|
Kattenburg Corporate Fashion Services
De synergie van een fusie
De huidige corporate imagekleding is ontstaan uit de vroegere uniformkleding. Kattenburg-Uniforcé, gerenommeerd leverancier van bedrijfsuniformen, en corporate imagekleding is per 1 januari 2000 gefuseerd met Corporate Fashion Services, het verzelfstandigde kledingbedrijf van de vroegere PTT. Daarmee werden confectie-technische en logistieke know how samengebald in een krachtige organisatie die zon 160.000 dragers van bedrijfskleding voorziet.
Corporate imagekleding
"Corporate image kleding wordt klantspecifiek op basis van het bedrijfsimago ontworpen. Ook al zou men er eventuele logos van verwijderen, dan nog blijft deze herkenbaar verbonden met het bedrijf, en derhalve onverkoopbaar aan derden". Het in 1856 opgerichte bedrijf Kattenburg heeft zich vele jaren geleden gespecialiseerd in de ontwikkeling en productie van uniformkleding en heeft diverse aansprekende organisaties al sinds jaar en dag als klant. PTT post was één van haar afnemers, en beschikte over een eigen afdeling product management en quality control. Deze werd verzelfstandigd na de privatisering van het post- en telefoonbedrijf, tegenwoordig bekend als KPN en TPG. Met deze verzelfstandiging ontstond ook behoefte aan een modernere, meer eigentijdse outfit. KPN, PTT Post en TNT hadden creatieve en deskundige ontwerpers ingeschakeld om een pregnante huisstijl te ontwikkelen voor haar gebouwen, voertuigen, briefpapier en dergelijke en gaf Corporate Fashion Services opdracht daarbij passende kleding te ontwerpen. Het resultaat vormde een fraai visitekaartje voor de nieuwe verzelfstandigde bedrijven.
Logistiek
Het kledingbedrijf van PTT Post verloochende haar afkomst niet en ontwikkelde een ijzersterk logistiek concept om het enorme leger postbestellers door geheel Nederland van kleding te voorzien. Kort gezegd komt het erop neer dat de circa 35.000 dragers middels een postorderformule uit een speciale catalogus kunnen bestellen. De kleding wordt binnen drie dagen na bestelling op het huisadres afgeleverd en betaald met budgetpunten, die periodiek door de werkgever worden verstrekt. Tijdens kantooruren kunnen dragers voor eventuele vragen, opmerkingen en service terecht bij een speciaal callcenter. Deze aanpak geldt voor alle kleding en accessoires en neemt alle rompslomp bij de opdrachtgevers weg.
Fusie
Kattenburg en Corporate Fashion Services besloten hun krachten te bundelen, om daarmee synergie te bereiken. Ook voor de klanten van het gefuseerde bedrijf staat het hiervoor beschreven logistieke apparaat, met moderne IT ondersteuning ter beschikking. En zeer binnenkort wordt daar, middels het internet, nog interactiviteit aan toegevoegd.
Het bedrijf concentreert zich vooral op representatieve kleding lijnen en casual werkkleding en minder op bijvoorbeeld beschermende kleding. Daarbij ligt het accent sterk op een hoogwaardige productkwaliteit.
Om één en ander te realiseren beschikt men over goed gemotiveerde, professionele medewerkers en wordt samengewerkt met een arsenaal aan bekende ontwerpers.
In Pijnacker beschikt men over een redelijk grote productieafdeling voor bemonstering en het vervaardigen van kleinere collecties. De 45 medewerkers van Corporate Fashion Services zijn verhuisd naar het bedrijf in Pijnacker, dat zelf reeds 90 medewerkers telde. Het bedrijf focust vooral op organisaties met minimaal zon duizend dragers van bedrijfskleding. Totaal werd in 1999 een jaaromzet van 75 miljoen gulden aan bedrijfskleding gerealiseerd. Dit cijfer kan worden uitgesplitst in 40 grote en zon 250 kleinere klanten. Totaal dragen omstreeks 160.000 mensen bedrijfskleding van KCFS. Naast PTT Post, KPN Telecom en TNT (wereldwijd) telt het klantenbestand van het bedrijf ook klinkende namen als de ABN AMRO bank, ING Bank, de Nederlandse Spoorwegen, gemeentelijke- en streekvervoersbedrijven, maar ook het gevangenis-wezen. Onlangs mocht KCFS het busbedrijf Connexxion (10.000 dragers) in haar klantenkring opnemen.

