6
Mass Customisation in de kledingindustrie


Het BCK, Stichting Contec, Stork Digital Imaging en TNO Textiel voerden in 1999 en in 2000 het onderzoek ‘Mass Customisation in de kledingindustrie uit.’ In augustus 2000 werd een eindrapport opgeleverd. Inmiddels heeft u op de Technology Update, of in de artikelen die in dit blad zijn verschenen over dit evenement, kunnen zien dat mass customisation de fase van de tekentafel al is ontgroeid.
In de workshops van de Technology Update werden enkele aansprekende voorbeelden uit de praktijk getoond, zoals de combinatie van Lectra, Digital Fashion en Possen. De tijd lijkt rijp voor een doorbraak vanuit het ‘prototypen hoekje’ naar de echte wereld van de winkelstraat. De technologie belooft ons een stormachtige grootschalige introductie van ICT in de kleding, die de kledingketen in snel tempo zal opschudden. De complexe realiteit van de kledingketen doet vermoeden dat we te maken zullen krijgen met een stapsgewijze ontwikkeling, waarbij het niet ondenkbaar is dat sommige deelsectoren met grote stappen vooruit zullen lopen.

Het toevoegen van ‘mass’ aan ‘customisation’ is moeilijker dan gedacht
Met het onderzoek ‘Mass Customisation in de kledingindustrie’ hebben de projectpartners dan ook geprobeerd een zinvolle bijdrage te leveren aan de uitbreiding van het ‘mass customisation’ project door te zoeken naar een paar realistisch te nemen stappen. Ook is gekeken naar de technische en markttechnische barrières die moeten worden overwonnen om over te kunnen gaan tot ‘Mass Customisation’. Uit het onderzoek is gebleken dat we er nog een hele weg te gaan is om het ‘mass’ in mass customisation waar te kunnen maken. Het blijkt dat de verschillen tussen op basis van mass customisation geproduceerde kleding en conventionele kledingproductie groter zijn dan in eerste instantie door de projectpartners werd gedacht.

De wens
In de kledingbranche is de toenemende individualisering van de maatschappij duidelijk waarneembaar in de wensen van de eindgebruiker. De consument heeft behoefte om kleding te kopen die precies aansluit bij de persoonlijke smaak van dat moment. De detailhandel en hun leveranciers hebben echter vaak moeite het aanbod af te stemmen op de vraag. Uit eerder onderzoek is gebleken dat voor 25% van het kledingaanbod in de winkels er geen vraag is en voor 35% van de vraag geen aanbod. Bovendien wordt ruwweg 50% van de kleding in de uitverkoop verkocht. Gekscherend wordt al eens gezegd dat het nieuwe middenveld in de kledingverkopen bestaat uit de uitverkoop van het hogere segment. Er is dus sprake van een grote ‘mismatch’ in vraag en aanbod. Een deel van de prijs van kleding wordt dus betaald door leveranciers, producenten en consumenten om zinloos geproduceerde kleding te kunnen betalen. De wens die er dus in de gehele keten bestaat is duidelijk, het bereiken van een positieve spiraal waarbij door meer te maken en te kopen wat ook daadwerkelijk wordt verkocht uiteindelijk een lagere consumentenprijs te kunnen bieden en zo marktaandeel te winnen.

De oplossing?
Theoretisch ligt de oplossing voor de hand. Wil de kledingketen inspelen op de snel wisselende vraag, dan moeten de wensen van de klant op het gebied van maat, model, stofkeuze en kleur of dessin centraal staan. In het hier beschreven onderzoek is uitgegaan van mass customisation als oplossing, waarbij voor het hele vervaardigingsproces in de kledingindustrie een omgekeerde oriëntatie moet gaan gelden. Niet de kledingleveranciers bepalen de samenstelling van het assortiment, maatopbouw en de te produceren hoeveelheden, maar consumenten geven op basis van individuele wensen input aan het vervaardigingsproces. De theorie heeft zelfs een keurig samenvattende term voor deze oplossing, namelijk ‘uitstel van het klantontkoppelpunt’. Of met andere woorden, het is de truuk om zo laat mogelijk een product klantspecifiek te maken, dan is de tijd tussen de wens van de klant en de aanpassing aan die wens zo kort mogelijk. En dat is nodig om de huidige grillige consument te kunnen bedienen.
In de praktijk is het bovenstaande echter niet zo gemakkelijk uit te voeren.
De kledingketen is bijzonder complex.We hebben te maken met veel verkooppunten, erg veel leveranciers, een enorme verscheidenheid aan deelmarkten en bovenal een enorme afstand tussen de verschillende schakels in de keten.
Voor de meeste kledingstukken die wij in Nederland kopen, geldt dat er vaak in minstens drie landen in minstens twee werelddelen aan is gewerkt. Zo’n keten draai je niet zomaar even om!

