ACTUEEL



Vilenzo neemt van Gils en United Fashion Makers over

Modint gaat IAF congres organiseren in 2001

De heer N.J. Haans: Onafhankelijk deskundige voor bedrijfskleding

Intelligent textiel doet zijn intrede


Workshops E-fashion Business 2000:

EC-Gate

Lectra

Retailer.nl

NedGraphics verbreedt zijn scope

Wehkamp: Ontwikkeling Europees maatsysteem vordert




Vilenzo neemt van Gils en United Fashion Makers over

Het modeconcern Vilenzo International N.V. heeft intentieverklaringen getekend met betrekking tot de overnames van Centaur Clothes Netherlands B.V. (Van Gils) en van United Fashion Makers Holding B.V. (JAGUAR, OBVIOUS, FRANS MOLENAAR EN PETER VAN HOLLAND). De overname van United Fashion Makers zal uitsluitend plaatsvinden indien de overname van Van Gils slaagt.

De focus van Vilenzo is de afgelopen jaren gericht geweest op de uitbouw van de merkenportefeuille in combinatie met versterking en verbreding van marktposities in de sectoren (vrijetijds- en kinderkleding) waarin de onderneming actief is.

De overnames sluiten uitstekend aan bij deze strategie en brengen Vilenzo in één keer in een belangrijke positie in de Europese herenmodemarkt.

Zowel Van Gils als United Fashion Makers behoren tot de absolute top van hun respectievelijke marktsegmenten (herenmode) in de Benelux. Voor Vilenzo betekent dit dat de huidige merkenportefeuille wordt uitgebreid met een aantal zeer sterke merknamen die over het boekjaar 2000, met 160 medewerkers, een gezamenlijke omzet hebben gerealiseerd van circa 70 miljoen Euro. Beide bedrijven zijn winstgevend en zullen worden geconsolideerd met ingang van 1 januari 2001.



Modint gaat IAF congres organiseren in 2001


De International Apparel Federation (IAF) heeft Amsterdam uitgekozen als locatie voor haar jaarlijkse congres in 2002. De organisatie heeft zij in handen gegeven van MODINT. Ondernemersorganisatie MODINT pleit voor meer samenwerking tussen leveranciers en afnemers in de gehele keten, waaronder Contec.

Congres
De IAF is de wereldorganisatie van nationale kledingorganisaties, waarbij locale organisaties uit 30 landen in Europa, Noord-Amerika, Zuid-Afrika en Azië zijn aangesloten. Haar congres in Nederland zal op 27 en 28 mei 2002 worden gehouden in het aan de Dam in Amsterdam gelegen Hotel Krasnapolsky. De IAF vertegenwoordigt 150.000 ondernemingen met totaal circa vijf miljoen medewerkers. Met name activiteiten als de jaarcongressen bieden ondernemers uit de gehele wereld een unieke gelegenheid elkaar te ontmoeten en contacten te leggen. Daarom vinden de congressen steeds in een ander deel van de wereld plaats. MODINT is in 2002 voorzitter van de IAF en de organisatie van het congres hangt daarmee samen. Het congres zal worden gevolgd door een optionele studietoer van woensdag 29 mei tot en met zaterdag 1 juni met als thema "Holland mainport to Europe". Het Scheveningse Kurhaus zal daarvoor de uitvalsbasis vormen.

MODINT in 2000
Het jaar 2000 stond voor MODINT uiteraard in het teken van de fusie van FENECON en NKC. Hierdoor is een organisatie ontstaan met een bureauomzet van bijna 10 miljoen gulden, exclusief de omzet van verenigingen en stichtingen waarvoor het secretariaat wordt gevoerd. In de toekomst wil MODINT intensiever gaan samenwerken met de sectoren textiel en groothandel. Verdere uitbreiding van de organisatie wordt dan ook niet uitgesloten. MODINT streeft naar versterking van de concurrentiekracht van haar leden, doordat zij de consumenten met hun producten beter kunnen bedienen. Dit is alleen mogelijk door een betere samenwerking tussen leveranciers en afnemers in de gehele keten. De ondernemersorganisatie ziet daarbij interessante mogelijkheden in e-commerce. Datzelfde geldt voor de verdere uitbouw van websites naar dienstverlening aan de leden/klanten van MODINT. De kansen daartoe zullen door een onlangs geformeerde werkgroep in kaart worden gebracht.

Teleurstelling
De heer Mr. H. van Dalfsen, MODINT-voorzitter, is zeer teleurgesteld over de samenwerking in de keten tot nu toe binnen de Nationale Kledingdialoog, die vooral door toedoen van de grootwinkelbedrijven stagneert. Samenwerking kan zijns inziens alleen slagen als men bereid is informatie en marges met elkaar te delen. In landen als Amerika en Engeland komt dit wel goed van de grond.