|
 |
| 1 |
Innoveren in clusters: een nieuwe benadering?
Clusters worden vaak in verband gebracht met technologische innovatie. Mijn eerste kennismaking met het woord cluster was het begrip clusterbombardement tijdens de Golfoorlog. Uit de buik van een bommenwerper komt een mand met explosieven die zich weer opdelen en een landingsbaan geheel in gruzelementen slaat. De clusters die in het technologiebeleid worden gehanteerd hebben een andere lading en het is niet verwonderlijk dat het Ministerie van Economische Zaken op 6 december jl. daar een dag aan wijdde. Ook de textiel- en kledingsector werd daar als mogelijk innovatieve sector herkent.
Welnu, innovatief daar kun je verschillend over denken. Noch de textielsector noch de kledingsector zijn koplopers in innovatie. Ook al geeft de sector gemiddeld 5% van haar omzet aan productontwikkeling uit, het percentage dat naar fundamenteel onderzoek gaat is minder dan 0.5%. Dan spreken we over onderzoek dat zich richt op commerciële producten op een termijn van twee jaar of meer. Het beeld op Europees niveau is nauwelijks gunstiger. Ook merken we dat de textiel- en kledingsector laag scoort in het gebruik van innovatiesubsidies. Dat geldt zowel op nationaal als op Europees niveau. Bovendien zien we ook nog dat een beperkt aantal bedrijven een groot deel van de inspanningen levert. Streep Stork, DSM en Acordis weg en je houdt buitengewoon weinig over.
Samenwerking in innovatie
Het is dan niet verwonderlijk dat zowel de Europese Commissie in haar actieplan (het zogenaamde plan Bangemann) als het Ministerie van Economische Zaken in haar innovatiebeleid probeert de textiel- en kledingsector mee te krijgen. Ook op Avantex werd de filosofie van samenwerking in innovatie veelvuldig over het voetlicht gebracht. Dahlstrom was daar vanuit Freudenberg heel helder over, maar ook sprekers van Acordis, Schoeller en W.L.Gore waren daar heel uitgesproken over. Kennisdelen is niet alleen kennis vermeerderen. Ook geldt dat verticale samenwerking in productontwikkeling kan bijdragen tot een beter gevoel voor vermarkting van innovatieve toepassingen en dus tot kortere "time to market" periodes en dus ook lagere risico´s voor innovatie.
De dragers voor innovatie zijn zondermeer te herkennen. De digitale revolutie is de motor achter concepten als ketenomkering en massaindividualisatie. Made to measure concepten zoals ontwikkeld door Hout/Brox, Stork en UFM (zie column) zijn daar een voorbeeld van. Nederland loopt daar zeker niet in achter als je ook nog kijkt naar de inspanningen van Van Winkel Fashions en een expertise die ligt bij een bedrijf als KCFS. Er wordt druk geëxperimenteerd en men heeft ook de koopmansgeest dat het geld moet opleveren. We hebben echt nog niet alles gezien, er kan nog veel meer gedaan worden om in drie dimensies de consument te verleiden.
Milieu
Milieu is een tweede drager van innovatie. Het gaat daarbij om het ontwikkelen van vezels met een langere gebruiksduur, zoals bij Viscose bereikt kan worden door het beheersen van fibrillering. Het kan ook gaan om het ontwikkelen van materialen die beter gerecycleerd kunnen worden. Of het kan gaan om nieuwe ketenconcepten die duurzamer zijn. Het sushouse project (www.sushouse.nl), uitgevoerd door de TU Delft heeft daartoe de nodige bouwstenen aangeleverd.
