek naar intelligent textiel leiden tot nieuwe, innovatieve producten die het comfort en eventueel de veiligheid van de drager vergroten. Ondanks het feit dat het onderzoek pas in de kinderschoenen staat, zijn er al enige producten op de markt die gebruik maken van de combinatie van eigenschappen die bij veranderde omstandigheden optreden, zoals kleding van het Duitse bedrijf Kunert en van het Amerikaanse bedrijf Comforttemp. Kunert levert een comfortlijn op het gebied van beenmode en bodywear die gebruikt maakt van intelligent textiel. De producten als T-shirt body, bra, string, en jazz pants zijn vervaardigd van voelbaar zachte microvezels die verrijkt zijn met aloë vera voor een optimaal draagcomfort. Tijdens het dragen wordt door de lichaamswarmte het aloë vera geactiveerd, waardoor een zacht en comfortabel gevoel ontstaat. Dit materiaal blijft ook na meerdere wasbeurten ultrazacht. ComforTemp levert materialen die de drager warm houden wanneer het koud is en koel wanneer het warm is. Bij deze materialen wordt het beoogde effect bereikt door de toevoeging van minuscule wascapsules die warmte opnemen tijdens het smelten en warmte afgeven tijdens het stollen. Dit concept is ideaal voor sport- en outdoorkleding waarbij afhankelijk van de activiteit de sterk wisselende lichaamstemperatuur door de intelligente kleding op een aangename manier wordt opgevangen. Reversibiliteit Belangrijk bij deze complexe materialen is de reversibiliteit, d.w.z. dat de eigenschappen weer kunnen terugkeren naar hun oorspronkelijke toestand. Daarbij komt het probleem dat deze gewenste omkeerbaarheid ook niet verloren mag gaan bij reiniging. De reinigingsindustrie zal in de nabije toekomst op een of andere wijze worden geconfronteerd met intelligent textiel en daar adequaat, met misschien aangepaste processen, op moeten inspringen. De heer Luiken:daar textiele stoffen vermoedelijk steeds intelligenter worden, doordat theoretisch de technische toepassingen onuitputtelijk zijn, zal de reinigingsindustrie naast haar traditionele taken in de toekomst te maken krijgen met het herladen van de intelligente eigenschappen van het textiel. |
|
| 5 | IMB 2000 maakt trend zichtbaar naar individueler productie Dhr. John Borms: Na jaren is de optimistische sfeer weer terug De heer John Borms, technisch directeur van de Belgische Kledingfederatie, ziet de verschuiving van een machinebeurs naar een meer op technologie gerichte beurs als de belangrijkste revelatie van de IMB 2000. Hij ziet een verdere verschuiving van aandachtsgebieden in de richting van design en marketing, en proefde met genoegen de optimistische sfeer die in de branche zovele jaren heeft ontbroken. Stylingprogrammas Door de veranderingen in de afgelopen decennia is het accent in kledingindustrie verschoven van de productie naar marketing en design. Door steeds betere stylingprogrammas is het mogelijk reeds collecties te ontwerpen en te presenteren zonder dat er nog maar een meter stof geproduceerd is. Kledingfabrikanten kunnen daardoor al heel vroeg concluderen welke modellen interessant worden en welke niet. Voortbordurend op deze virtuele collecties kunnen de geplaatste orders mondiaal bij productiebedrijven worden ondergebracht. Producenten zullen daarbij met elkaar moeten concurreren middels online prijsopgaven. Feitelijk zijn twee partijen ontstaan. De ene kent de markt en bezit de klanten en de afzetkanalen, en de ander bezit de productiefaciliteiten. Door de samenwerking tussen deze partijen zullen betrouwbaarheid en kwaliteit in de toekomst nog nadrukkelijker dan thans de sleutelwoorden vormen. Terug naar eenvoud Inmiddels zou het naïef zijn te denken dat het mogelijk is productie naar West-Europa terug te halen door geavanceerdere productiemethodes. Heel lang geleden werd daar nog naar gestreefd en werd voor dat doel zelfs een researchprogramma opgezet. Op de beurs werd in het verleden bijvoorbeeld een prototype getoond van een naairobot, die 3D kon naaien. Nee, er zijn nu relatief veel eenvoudige naaimachines