Het onderzoek
Tijdens de Technology Update van 1999 die werd gehouden in het Kurhaus in Scheveningen zijn workshops gehouden met een aantal genodigde detaillisten. Aan de deelnemers is gevraagd aan te geven op welke punten zij dachten dat mass customisation zich kan onderscheiden van het conventionele marktmechanisme in de kledingbranche.
Parallel aan dit onderzoek is ook door middel van workshops gehouden op 17 en 22 juni 1999 te Bunnik onder kledingleveranciers onderzocht hoe op de ideeën van de detaillisten kon worden aangesloten. De leveranciers werd gevraagd hoe de productieketen kon reageren op de ideeën over shopconcepten van de detaillisten.
Tenslotte omvatte het onderzoek ook een consumententoetsing en zijn de concepten, die uiteindelijk uit de bus kwamen, getoetst op technologische haalbaarheid.

De resultaten
Mass customisation zal nooit de hele markt voor zich kunnen opeisen. Slechts een deel van de producten leent zich om tegen een beperkte meerprijs op klantspecificatie gemaakt te worden.
De beste locatie voor een mass customisation concept is daar waar er veel verkeer van consumenten is, bijvoorbeeld in een warenhuis. Een mass customisation shop-in-shop is ook een ‘traffic builder’ om mensen de winkel in te lokken. Twee hoofdideeën komen naar boven die in een consumentenbehoefte lijken te voorzien:

1. Een luxe salon (shop in shop) voor herenkostuums en damesmantelpakken, waarbij de exclusiviteit van het product, de uitgebreide keuzemogelijkheden en de intensieve persoonlijke advisering voorop staan.
2. Een dessinshop (b.v. kleine winkel op luchthaven of station met stropdassen en sjaals) waarin de keuzemogelijkheden in kleur en dessin voorop staan en de snelle levering een voorwaarde is. Met de op voorhand als meest kansrijk getypeerde USPs zijn een aantal shopconcepten gedefinieerd.

Het onderzoek streeft hier duidelijk naar een totaaloplossing van mass customisation. Niet alleen de shopconcepten waren van belang, maar heel nadrukkelijk ook de manier waarop veranderingen in productie, distributie en aflevering noodzakelijk zouden zijn om deze shopconcepten mogelijk te maken. Uit het onderzoek kwam dan ook naar voren dat, om in de toekomst de consument te kunnen bedienen middels de gedefinieerde shopconcepten, het als kledingindustrie, toeleveranciers en afnemers essentieel is om samenwerkingsverbanden aan te gaan. Ketenintegratie zal moeten worden ondersteund door logistieke verbeteringen en de toepassing van ICT.

Hier komen we weer op bekend terrein, de ketensamenwerking, een belang dat al jaren lang met de mond wordt beleden, maar nog maar sporadisch goed wordt toegepast. De conclusie van het onderzoek dat mass customisation nooit de hele markt voor zich zal kunnen opeisen, betekent niet dat ketensamenwerking dan ook maar van marginaal belang is. Het ‘kleine broertje’ van ketenomkering is ketenoptimalisatie. Het voorbeeld van InWear en ACA, dat tijdens de Technology Update 2000 in Eindhoven werd gegeven, is hier een goed voorbeeld van. Door een slimme inzet van ICT kan de productie van kleding ook beter worden afgestemd op de vraag, een volledige ketenomkering is niet altijd nodig. Maar ook hier geldt, de inzet van de ICT is ondersteunend, het systeem is zo sterk als de zwakste schakel in de keten. Het onderzoek ‘Mass customisation in de kledingindustrie’ geeft in ieder geval een aantal praktische wenken bij het tot stand brengen van ketenomkering en dus ook ketensamenwerking.