Clusterbeleid
Clusters, ze bestaan in Nederland in de textiel. Zowel de clusterdag in 2000 als de kennisdag in 1999 bracht aan het licht dat er veel kennis in Nederland bestaat, maar dat er te weinig verbindingen worden gelegd. Het eerste opvallende kenmerk is de aanwezigheid van fundamentele kennis, zoals kennis van materialen aan de TU Twente, en kennis van zeer sterke vezels en hun constructieve toepassingen aan de TU Delft. Kennis van logistieke processen vinden we aan alle TU´s maar ook bij het telematica instituut en aan de Universiteiten van Rotterdam en Tilburg. Kennis van duurzame en ergonomische productontwikkeling bestaat zowel bij de TU Delft als aan de TU Eindhoven. De Landbouwuniversiteit Wageningen heeft kennis van kleding en gezondheid (allergieën...) maar ook kennis van de toepassing van agrarische gewassen.
Het tweede kenmerk is dat er in Nederland nog steeds een aantal leiders zijn in bedrijfsmatig onderzoek. We spreken dan van DSM en Acordis op het gebied van vezels en van Stork op het gebied van ink-jet technologie. Unilever is wereldleider in de kennis van huishoudelijke reinigingstechnieken. Ook kunnen een aantal innovatieve clusters herkend worden zoals in de tapijtsector in Genemuiden (o.a. kunstgras). In bedrijfskleding is nog een volledige productiekolom aanwezig, van vezelontwikkeling tot doekfabricage en confectie. In druktechnieken zou Stork de bindende factor kunnen zijn tussen textieldrukkerijen, confectiebedrijven in de korte termijnmarkt en innovatieve retailconcepten. In technisch textiel hebben naast Acordis en DSM een aantal bedrijven zich gespecialiseerd in hoogwaardige toepassingen zoals binnen de Ten Cate groep maar ook bij Parabeam (deel van Gamma Holding) en bij Innofa in Tilburg.
Samenwerking
Het bij elkaar brengen van deze krachten, dat is als het ware clusterbeleid. Dat is niet eenvoudig. Partijen in de keten spreken verschillende talen en hebben ook vaak verschillende belangen en zijn ook vaak gewend eerder tegenover elkaar te staan dan naast elkaar. Om elkaar te vinden is vaak een derde partij nodig. Om samen iets van de grond te krijgen is ook een makelaar en bemiddelaar nodig. Innovatie vraagt vaak om een extra inspanning, noem het extra denk- en vuurkracht. Daar waar het MKB dat vaak niet uit eigen kring kan vinden en de grote multinationals vaak te dominant zijn om een cluster bij elkaar te houden heeft de overheid vaak de taak als makelaar op zich genomen maar ook om een ondersteuning te leveren aan samenwerkingsverbanden. Subsidies: je wordt er niet rijker van, maar zowel nationale als Europese subsidies maken samenwerkingsverbanden betaalbaar. Het subsidiespel vraagt om een gedegen voorbereiding en een goede begeleiding, maar daar bestaan ook deskundigen in.
Clusterbeleid, het klinkt praktischer dan het lijkt.

|
 |
| 2 |
Over portalen en zo
Het betreden van de electronische snelweg wordt voor veel bedrijven bemoeilijkt door begripsverwarring en indianen-verhalen. De eerste vraag die je je als bedrijf moet stellen is niet zozeer wat moet ik met Internet. De eerste vraag die je je moet stellen is: wie ben je en wie wil je zijn. De waarde van Internet of van "web-enabled tools" (engels voor applicaties die door Internet mogelijk worden gemaakt) is, de interne organisatie en/of de communicatie met klanten-leveranciers te verbeteren. Van een illusie zijn we al af. Het wereldwijde web is om wereldwijd te communiceren voor de meeste bedrijven een illusie. Alleen A-Merken weten een redelijke traffic (aantal bezoekers) te genereren. De Internetsite is een goedkope variant van de folder met eventueel een groter bereik tegen lagere kosten dan een gedrukte folder, maar de toegevoegde waarde in het bedrijfsproces blijkt gering.