te zien, zoals die vijfentwintig jaar geleden werden gebruikt. Veelal zijn het goedkope machines van Aziatische makelij, waarmee weinig mis kan gaan. Daarmee beconcurreren ze vaak de bekende Europese merken die grote klappen hebben gekregen doordat hun machines in Azië werden nagebouwd, zonder dat daar werd geïnvesteerd in ontwikkeling. Uiteraard waren er op de IMB2000 ook nieuwe, vernuftige zaken te zien, maar ze vormden feitelijk een detail in het grote geheel. Het is overigens erg lastig in de beperkte tijd van een beurs alle nieuwigheden te onderkennen. Daarom is het te gemakkelijk om het gemis van erg spectaculaire zaken af te doen als het ontbreken van nieuws. Design en marketing De heer Borms was aangenaam verrast door het aantal exposanten en bezoekers. De aandacht heeft zich duidelijk verplaatst naar aansturing, design en marketing. Belangrijk is op tijd te kunnen produceren en optimaal in te spelen op de wensen van de consument. CAD is daarbij heel belangrijk geworden. Er wordt meer belang gehecht aan styling en men probeert dit steeds verder uit te bouwen. Daarbij is men technologisch al heel ver, maar de beschikbare systemen zijn nog niet gebruiksvriendelijk genoeg. De createur, die bij voorkeur met potloden en stiften werkt, moet niet vastlopen in technische rompslomp. De programmas worden echter steeds vriendelijker in gebruik, zodat verwacht mag worden dat men dit probleem vrij spoedig zal overwinnen. ofschoon vooral de grote merken het tegendeel willen doen geloven is er nog geen goede link tussen het drie dimensionaal inscannen naar twee dimensionale patronen. Met de snel groeiende rekenkracht van de computer zal het ook hier een kwestie van tijd zijn om de enorme massa gegevens te verwerken die bij scanning wordt gegenereerd. E-commerce De verdere ontwikkeling van design software zal ongetwijfeld leiden tot het ontstaan van gemakkelijker programmas. Naar verwachting zelfs zodanig dat ze ook door ongeoefende personen te gebruiken zijn. Naar de mening van de heer Borms komen hierdoor geheel nieuwe perspectieven in beeld. De invloed van consumenten op de styling van hun kleding zal steeds verder gaan toenemen. Niet alleen door koopgedrag, maar doordat de consument zélf kleding zal gaan ontwerpen. Met name het internet is een fantastisch medium om de consument zelf de exacte vormgeving van zijn kleding te laten bepalen. Dat is straks niet slechts een kwestie van kiezen tussen enkele modellen kragen en dergelijke, maar het maken van werkbare patronen uit eenvoudige schetsen. Daardoor ontstaat een grote meerwaarde voor de consument, waarvoor deze graag wil betalen. De heer Borms: ieder meisje droomt ervan styliste te worden. Iedere huisvrouw zegt ik weet wat ik wil, maar kan het zelf niet maken. Het zelf maken is een segment dat vrijwel volledig is verdwenen. Straks kan men het ontwerp zelf tekenen, en in combinatie met de eigen maten ontstaat zo het patroon, waarna de productie kan beginnen. Dit is mogelijk de redding voor kleinere productiebedrijven, want hier liggen nieuwe mogelijkheden. Added value Het behoeft geen uitleg dat het dragen van volledig naar eigen smaak vervaardigde kleding voor de consument een belangrijk stuk added value betekent, vooral als er nog bijkomt dat hij er binnen enkele dagen over kan beschikken. Uiteraard kan dat alleen wanneer de productie in eigen land plaatsvindt. Door het hogere loonpeil zal de productie iets duurder zijn, maar naaien van individuele kleding kost niet veel meer tijd dan in massaproductie. Daar staan echter een snelle cashflow en de zekerheid van afname tegenover. De fantasie aan de macht, zo redeneert Borms. Vooral jonge mensen willen zichzelf profileren en doen dat graag met eigen kleding. Jeans en vrijetijdskleding gaan nooit weg, en men moet niet de illusie hebben dat de productie daarvan nog terugkomt. Maar, voor de jeugd is het een hype om er iedere week anders uit te zien. Als ze daarvoor hun eigen kleding ontwerpen, kan die daarna niet in Azië worden gemaakt. |
|
| 6 |