Groter toepassingsgebied PDM-systemen van Gerber Technology
De supply chain begint reeds bij ontwikkeling van de collectie


Aan de hand van een wereldwijd onderzoek onder bedrijven binnen haar doelgebied heeft Gerber Technology twee nieuwe softwareproducten ontwikkeld, die dezer dagen aan gebruikers werden voorgesteld. Web PDM Spec speelt in op de vraag uit de markt om met een beperkt systeem gegevens als style sheets en technische specificaties te kunnen opslaan en uitwisselen. Web PDM B2B trekt de functionaliteit van het reeds bestaande Web PDM-pakket door naar een full blown managementsysteem, geschikt voor optimale ketenintegratie.

Volwassenheid
Begin dit jaar deed Gerber Technology een onderzoek onder 27 bedrijven wereldwijd, gericht op verdergaande productontwikkeling. Daarbij tekenden zich qua automatisering bij de bedrijven drie stadia van "volwassenheid" af. De eerste categorie bedrijven vertrouwt voor vastlegging van productiegegevens op relatief eenvoudige middelen, zoals spreadsheets en papier. Daarmee richt men zich vooral op de individuele productiviteit, zonder dat sprake is van echte ondersteuning van het totale proces. Deze bedrijven slaan als regel de weg van automatisering in wanneer ze zich realiseren dat beschikbare informatie niet gemakkelijk gedeeld kan worden. Men is gediend met een systeem dat specificaties van producten of stijlen centraliseert en per afdeling iedereen toegang biedt tot de beschikbare informatie. In een wat verder stadium van volwassenheid bevinden zich de bedrijven die zich realiseren dat de informatie die per afdeling is georganiseerd, meer ten dienste zou moeten staan van het totale proces binnen het bedrijf, niet gesegmenteerd naar afdelingen. Het grootste voordeel valt echter te verwachten bij klanten die hun gehele werkwijze heroverwegen, niet alleen intern, maar inclusief die van de partners waarmee ze op geregelde basis zaken doen. Goed beschouwd zou men de drie manieren waarop wordt gemanaged kunnen onderverdelen in:

o Bedrijven die behoefte hebben aan elektronische specificaties
o Bedrijven die hun proces van productontwikkeling willen gaan managen.
o Bedrijven die beseffen dat de supply chain in de mode niet begint bij de order, maar reeds bij het ontwerpen van de collectie. De bedrijven in deze, meest volwassen, categorie realiseren zich dat het supply proces pas ophoudt, wanneer de klant daadwerkelijk hun product koopt.

Laagdrempelig
Uiteraard is de mate waarin een bedrijf processen al heeft geautomatiseerd bepalend voor de stappen die men zou moeten nemen om het management ervan beter in de hand te krijgen. Voor bedrijven in de eerste categorie, die nauwelijks geautomatiseerd zijn, is de stap naar een systeem dat de complete productie integreert meestal te groot. Deze bedrijven zijn gediend met een systeem dat tekeningen en data integreert, dat automatische maattabellen heeft en waarin constructiedetails en dergelijke worden vastgelegd, alsmede een simpel kostprijssysteem. Zij maken bij voorkeur gebruik van de leveranciers-gegevens die zich al in hun eigen systeem bevinden en willen toegang hebben tot de CAD data vanuit hun systeem met specificaties. De investeringen in een dergelijke, vrij laagdrempelige, aanpak verdienen zichzelf meestal al vrij snel terug. Omdat efficiënter wordt gewerkt, maar ook doordat het gemiddeld percentage missers in de productie terugloopt. Een kostenreductie van bijvoorbeeld 2 procent per jaar levert een heleboel geld op.

