| 1 |
Schuivende panelen in productie
De meest gestelde, maar de minst interessantste vraag in internationale productiemarkten is welk land nu in is, en welk land uit is. Wat in de afgelopen jaren naar voren komt, is een tweedeling tussen landen die in de afgelopen 30 jaar een veelzijdige textiel- en kledingindustrie hebben opgebouwd en landen met alleen maar veredelingsactiviteiten. De eerste groep landen, vooral China en Turkije, zijn de sterke spelers voor de 21ste eeuw. Hier kunnen inkopers hun gehele pakket inkopen. Deze landen beschikken over een eigen vezelproductie, investeren in onderzoek en scholing. Ze hebben een groot marktpotentieel en grote binnenlanden waar industriële expansie mogelijk is. Bovendien beschikken ze over kapitaal om te investeren.
De screwdrivers economies moeten het hebben van de toegevoegde waarde die ze leveren op vaak maar een beperkt front. Het gaat dan vooral om productiviteit. In de meeste bedrijven in Noord-Afrika, Oost-Europa of het Verre Oosten wordt een productiviteit bereikt die op het niveau ligt van de jaren vijftig of zestig. Feitelijk heeft productieverplaatsing geleid tot een enorme industriële en technologische regressie. Het is daar zaak om weer te investeren in excellente productie. Het gaat daarbij niet alleen om machines, maar vooral om management, om mensen, om communicatie.
Het gaat daarbij ook om te investeren in infrastructuur, in onderzoek en scholing.
De presentatie van veel made-to-measure toepassingen op de IMB geeft hoop voor productie in West-Europa. Het debat tijdens de jaarvergadering van de Europese Katoenindustrie in Berlijn wees ook uit dat de Europese textielindustrie kostenmatig kan concurreren, maar dat is niet genoeg. De detailhandel die zelf productie aanstuurt, kan ook werken met productie op afstand. Productie dichtbij werkt alleen als marketing en productie in één hand zijn.
Made-to-measure concepten zijn kansrijk, maar vooral voor die landen, waar het vakmanschap in productie bestaat. Uiteindelijk draait alles om kennis en kunde. Daarin moet we blijven investeren, gezamenlijk en elk voor zich.
|