De eerste les van Internet is dat een site of een applicatie pas interessant is als je er zeer regelmatig naar gaat kijken of mee werkt. De crux van Internet is immers de interactiviteit (het element van discussie). Daarom wordt er zoveel waarde gehecht aan "content" (inhoud), dat wil zeggen veel, correcte en actuele informatie. Ook wordt het daarom belangrijk gevonden dat transacties via Internet worden ondersteund. Tenslotte wordt communicatie over en weer belangrijk gevonden: in elk geval per e-mail, in chatgroupen of in nieuwsgroepen of fora. Dat zijn dus de drie kernelementen van een goede site: actuele informatie, transactieondersteuning en discussie.
De tweede les is dat Internet pas interessant is als je niet je secundaire proces op Internet zet (de P.R.), maar het primaire proces (marketing, sales en aftersales). Op het moment dat de organisatie overgaat van papier naar electronische communicatie, ga je zowel voldoende traffic genereren als ook content aanbieden. Een belangrijk uitgangspunt is dat alle informatie in een bedrijf vaak al electronisch bestaat: printen en een postzegel plakken kost meer tijd dan een e-mail bericht. Een aardig voorbeeld van de toepassing van Internet in het primaire proces vond ik in Slowakije. Een groot bedrijf heeft twee vestigingen, één waar de patronen en intekeningen worden gemaakt, de andere waar het snijden plaats vindt. Het opzetten van een netwerk en een eigen lijn was te kostbaar. Men heeft er toen voor gekozen om een kleine website voor de snijzaal te maken waar de CAD/CAM afdeling de intekeningen heen stuurt. Vanuit die website worden de bestanden afgehaald (downloaden) voor de snijtafel. Deze oplossing wordt door slechts 12 personen gebruikt, maar wordt wel 100 keer per dag bezocht.
Transactieverkeer
Er bestaat een grote verwarring over het nut van transactieverkeer over Internet. Zolang we ons fixeren op werkelijk gekochte spullen via een web-handeling dan valt dat reuze mee. Toch kan Internet een belangrijke rol spelen in de oriëntatie van de klant of in de orderafhandeling. Zo worden er weinig vliegtickets bij KLM per Internet besteld maar veel klanten oriënteren zich op het reisschema via Internet. Voor veel consumentenelectronica is veel productinformatie en aftersales beschikbaar via Internet. Daarnaast geeft Amazon een goed voorbeeld van echt aankopen via het net. Voor bedrijven is het zaak zich niet teveel te richten op transacties met consumenten (B2C), waar nog veel koudwatervrees bestaat. Het optimaliseren van transacties tussen bedrijven (B2B) biedt veel mogelijkheden. Het gaat hier feitelijk om transactieverkeer opzetten in een meer gebruikersvriendelijke omgeving dan EDI berichten, maar eventueel wel voortbouwend op een EDI systematiek.
Zelf het web opgaan is zinvol als men een zeer sterke merknaam heeft of een kleine schare trouwe klanten en leveranciers waarmee men berichtenverkeer opzet. Er is de laatste jaren veel te doen geweest om plaatsen te creëren waar veel bedrijven elkaar kunnen treffen en informatie uitwisselen of meer. Er is de laatste jaren sprake geweest van een exponentiële groei in het aantal portalen, marktplaatsen en communities. Ook in de modesector breken ze door, met Etexx (www.etexx.com) als mooi voorbeeld. In Nederland krijgen we Fashionworld, Fashionconnect en Retailer.nl naast een aantal brancheorganisaties die feitelijk een portaal zijn zoals Modint, maar ook Contec. Bij portalen, marktplaatsen en gemeenschappen draait het er om veel bezoek te genereren en als doorverwijsplaats naar individuele ondernemingen te fungeren. Het gaat hier ook om drie functies aan te bieden: inhoud, transacties en forum. Bij portalen, marktplaatsen en communities hebben de drie functies een verschillend gewicht. Portalen zijn eigenlijk niet meer en niet minder dan toegangspoorten tot een sector of een thema. Je moet eigenlijk denken aan de ingang tot het kermisterrein. Op het terrein staan allemaal zelfstandige ondernemers met hun eigen stand, het portaal biedt toegang tot deze ondernemers die zelf verantwoordelijk zijn voor de inhoud. Startpagina is een mooi voorbeeld van een dergelijk portaal. Aanvullend biedt een portaal ook inhoud in de vorm van nieuws die zelf wordt samengesteld of wordt ingekocht. Bij veel portalen staat de inhoud centraal, en de doorverwijsfunctie naar bedrijven. Het gaat dan om directories (adresboeken) en banners (reclame-uitingen). Er zijn in de modesector wereldwijd niet minder dan 80 portalen, in Nederland zijn er een vijftal.