Procescontrole
Bedrijven die de hiervoor beschreven zaken reeds op orde hebben, zijn gediend met voorzieningen zoals procescontrole, goed- of afkeuring van voorgaande stappen, follow up van de status van collecties en dergelijke. Grote, gerenommeerde bedrijven eisen bovendien een geavanceerd systeem van kostenbewaking. Ook willen bedrijven bij dit stadium van automatisering kunnen beschikken over zoekfaciliteiten op het internet. Ten behoeve van kwaliteits-bewaking wil men bovendien direct via internet kunnen beschikken over monstergegevens op de productieplaats. Informatie over het gehele proces is voor iedere afdeling beschikbaar, waardoor een overzichtelijk management-gereedschap ontstaat. Grote bedrijven kunnen daarmee een reductie van zo’n 40 procent bereiken op het aantal producten dat opnieuw moet worden gemaakt en kunnen hun kosten voor bemonstering met ongeveer eenderde reduceren. Bovendien is het risico van boetes voor het overschrijden van leveringstermijnen lager, want doorlopend heeft men inzicht in zaken zoals de beschikbaarheid van materialen, vertraagde toelevering en dergelijke.
Het belangrijkste is echter de winst die wordt geboekt door het aanzienlijk bekorten van de time-to-market. Gemiddeld beloopt deze zo’n 25 procent, derhalve circa 1 tot 3 maanden(!) Het was voor gebruikers van het systeem helaas niet mogelijk deze tijdsbesparing exact in geld te kwantificeren. Afhankelijk van de mate waarin een bedrijf reeds is georganiseerd kan het mogelijk zijn meteen op dit niveau van automatisering in te stappen, maar vaak blijkt deze stap voor bedrijven te groot om ineens te nemen.

Ketenintegratie
Ondernemers die zich de eerder genoemde visie hebben eigen gemaakt dat de supply chain begint bij de ontwikkeling van collecties en eindigt bij de verkoop van het product aan de eindgebruiker, kunnen een volgende stap nemen middels
het gebruik van business to business toepassingen. Deze derde trap leidt tot een ingrijpende verandering in de relatie met de leveranciers.
Bedrijven die opteren voor deze werkwijze, zien productie niet als een aangelegenheid die wordt gedelegeerd en gecontroleerd door controle van kwaliteit achteraf, maar door een hechtere relatie met deze leveranciers. Deze bedrijven zijn niet primair uit op een lagere prijsstelling, maar verwachten ook suggesties om de productie en de kwaliteit van kleding te verbeteren. Van de leveranciers van materialen en garneringen verwachten zij voorstellen. Last but not least verwachten ze ook van hun leveranciers dat deze hun aandeel volledig integreren in de planning van de productieketen, waarin ze worden betrokken. Om dit te bereiken is inzicht nodig in de totale productieketen. Bij het ontwerpen van een collectie kan de leverancier reeds suggesties doen voor te gebruiken nieuwe materialen, nieuwe stijlen en ontwikkelingen. Zodra een globaal ontwerp beschikbaar is, kan de leverancier al een indruk geven van de kosten, en de leverancier kan de productie van monstercollecties bespoedigen door materiaal te printen en te helpen bij een nauwkeurige calculatie. Als de orderplanning rond is, kan de toeleverancier meteen garanties geven over levertermijnen, en tijdens de productie kan hij de stalen beoordelen voor kwaliteitscontrole.
De voornaamste voordelen van deze werkwijze liggen in reductie van de aanloopkosten en verkorting van de time-to-market met zo’n 50 procent. Daardoor kan beter op markttrends worden ingespeeld en kunnen interne kosten substantieel worden teruggebracht.

