ACTUEEL


E-Fashion Business 2000: Oude waarden juist in de nieuwe economie

De plenaire sessie tijdens E Fashion Business 2000

ACA: CrossLinX bij In Wear

FashionWorld: Nederlandse starter met Europese ambitie

Gerber Technology: WebPDM ambitieus

Philips en Levi’s integreren kleding en elektronica


Mass Customisation in de kledingindustrie

Groter toepassingsgebied PDM-systemen Gerber Technology

Nabeschouwing op Avantex: Europese renaissance







E-Fashion Business 2000: oude waarden juist in de nieuwe economie
vertrouwen, samenwerken en open communiceren

In zijn bijdrage aan E-fashion Business 2000 op 29 november jongstleden in het Eindhovense Evoluon benadrukte de heer Dr. P.M. op den Brouw van het Ministerie van Economische Zaken dat oude waarden zoals vertrouwen, samenwerking en open communiceren in de nieuwe economie meer dan ooit van toepassing zijn. In de loop van de dag werd dat door diverse sprekers nog eens onderstreept.De nieuwe economie treedt niet volledig in de plaats van de oude, maar de textiel- en kledingbranche doet er verstandig aan zich te bezinnen op haar aandeel in een door ICT gedomineerde maatschappij.

Interactie
In de goed gevulde Philipshal motiveerde Modint voorzitter, de heer H. van Dalfsen het gezamenlijke initiatief van Mitex, Modint, NVCT en Contec als een manier om nog eens te onderstrepen dat ook voor de mode detailhandel de "new economy" onderdeel gaat worden van de dagelijkse bedrijfsvoering. Hij wees op de daarbij vereiste interactie tussen leverancier en retailer. Vervolgens onderstreepte de heer Dr. P.M. op den Brouw van het Ministerie van Economische Zaken dit nog eens door te wijzen op de mondiger wordende consument, wiens wensen teruggekoppeld moeten worden de keten in. De kracht van bedrijven zal komen te liggen in het snel inspelen op de wensen van de klant en dat kan alleen door goede samenwerking binnen de keten. Hij pleitte voor de vorming van netwerken en ketens van toeleveranciers, afnemers en/of kennisdragers, gericht op de creatie van innovatieve toegevoegde waarde.

Plenaire sessies
Tijdens de ochtenduren was vervolgens het woord aan de heren G. Mulders van KPMG, J. de Boer van IBM Nederland en G. van Vliet van @Group of Companies. Zij spraken, ieder vanuit hun eigen invalshoek, over de ontwikkelingen in de informatie- en communicatie-technologie en de huidige en toekomstige rol van de textiel- en kledingindustrie daarin. Aan het einde van de ochtendsessie vond een forumdiscussie plaats met alle eerdergenoemde sprekers en de heer W.H.T. Tempelman, van Walle Tempelman Mannenmode uit Zutphen. In dit gezelschap overheerste de mening dat de nieuwe economie geen acute bedreiging vormt voor gevestigde bedrijven, maar dat ze wel een katalysator zal vormen voor nieuwe businessmodellen.

Exposanten
Tijdens de lunchpauze, en ook later in de middag, was er volop gelegenheid voor de bezoekers om zich te laten informeren over nieuwe ontwikkelingen in het aanbod van de exposanten. Leveranciers van systemen voor PDM, CAD/CAM, ERP- en internet technologie gaven acte de présence met een overzicht van de nieuwste ontwikkelingen. Een deel van de exposanten leverde ook een bijdrage aan de acht workshops die de bezoekers in de middaguren kregen voorgeschoteld.

Bezoekersenquête
In de loop van de dag werd aan de bezoekers een enquête voorgelegd met enige vragen over de invloed van ICT op hun eigen gedrag en op de plannen voor hun bedrijf. Op verzoek van dagvoorzitter Dr. M. Scheffer van Cadmeia gaf
Prof. W. Reinders, hoogleraar aan de KUB een samenvatting en analyse van de uitslag. Daarbij werd duidelijk dat in de textiel- en kledingbranche de belangstelling voor elektronisch zakendoen relatief langzaam op gang komt. Ook de bereidheid er substantieel in te investeren bleek relatief nog laag. Zo’n veertig procent van de bedrijven heeft een internetstrategie.
"We hebben nog een lange weg te gaan", constateerde de professor, "maar de uitdaging is des te groter en interessanter".