Modint in cijfers:


Werkgelegenheid en omzet:
Aantal personen werkzaam bij leden: circa 18.500
Indirecte werkgelegenheid (buitenland) circa 120.000
Omzet leden in 1999 in Nederland F 5,5 miljard (groothandelswaarde)
Omzet leden in 1999 op exportmarkten F 2,0 miljard (groothandelswaarde)
Representatie totale branche in omzet 70 %


Schaalverkleining en productie:
Percentage productie buiten Nederland circa 95 %


Afzetontwikkeling kleding door detailhandel
De eerste 9 maanden van 2000:

Bovenkledingwinkels + 3 % (CBS)
Textielsupermarkten + 4 % (CBS)
Kledingverkopen in Nederland in 1999 F 19,4 miljard (retailmonitor)
Kledingverkopen in Nederland in 1998 F 19,3 miljard (retailmonitor)


Afzetontwikkeling raambekleding door detailhandel:
Verk. raambekleding 7/99 t/m 6/2000: F 1,348 miljard
Verk. raambekleding in Nederland 1999 F 1,50 miljard (CBW)
Verk. raambekleding in Nederland 1998 F 1,45 miljard (CBW)


Kledingexport:
De eerste 8 maanden van 2000 F 4,882 miljard (-4 % t.o.v. 1999)
Kledingexport in heel 1999 F 7,25 miljard (-4 % t.o.v. 1998)



De heer N.J. Haans: Onafhankelijk deskundige voor bedrijfskleding


Afstemming van kwaliteit en prijs vereist expertise

Bedrijfskleding voor grote groepen dragers vergt forse investeringen, zowel bij de aanschaf als bij aanvulling en onderhoud. Organisaties beschikken vaak niet over de deskundigheid om daarin goed onderbouwde keuzes te maken. Textiel-technisch en commercieel adviesbureau Haans B.V. te Apeldoorn biedt de expertise aan om tot de optimale verhouding tussen kwaliteit en prijs te komen. Van de diensten van het bureau wordt gebruik gemaakt door inkopende organisaties. Ook kledingleveranciers adviseren hun afnemers soms om de heer N.J. Haans als onafhankelijk deskundige in te schakelen ter ondersteuning van directie inkoopafdeling of ondernemingsraad.

Ervaring
De heer N.J. Haans begon in 1958 zijn loopbaan in de textielstad Tilburg. Hij werd weverijleider bij een groot textielbedrijf. Zijn interesse in de kwaliteitszorg deed hem besluiten in 1975 een baan te aanvaarden als overheidsaanschaffer. In die hoedanigheid kreeg hij vooral de zorg over de beroepskleding voor 40.000 politiemensen. In 1994 hield hij deze werkzaamheden voor gezien en vestigde hij zich als zelfstandige, met het doel inkoopteams mee te laten profiteren van zijn ruime ervaring.

Oriëntatie
Bij de aanschaf van bedrijfskleding is het van belang dat vanuit de gebruikerswensen wordt geopereerd. Deze zijn deels reeds te achterhalen door gebruikers te vragen naar hun ervaringen met bestaande kleding. Aan de hand daarvan kan een wensenpakket worden opgesteld, dat vervolgens met de dragers wordt teruggekoppeld. Overigens is het wensenpakket niet altijd vrij van tegenstrijdigheden. Enerzijds moet kleding goed ademend zijn, moet deze vocht opnemen en gemakkelijk gereinigd kunnen worden. Anderzijds wordt verlangd dat de kleding waterafstotend en winddicht is. Nadat ook de wensen van directie en bijvoorbeeld de marketing- en de inkoopafdeling bekend zijn kunnen de eerste ontwerpspecificaties worden opgesteld. Daarin wordt steeds getracht een goede balans te vinden tussen de diverse wensen.

Productontwikkeling
Eerst na deze oriëntatiefase wordt aan enkele ontwerpers opgedragen om, bij voorkeur in een soort competitie, voorstellen te doen voor een ontwerp. Dit wordt eigendom van de opdrachtgever en moet binnen de voorgeschreven specificaties blijven. De ontwerpen worden vervolgens naar technische specificaties vertaald, te beginnen bij stof, voeringen en fournituren en vervolgens de geconfectioneerde artikelen. Daarna worden verschillende leveranciers benaderd om in nauw overleg met de opdrachtgever deze materialen te ontwikkelen. Om tot een optimale keuze te komen worden vervolgens zo’n drie tot vijf kledingleveranciers uitgenodigd om de modellen van de designers, volgens hun ideeën, uit te werken. Richtlijnen daarbij zijn onder andere de materiaal- en artikelspecificaties, maar ook de met veel zorg samengestelde maateisen. Het is niet uitgesloten dat de ontwerper van de kledingleverancier het oorspronkelijke ontwerp functioneel bekritiseerd en voorstellen doet tot verbetering. In die zin is het een prima extra toetsing.