Nieuwe Gerber producten
De hiervoor beschreven niveaus van automatisering bieden gebruikers de mogelijkheid een keuze te maken voor oplossingen, die het best aansluiten bij hun behoeften. Aanvankelijk begon Web PDM op een niveau, vergelijkbaar met dat van Web PDM spec nu. Door upgrading zijn veel gebruikers echter met hun systeem "meegegroeid".
Om voor nieuwe gebruikers een laagdrempelige instap mogelijk te maken, is het aanvankelijke "classic" PDM gebruikt als basis voor een nieuw product: Web PDM spec. Dit wordt door sommige bedrijven voldoende geacht, maar de meeste bedrijven nemen na verloop van tijd de volgende stap middels implementatie van het bestaande Web PDM V3.8. Het overgrote deel van de bedrijven maakt gebruik van dit pakket, en aan hen wordt nu dus de mogelijkheid geboden om de hiervoor beschreven stap te nemen naar totale ketenintegratie, met alle voordelen van dien. Daarvoor is het pakket WebPDM B2B ontwikkeld, dat een naadloze aansluiting biedt.
Gerber heeft de afgelopen jaren 20 miljoen Dollar geïnvesteerd in de ontwikkeling van dit product en blijft daarin jaarlijks circa 5 miljoen Dollar investeren. Alle gemaakte winsten worden geherinvesteerd. Daardoor kan zowel aan de huidige als aan toekomstige gebruikerswensen worden tegemoetgekomen.


Nabeschouwing op Avantex:
Europese renaissance


De combinatie van een beurs en een congres kan een droom zijn, maar ook uitmonden in een nachtmerrie. Theorie van de katheder en praktische demonstraties in de stands lijken een succesformule, maar het vraagt wel om voldoende tijd om aan alles toe te komen. Avantex had genoeg ingrediënten voor meerdere slapeloze nachten, maar ook een dermate vol programma waarbij een goede nachtrust essentieel is om bij te komen van het gedraaf van zaal naar zaal, door gangen en langs de stands. De organisatoren konden tevreden zijn: 2000 bezoekers, waarvan 60% van buiten Duitsland, is geen slechte score voor een beurssymposium. De sprekers konden tevreden zijn: ze oreerden meestal voor goed bezette zalen. De standhouders hadden vooral de tijd om met elkaar kennis te maken. De bezoekers gingen naar huis met vele indrukken, maar heb je na 25 speeches van gemiddeld 30 minuten nog wel een vrij geheugen en concrete aanknopingspunten voor een plan van aanpak in het eigen bedrijf. En Avantex was natuurlijk zeer Duits van opzet: veel sprekers, veel grondige sprekers, weinig humor, veel diagrammen en vooral weinig pauzes. En weinig koffie. Is het niet teveel gevraagd zoveel kennisoverdracht, waarvan wellicht zo weinig blijft hangen. Hadden we niet beter kunnen volstaan met het aanbieden van inspiratie, het uitnodigen tot verdieping in de stands. Nu is de verwarring enkel groter geworden, maar op een hoger niveau. Een samenvatting geven van 100 speeches is ondoenlijk en enkel het stuk voor stuk nalezen kan een volledig beeld geven.

Individuele expressie
En toch van zo’n hoogmis voor nieuwe technologieën krijg je inspiratie en bevestiging dat we in een boeiende tijd leven en wellicht zelfs aan het begin van een Europese Renaissance in de textiel- en kledingsector staan. De idealen van de verlichting krijgen gestalte in ons eigen kleedgedrag: elk de mogelijkheid van de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste smaak. Elk een maatkostuum voor de prijs van confectie, elk een cocon die ons flexibel beschermt tegen de omgeving. Kleding als microklimaat, kleding als identiteit. Het is het einde van de mode, en de echte emancipatie van de consument. Nieuwe materialen, nieuwe comforteigenschappen, nieuwe combinaties in gebruiksgemak, nieuwe manieren van communicatie met de consument, nieuwe technieken in productontwikkeling, ze maken het mogelijk om met een nieuw paradigma te concurreren. Het gaat daarbij om tijd en ondernemers, het gaat daarbij om zo snel mogelijk in te spelen op de kansen in de markt. Dat betekent het versnellen van productontwikkeling en van productie. Het gaat om ketenintegratie. Een goed totaal overzicht van de trends en hun inpassing in een visie op de consument, op de ontwikkeling van de detailhandel en de industrie en op globalisering van handel ontbrak. Alleen de Europees Commissaris, Liikanen, gaf een breed overzicht, maar die had de vorige editie van Contec Update kennelijk in zich opgenomen. Zo’n man schrijft zijn speeches niet zelf.