De plenaire sessie tijdens E Fashion Business 2000

De heer G.A.G. Mulders
"Fashion; huidige trends en toekomstperspectief"
In zijn bijdrage gaf spreker een inventarisatie van de ontwikkelingen in vooral de e-business in het retailsegment. Aan de hand van diverse voorbeelden illustreerde hij welke aanpak tot dusverre wel en niet succesvol is gebleken en waarom. Hij gaf aan dat ook voor bestaande retailers het internet opgaan feitelijk de start betekent van een nieuwe business: een kleding postorderbedrijf met digitale catalogus. Tegenover de voordelen zoals flexibiliteit en wereldwijde exposure staan ook nadelen, zoals hoge kosten voor handling en een relatief hoog percentage van circa 30 tot 40 procent retouren. Consumenten ervaren het voordeel van de 24 uurs orderfaciliteit en de beschikbaarheid van producten die soms niet in de locale winkels verkrijgbaar zijn. Bij sommige artikelen is het mogelijk direct de prijs te vergelijken en ook voor bijzondere maten kan men zich breder oriënteren. Toch kleven er aan de verkoop van kleding via internet onmiskenbaar enige nadelen, zoals het gemis van zintuiglijke waarneming en de diversiteit in maatvoering. E-tailers die met hoge verwachtingen de markt opgingen, hebben voor een deel reeds schipbreuk geleden. Spreker adviseerde zijn toehoorders een gemakkelijk te gebruiken site en goedkope acquisitieprogramma’s te laten ontwikkelen. Een down to earth benadering en kennis van het product zijn cruciaal, evenals het zorgen voor onmiddellijke inkomsten en een foutloze logistiek. Daarnaast is het zaak een goede data-analyse en klantenservice te ontwikkelen. De ontwikkelingen in de toekomst zullen niet bepaald gaan worden op het vlak van de B2C, maar door de voorwaartse integratie vanuit de industrie. De industrie ontstijgt haar ambachtelijke niveau door haar computerbased systemen voor ontwerp, visualisatie en productaanbod, tezamen met het betere management van productie en resources. Dit stelt de industrie in staat een nieuwe relatie op te bouwen met de retail. Dit leidt tot schaalvergroting en vergaande specialisatie op productniveau. De retail zal haar systemen gaan aanpassen aan de supplychain standaard van haar kernleveranciers, zowel op het vlak van maatforces als voor de vergaande productspecialisatie.

De heer J. de Boer
"IMB’s visie op E-commerce"
Deze spreker constateert dat de markt snel verandert en de klant bezig is koning te worden. Er is een ontwikkeling gaande van het gebruikelijke pushed model naar een pulled model, met een vraaggestuurde markt. Ook hij wees op het belang van interactie met klanten, onder andere middels loyaliteitsprogramma’s. Gebleken is dat ook call centers als ondersteuning van online verkoop de transactie rate sterk kunnen verhogen. Naar de mening van spreker valt met e-commerce meer geld te verdienen in de business to business omgeving dan in het traject van business to consumer. De waarde van e-business ligt niet alleen in efficiencyvoordelen, maar ook kan de service aan de afnemers worden vergroot en biedt deze mogelijkheden voor een meer persoonlijke focus op de klant. Daardoor kan een langduriger loyaliteit worden bevorderd.
Door e-business groeien partnerships in de keten. Voor bedrijven die zich bij de huidige ontwikkelingen willen aansluiten vormen elektronische marketplaces een prima opstap, maar ook elektronische catalogi en EDI of Web EDI. Spreker signaleert een trend richting Web EDI als vervanger van de gebruikelijke EDI. Standaardisatie is hier een belangrijk credo, evenals business intelligence. Er is al sprake van inkoop portals. De geldelijke transacties willen de meeste bedrijven overigens bij voorkeur in eigen beheer houden. Vaak beginnen bedrijven die in e-business willen gaan met het publiceren van veel informatie. Na verloop van tijd worden business systemen geïntegreerd. De opgedane ervaringen worden daarna gebruikt voor een volgende stap, namelijk het transformeren van centrale bedrijfsprocessen. De verschillende platforms waaronder systemen plegen te werken, worden steeds meer van ondergeschikt belang. IBM biedt zelfs integratie over alle platforms en een compleet assortiment van opties.