Marktplaatsen gaan verder in het ondersteunen van transacties. Het gaat er niet alleen om het vinden van bedrijven maar ook om het inzicht te krijgen in vraag en aanbod. Ook kan er in een marktplaats echt een bestelmogelijkheid worden opgenomen waarbij toegang wordt gegeven tot een catalogus en een ordertraject wordt gefaciliteerd. Om het onderscheid van het portaal duidelijk te maken is het goed een marktplaats te definiëren als een plaats (een internet site) waar daadwerkelijk gekocht-verkocht kan worden. In de modesector wordt hard aan marktplaatsen gewerkt. EC-Gate heeft er een blauwdruk en Fashionworld en Fashionconnect zijn bezig de overgang van portaal naar marktplaats te maken. Communities zijn mensen en organisaties die een gemeenschappelijk belang hebben. Centraal staat hier het delen en uitwisselen van informatie, of het gezamenlijk werken aan een eindproduct. Klassieke gemeenschappen zal men vooral in een research & development sfeer tegenkomen of in politieke organisaties (dat kunnen ook brancheorganisaties zijn). De forum functie staat hier centraal en de inhoud en transactiedimensie zijn vaak ondersteunend.
De drie begrippen worden vaak door elkaar gehaald. Het is zinvol te stellen dat de drie verschillende trefpunten een verschillend accent hebben. In een portaal staat de informatie en doorverwijsfunctie centraal. Bij de marktplaats gaat het echt om het faciliteren van transacties. In gemeenschappen staat samenwerken op de voorgrond. Voor een modeonderneming kan de keuze voor elk medium verschillend uitvallen. Een portaal is handig als men enkel naamsbekendheid wil vergroten en de collectie zich niet leent voor elektronische verkoop (lange doorlooptijden). In gaan op een marktplaats is vooral nuttig als regelmatige transacties zinvol zijn. Gemeenschappen kunnen van belang zijn in een tijdelijk samenwerkingsverband met een gedeeld doel (het met meerdere bedrijven ontwikkelen van een corporate identity pakket).
Wie zich op dit moment oriënteert op portalen, marktplaatsen en gemeenschappen heeft een keuzeprobleem. Om te kiezen zijn een aantal elementen van belang. Ten eerste is het handig om te zoeken naar een portaal waar ook een klassiek bedrijf of organisatie achter schuil gaat (een zogenaamde brick & mortar bedrijf). Deze zijn kapitaalkrachtig genoeg om degelijk met het medium om te gaan en hebben een langere adem. Ten tweede is het logisch eerst te kijken naar de traditionele spelers (vakbladen, brancheorganisaties, beurzen) die ervaring hebben met informatieoverdracht, evenementen en advisering. Het gaat niet alleen om goede content maar ook om vertrouwen in de branche. Ten derde is het goed te kijken welke andere bedrijven participeren, maar daar moet je je niet op blindstaren anders wacht iedereen op elkaar. Tenslotte is het goed om te kijken naar de kwaliteit van informatie en van diensten. Dat laatste is gek genoeg niet het belangrijkste omdat er op dit terrein de snelste ontwikkelingen zijn.
Hoe verder. Een combinatie van niet stil zitten maar ook niet overhaast beslissen. Ervaring opdoen is buitengewoon belangrijk al was het maar om kennis te nemen met wat wel en niet werkt. Ook van belang is het om vooraf een inzicht te vormen van wat men zou willen. Waar kan Internet in het interne of het externe proces leiden tot marktvergroting of optimalisatie van processen. Van belang is het om zich niet dol te laten maken door aanbiedingen maar te zoeken naar een partner waarmee de strategie van de onderneming gediend wordt.