Bemonsterde aanbieding
Wanneer op deze wijze de eerste ontwerpen zijn geconcretiseerd worden ze aan de gebruikersgroep voorgelegd. Het komt wel voor dat gebruikers in deze fase bijvoorbeeld kiezen voor de mouwen van ontwerp A, de kraag van B en het truitje van C. Daarom worden na deze stap nieuwe eisen geformuleerd en worden de kledingleveranciers uitgenodigd om, voor rekening van de opdrachtgever, een bemonsterde aanbieding te doen voor die artikelen van het pakket, waarin ze zijn gespecialiseerd. Deze aanbiedingen worden beoordeeld op de kwaliteit, de prijs en het logistieke aanbod. Uiteindelijk wordt een keuze gemaakt uit de leveranciers. De taak van Adviseur Haans, die het hiervoor beschreven proces intensief begeleidt, houdt hier niet op. Hij controleert nauwkeurig of de afspraken exact zijn nagekomen en blijft desgewenst ook tijdens de contractduur actief om de geleverde kwaliteit in de gaten houden en eventuele geschillen te beslechten. Bovendien informeert hij opdrachtgevers over eventuele nieuwe ontwikkelingen in materialen en dergelijke. Zijn honorarium en de ontwikkelingskosten voor de opdrachtgever worden ruimschoots gecompenseerd door de bereikte verhouding tussen kwaliteit en prijs gedurende de levenscyclus van het pakket.



Intelligent textiel doet zijn intrede


Belangrijk onderzoeksitem TNO textiel

Een regenjas, die aangenaam ventileert en pas waterdicht wordt als het gaat regenen. Een ski-jack dat teveel geproduceerde lichaamswarmte opslaat en weer teruggeeft als de lichaamstemperatuur erom vraagt. Panty’s die een beenverzorgende crème loslaten. Het zijn voorbeelden van het "intelligente textiel", waar de textielreiniger in de toekomst mee te maken zal krijgen. Ongeveer twintig textielbedrijven, verenigd in Textiel Research Vereniging "De Voorzorg", investeren jaarlijks in onderzoek naar mogelijke innovaties van hun producten. Daartoe werken ze nauw samen met TNO Textiel, dat deel uitmaakt van het in Enschede gevestigde Expertex, een samenwerkingsverband van bedrijven, opleidings- en kenniscentra.

Intelligent textiel
Als eerste voorbeeld van textielresearch noemde heer Luiken het ontwikkelen van intelligent textiel, dat zich aanpast aan de behoeften van gebruikers. Als de omgevingsfactoren veranderen past het textiel zich aan. Daarbij kan men denken aan een jas waarvan de isolerende eigenschappen afnemen als de omgevingstemperatuur stijgt. Dat verhoogt het comfort. Omgekeerd is het ook aangenaam als stoffen een teveel aan warmte snel afvoeren of juist opslaan om die bij lagere temperaturen weer af te geven. Intelligente stoffen kunnen ook waterdicht worden onder invloed van (regen) water. Ook kunnen ze waterdoorlatende eigenschappen krijgen voor de afvoer van transpiratie. Net zoals sommige kunststoffen kan ook aan textiel de eigenschap gegeven worden dat het enige tijd licht vasthoudt. Dit wordt aangeduid als "fosforescentie" of "after glow". Zelfs is geheugentextiel ontwikkeld dat de vorm van de drager "onthoudt".

Vormen van intelligent textiel
Grofweg is een onderverdeling mogelijk van passieve, actieve en adaptieve intelligentie. Een voorbeeld van passieve intelligentie is textiel dat bijvoorbeeld UV straling waarneemt. Actief intelligent textiel reageert op veranderingen van de omgeving. Voorbeelden hiervan zijn lakens die een geur gaan verspreiden onder invloed van lichaamswarmte of panty's die geleidelijk een huidverzachtende crème afgeven. Voorbeelden van adaptieve intelligentie zijn een jas, die pas waterdicht wordt als het gaat regenen of kleding, die een verhoogde reflectie geeft bij hogere straling.

Aanbrengen
Intelligente eigenschappen kunnen als additief aan synthetische vezels worden toegevoegd bij het spinnen of door een combinatie van vezels, spin- en weeftechnieken. Ook is het mogelijk daarvoor verf of drukprocessen te gebruiken. Tenslotte wordt ook gebruik gemaakt van finishes en coatings. Deze kunnen micro capsules bevatten die stoffen gereguleerd afgeven, of cyclodextrines die bijvoorbeeld rook of zweetgeur gecontroleerd kunnen opnemen. Zogenaamde phase change materials kunnen worden toegevoegd om warmte te reguleren. Bij verschillende temperaturen verandert daardoor bijvoorbeeld de structuur van het materiaal, waardoor er meer of minder isolatie ontstaat.


2