COLUMN




Dansende olifanten

Waar olifanten dansen wordt het gras geplet. De donkere maanden rond kerst waren goed voor opvallend bedrijfsnieuws. SAB Fashion te Geffen op de fles, Central Clothing Group te Vianen geploft. Laten we niet vergeten dat het bij een faillissement of bedrijfsbeëindiging vooral om mensen gaat die het beste van zichzelf geven. Beide bedrijven waren markant. SAB had een lange traditie van leveren aan C&A en was een grondig bedrijf met de laatste jaren een management dat een sterk gevoel had voor het optimaliseren van bedrijfsprocessen. Central was als zoveel bedrijven, voortgekomen uit de snelle confectie maar had een geslaagde slag naar de merkenmarkt gedaan. Toch konden beide bedrijven op zowel afzetmarkten als in productiemarkten niet alles voor zijn. In elk geval de les dat je als bedrijf moet proberen je toekomst in eigen hand te houden. Dat vergt allereerst risicomanagement maar ook een gezonde financiële basis. Het vraagt ook om een brede klantenportefeuille en een strakke controle over toeleveranciers.

Enkele weken later en enkele kilometers verder naar het zuiden bekokstoven drie heren het samengaan van UFM, van Gils en Vilenzo. Een briljante zet, zoals in het kaartspelen niet vaak voorkomt. Je herkent er de hand in van meerdere meesters die nu elk met hun eigen talent het nieuwe triumviraat van Vilenzo vormen. Je vindt daar ondernemerschap, marketingflair en financiële degelijkheid. Vilenzo heeft met deze slag succesvol de slag van private label leverancier naar uitgever van merken gemaakt.

Wat leren we hiervan. De Nederlandse modesector maakt een slag van private labelfabrikanten en "catch-all" spelers naar merkproducenten die een keuze maken. Ja dat roepen we al jaren, maar het lijkt er nu op dat de slag echt gemaakt wordt en dat een aantal bedrijven boven is komen drijven die weten dat ondernemerschap in de mode bestaat uit het opbouwen van een identiteit en het beheersen van een logistiek proces. Mode is niet anders dan effectief (en dus snel) een grote variatie aan producten met een eigen gezicht van schap tot schap te brengen, en dan liefst ook nog in de klerenkast.

De dans van de olifant wordt soms op kousenvoeten gedanst, en het geplette gras ligt vaak bij de buren. De slag om de Europese markt wordt nu pas echt geleverd. Nederland weet zich met verve daarin te positioneren, maar het blijft vechten. Dat houdt een sector scherp en dat is goed. Slapende olifanten maken op niemand indruk.

Dr. Michiel Scheffer, Cadmeia