|
 |
| 3 |
Mysap.com global marketplace
Speciale oplossingen voor de kleding en de schoenenbranche
Aanbieders van ERP-software voor de textiel- en kledingbranche wijzen terecht op de bijzondere eisen die juist deze branche stelt. De mode vraagt voortdurende wisseling van collecties, onderscheid naar kleuren en maten en andere specifieke zaken die een goede resource planning extra compliceren. Contec Update sprak met Dhr. ing. E. Brouwer CPIM, Product Consultant Industry en Mevr. K. Venverloo, Public Relations Manager.
SAP
Eén van de grote namen in ERP-software is het wereldwijd opererende SAP AG. Het bedrijf is qua grootte het derde softwarehuis ter wereld en werd in 1972 opgericht door vijf voormalige system engineers van IBM. Anno 2000 heeft SAP ruim 22.000 mensen in dienst, op locaties in 50 landen en maken 13.000 bedrijven in meer dan 100 landen gebruik van SAP software. SAP ging in 1988 naar de beurs en is gestaag blijven groeien. Met name de afgelopen vier jaren worden gekenmerkt door snel opeenvolgende productontwikkelingen. Het lijdt nauwelijks twijfel dat de expansie van het bedrijf in belangrijke mate te danken is aan het generieke karakter van haar producten, waardoor ze in vele branches inzetbaar is. Er zijn immers vele parallellen tussen bedrijfsprocessen, ongeacht de branche.
Branche specifiek
SAP is uiteraard uitstekend op de hoogte van de situaties waarvoor algemene oplossingen tekort schieten. Daarom volgt het bedrijf al meer dan vijf jaar een branchegewijze strategie. SAP heeft mede daardoor ook grote klanten in de modebranche, zoals Vanity Fair, Nike, Reebok en Adidas. Het bedrijf ontwikkelde een speciale Apparel and Footwear Solution (AFS) om, naar haar eigen woorden, "concurrentiekracht te verbeteren in een voortdurend veranderende omgeving." Daarbij worden speciale oplossingen geboden voor material requirements planning (MRP), rekening houdend met de structuur van de producten zoals stijlen, kleuren en maten, die kenmerkend zijn voor de modebranche. Maar ook voor subcontracting, private labels en andere zaken, die vrij branche-specifiek zijn, worden oplossingen aangeboden. AFS kan gemakkelijk, via SAP interfaces, worden gekoppeld aan externe CAD-systemen, bijvoorbeeld voor informatie over het inleggen van patronen. Ook in het distributietraject biedt SAP branchespecifieke oplossingen aan.
Marketplace
De cycli voor productontwikkeling worden korter en overlappend, omdat klanten om kortere responsetijden vragen. Maar afnemers stellen hogere eisen aan kwaliteit voor een lage prijs. De informatie- en communicatie-technologie biedt hier de helpende hand door directe verwerking van orders, ook over lange afstand, mogelijk te maken. Bedrijven, partners en klanten vertrouwen in toenemende mate op het internet als drager van business to business processen, marketing en verkoop. De toenemende globalisering resulteerde in systemen die het mogelijk maken om goederen en informatie doelmatig en betrouwbaar uit te wisselen.
Hierdoor treedt een snelle verandering op in de rol van de diverse spelers in de keten. De vraag naar beperking van kosten gaat hand in hand met de constante druk om snelheid en kwaliteit van service te vergroten. Een belangrijke manier om aan deze toenemende druk het hoofd te bieden is het aangaan van strategische allianties binnen de keten, vooral om beter in te spelen op de toenemende invloed van de wensen van de klant op de markt. De bindende factor in dit proces is de virtuele marketplaces, die op het internet verschijnen. Dit is een ontwikkeling waarin mysap.com een hoofdrol speelt. Marketplaces kunnen volledig operationeel gemaakt en gehouden worden door SAP, maar in veel gevallen worden joint ventures aangegaan met de branche. Bedrijven behoeven niet over SAP backoffice software te beschikken om via mysap.com transacties uit te voeren. Eventueel is zelfs conversie mogelijk van en naar eigen ERP-systemen. Wie kennisneemt van het geheel van best practice oplossingen die SAP biedt voor de modebranche loopt echter het risico dat als een gemiste kans te ervaren.

|
 |
 |
|
|