De heer G. van Vliet
"The New Economy in Fashion"
Met humor en gevoel voor relativering provoceerde deze spreker zijn gehoor met de stelling dat de traditionele retailer al op voorhand dood wordt verklaard. Leveranciers zouden er brood in kunnen zien de tussenhandel uit te schakelen en zich rechtstreeks tot consumenten te wenden. Het is echter zeer de vraag of men daarin zal slagen. Aan de hand van enige voorbeelden gaf hij aan welke bedrijven wel en niet slaagden op het internet. Daaruit bleek dat bedrijven vooral moeten doen waar ze goed in zijn, zoals het geven van informatie en service. Dan maakt het eigenlijk niet uit langs welk kanaal men zaken doet, of het nu telefoon is, fax of internet. Computerleverancier Dell heeft geen enkele winkel, maar heeft wel een marktaandeel van 26 procent in PC’s. Daarentegen zijn initiatieven om consumenten te verenigen voor collectieve aankoop jammerlijk mislukt, omdat het publiek niet met deze gedachte vertrouwd is. Service is voor de klant een centrale factor, naast gemak en het aangaan van een vertrouwensrelatie. Je praat dus over oude wijn in nieuwe zakken, eerder dan over volstrekt nieuwe businessregels. Daarom moeten de bestaande detaillisten de tijd nemen om ervaring op te doen met de nieuwe media. Het kost wel 5 tot 6 jaar om deze te beheersen. Bij het doorlopen van een leercurve moeten ze eerst en vooral worden ingepast in andere vormen van verkoop of communicatie. Mensen met gezond verstand kiezen voor R-commerce, waarbij de R staat voor het ondersteunen van de relatie met de klant, uiteraard resultaatgericht en een nadrukkelijk oog voor return (on investment). De WWW van het World Wide Web staat in de vocabulaire van spreker niet alleen voor Wachten, Wachten, Wachten (want zo snel gaat het allemaal niet), maar vooral voor Werken, Werken, Werken.
Wat nog steeds gezien wordt als de productieketen verandert in een driehoek tussen retailer, leverancier en consument. Zakelijk moeten die van elkaar weten wat er gebeuren moet. De leverancier moet maximaal de workflow ondersteunen naar de retailer toe. De kern waar alles om draait is het gemak en voordeel voor de klant, gebaseerd op persoonlijke voorkeuren in een eigen referentiekader, en het is bekend dat het werkt. "Relaties maken de business, dus probeer high tech te vertalen in high touch en verder vooral de beste eigenschap van de ondernemer gebruiken: het gezonde verstand", zo hield spreker zijn gehoor voor.


2 ACA: CrossLinX bij In Wear

In Wear is een Deense leverancier van de kledingmerken InWear, Martinique en Part Two. Zij maken gebruik van EDI met haar afnemers en het marketing informatie systeem CrossLinX dat door ACA ontwikkeld is. Hierdoor is het mogelijk electronisch informatie uit te wisselen tussen leverancier en detaillist. Om dit mogelijk te maken, is standaardisering van informatie-uitwisseling essentieel. Iets dat in de modesector nog teveel blijft hangen.

Retail automatisering
ACA is in 1983 opgericht en gespecialiseerd in retail automatisering, met name bij detaillisten in de mode, schoenen en sportbranche. Wereldwijd heeft ACA inmiddels 130 medewerkers en een omzet van 26 miljoen per jaar. Bij elkaar bedient ACA ongeveer 2000 klanten die in totaal over 4000 kassapunten beschikken (ongeveer 4000 winkels). ACA richt zich onder andere op de ontwikkeling, verkoop en support van hoogwaardige (internet)technologie voor de internationale retailsector. Eén van de speerpunten hierin is het Efficient Consumer Response systeem CrossLinX.

CrossLinX
Tussen leverancier en detaillist moet volgens de heer Hollemans een elektronische informatie-uitwisseling tot stand komen, die tijd en geld uitspaart. Een eerste stap in die richting is het PriCat bericht (price catalog), dat alle artikelgegevens zoals prijs, model, formaat, kleur, etc. bevat. Voordeel is dat via de gestandaardiseerde codering (EAN 13 barcodering) leverancier en detaillist allebei precies weten waar ze het over hebben. Op de internet plaza’s kunnen detaillist en leverancier elkaar elektronisch ontmoeten en kan de detaillist bestellingen plaatsen. Ook bij bestellingen speelt Pricat een belangrijke rol in de uitwisseling van productinformatie. "Het probleem bij stoffen echter is dat bij het elektronisch zoeken naar nieuwe producten het voelen ontbreekt," aldus de heer Hollemans. Via EDI worden de artikel stamgegevens (PriCat), orderberichten en bestellingen elektronisch verzonden van leverancier naar retailer. Vervolgens kan via het ECR systeem CrossLinX winkelvloerinformatie verzameld worden en beschikbaar gemaakt worden voor leveranciers. In de toekomst zullen ook pakbonnen, facturen en betaalberichten elektronisch verzonden worden. Het voordeel is tijdwinst, het sneller inspelen op veranderingen en het up to date houden van de collectie.

In Wear
De ook in Nederland actieve Deense franchise-organisatie
In Wear gebruikt het CrossLinX retail-informatiesysteem. CrossLinX verzamelt gegevens over merken, modellen, kleuren, maar ook over verkooppunten en het gedrag van consumenten. Het programma CrossLinX geeft deze gegevens grafisch overzichtelijk weer. Voor de retailketen In Wear is het voordeel dat alle gegevens van de verkoop van producten per merk, per winkel etc., bijvoorbeeld per week zichtbaar worden.CrossLinX stelt In Wear in staat om franchisenemers ondersteuning te verlenen, waar ze op bepaalde momenten behoefte aan hebben. De gegevens maken het volgens de heer Hollemans mogelijk om pro-actief in plaats van reactief in te spelen op actuele ontwikkelingen.


3
4
5
6