Samenwerken in ketens
Het is vooral de veelheid van bijdrages die indruk maken. Er werd veel bevestigd wat in Nederland al her en der bekend is. Het gaat om massa-individualisatie waar de brancheorganisaties al aandacht aan hebben gegeven en dat door ons Ministerie van Economische Zaken prominent wordt bevorderd. Het gaat om keten integratie dat in het "Klict"1 programma wordt opgepakt. Het gaat om duurzaam produceren en consumeren, maar daar doet de TU ook onderzoek naar in het "Sushouse" project. Het gaat om comforteigenschappen van textiel waar de Voorzorg in samenwerking met TNO onderzoek naar doet. Het gaat ook om samenwerking in ketens waar EZ in de clusterdag aandacht aan heeft besteed. Kortom er waait in Europa wel dezelfde wind. Het is dan wel opvallend dat de Duitse industrie zich op innovatie richt alsof het een aard is. Daar waar Nederlanders en Fransen innoveren met de losse pols, gaan de Duitse bedrijven ertegenaan met toewijding, diepgang en oog voor detail. De commerciële flair en de financiële haalbaarheid zijn daar nog wel eens ondergeschikt aan, maar de in de rest van Europa meer gebruikelijke pragmatische inslag leidt nogal tot halfslachtig gedrag en ondoordachte oplossingen.

Hogere productiviteit
Opvallend bij Avantex was vooral de verwondering bij veel bezoekers, zowel retailers (in grote getale geïnteresseerd in nieuwe technologieën), als fabrikanten. Voor velen was bodyscanning een openbaring, internet een duister (en nog wat zinloos) medium. Het komt voor dat het vooral de textiel en kledingindustrie is die een sprong heeft te maken. Uit een recente peiling voor de Europese brancheorganisaties bleek dat bedrijven nog vooral zoeken naar technologieën die bijdragen tot een hogere productiviteit en lagere productiekosten. Weten we niet dat daar weinig te halen is en dat de meeste winst zit in het terugdringen van nee-verkoop, het verminderen van fouten (en dus retouren of afgeprijsde waar). De uitdaging van de sector ligt er vooral in het beter te doen, niet zozeer in meer waar voor minder geld. Dat besef is nog niet overal doorgedrongen, maar wie op Avantex goed heeft geluisterd, weet dat er een uitweg uit de vicieuze cirkel mogelijk is.

Versnippering van onderzoek
Wat ook opvalt, is de versnippering van onderzoek, en de vaak geringe betrokkenheid van alle partijen in de bedrijfskolom bij onderzoek. Ook opvallend zijn de vele overlappingen in activiteiten tussen de verschillende onderzoeksgroepen. Het is ook in Nederland gezegd, het wordt ook in Frankrijk, Engeland en Italië gezegd. Europa bestaat nog steeds uit verschillende talen en culturen en we maken van de diversiteit geen gebruik om elkaar de maat te nemen, maar vooral om langs elkaar heen te werken, en feitelijk overal met te kleine onderzoeksbudgetten en te weinig aandacht binnen ondernemingen en vooral te weinig aansluiting van onderzoek bij de ondernemingsstrategie. Innovatie is te belangrijk om over te laten aan alleen techneuten, en toch waren zij weer de meerderheid van het gehoor op Avantex. Het zou wenselijk zijn dat een betere kaart van de onderzoekscapaciteiten in Europa wordt gemaakt. Er is veel talent, maar er wordt te weinig samengewerkt, er wordt te weinig vergeleken er wordt te weinig onderling geconcurreerd.

Innovatie
Het is te wensen dat innovatie prominent op de agenda blijft staan. Het is ook te hopen dat initiatieven als Avantex voortgezet worden en dat de eerste ervaring de aanzet is tot een nog betere tweede keer. Het is ook te hopen dat de vernieuwende krachten in Europa elkaar weten te vinden en zich onttrekken aan het korte termijn denken of het in de sector vaak bestaande cynisme. Avantex is een stap vooruit, maar dan wel op een lange weg. Zet de Messe Frankfurt de volgende stap of moet dat elders opgepakt worden? Uiteindelijk is vernieuwing een beetje intelligentie en vooral veel werken, veel samen werken.

door Michiel Scheffer, Cadmeia