| E-FASHION BUSINESS 2001 31 oktober 2001 Na een geslaagde eerste E-Fashion Business dag, die vorig jaar november plaatsvond in Eindhoven, vindt er op 31 oktober a.s. een tweede E-Fashion Business plaats. De organisatie van deze dag is in handen van Stichting Confectie Technicum. E-zaken doen Electronisch zaken doen neemt een steeds belangrijkere plaats in de gehele bedrijfskolom in. Internet toepassingen maken een explosieve groei door. De marktvraag gaat het voortbrengingsproces meer dan ooit domineren. Deze tweede E-Fashion Business Technology Update dag geeft u een inzicht in de huidige stand van zaken. Geen toverformules, wel een heldere kijk op praktisch gebruik van vooruitstrevende technologie. Belangstellenden kunnen zich voor nadere informatie wenden tot de organisatie: tel. 0344 652441 |
||
| De realiteit na de ramp in VolendamStudiedag brandgedrag van Textiel en Kleding Op 29 mei jl. had het Nederlands Textielinstituut een studiedag georganiseerd naar het brandgedrag van textiel en kleding. Dit naar aanleiding van de ramp in Volendam en de berichten in de kranten dat de kleding een substantiële rol had gespeeld bij de ramp. Hoe gevaarlijk is kleding en textiel en welke betekenis voor het verminderen van het brandgevaar kan het gebruik van brandvertragers hebben? Sprekers uit de wereld van wetenschap en industrie probeerden op de studiedag antwoord te vinden op deze en andere vragen, terwijl de overheid aanwezig was om te verklaren waarom de regelgeving in Nederland achterloopt bij die in het buitenland. Als locatie voor de studiedag voor het brandgedrag van textiel had het Textielinstituut heel toepasselijk het Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding (Nibra) gekozen. In de loop van de dag bleek al snel dat de sprekers het betrekkelijk met elkaar eens waren over het feit dat textiel gemakkelijk brandt. Men verschilde echter van mening in welke mate brandbaar textiel een rol speelt bij het maken van dodelijke slachtoffers en de getallen moesten hierover uitsluitsel geven. Over de oorzaken van brand en brandwonden en de rol van de mens hierin, werd uitgebreid gesproken. Hoewel er meerdere oorzaken zijn aan te wijzen, is in de meeste gevallen (61%) verkeerd menselijk handelen de directe oorzaak voor brand. Maar de oorzaak van een brand en de uitbreiding ervan zijn twee dingen. Volgens een onderzoek dat de heer Hagen van het Nibra presenteerde, vindt uitbreiding van brand meestal plaats door stoffering, meubilering en de aanwezigheid van een matras. In tegenstelling tot Groot-Brittannië worden in deze onderdelen in Nederland geen brandvertragende middelen gebruikt. De nieuwe normen bij bankstellen hebben in Groot-Brittannië ongeveer 1.860 mensenlevens gered, terwijl volgens de gegevens er 5.770 minder gewonden waren. Onthutsende cijfers en men vraagt zich af waarom de Nederlandse overheid hier niet op reageert. Dat de overheid niet lijdzaam toeziet bleek uit de voordracht van de heer Van Leent van de Keuringsdienst van Waren. Er bestaat een convenant brandveiligheid nachtkleding, waarin bedrijfsorganisaties verplicht zijn slechts nachtkleding aan de consument aan te bieden die brandveilig is. De heer Kaptein van de Vereniging van Grootwinkelbedrijven (VGT) zag de noodzaak van de toepassing van brandvertragers en het gebruik van labeling van kleding niet zo. Labels worden niet of nauwelijks gelezen en brandvertragers hebben schadelijke milieueffecten. Daar van de 12.000 behandelde brandwonden er slechts 110 waren waarbij de kleding een rol speelde, was dit gegeven voor hem voldoende om aan te bevelen de situatie te laten zoals ze is. Enig gemor uit de zaal kon hierna niet uitblijven, want men vroeg zich af sinds wanneer het gedrag van de consument uitgangspunt is bij het bepalen van een officieel beleid. Ondanks het feit dat oude brandvertragers op basis van broom schadelijke milieueffecten hebben, is de industrie druk doende nieuwe te ontwikkelen en deze op de markt te brengen. Door de ramp in Volendam had de studiedag een bepaalde actualiteit. Een beschrijving van die ramp door een specialist uit een brandwondencentrum werd node gemist. De discussie bleef hangen op cijfers. Tijdens de discussies werd geen duidelijk onderscheid gemaakt tussen textiel en kleding en tussen branden en schroeien. Voor woontextiel lijken gepaste wettelijke maatregelen op hun plaats, terwijl voor kleding het schroeien misschien nog meer een gevaar vormt dan het branden. Hoewel de heer Kaptein van de VGT labeling niet noodzakelijk vond en er volgens hem bovendien een prijskaartje van 1 a 1,5 cent aanhing, bleef de vraag onbeantwoord waarom men in onder andere Zweden en Engeland wel tot labeling is overgegaan. |
||
| Jaarvergadering Modint in de hoofdstad De nieuw gebouwde Passengers Terminal Amsterdam vormde op donderdag 14 juni jongstleden het fraaie decor voor de jaarvergadering van Modint. De zomerse weersomstandigheden gaven een extra feestelijk tintje aan de samenkomst, die begon met een gezellige lunch in het restaurantgedeelte op de eerste verdieping van het transparante gebouw. Voor de vergadering schudden bekenden elkaar de hand, om daarna aandacht te kunnen geven aan het zakelijke gedeelte. Toen Modintvoorzitter, de heer Harry van Dalfsen zijn openingswoord begon was de zaal dan ook vrijwel tot de laatste plaats bezet. Na de jaarrede volgde een flitsende multimedia presentatie over het congres van de wereldwijde organisatie IAF, dat in 2002 in Nederland, meer bijzonder Amsterdam, zal worden gehouden. De indrukwekkende, op eigentijdse wijze vormgegeven presentatie gaf een goed beeld van het voorgenomen programma en was tevens een prachtig visitekaartje voor Nederland en haar mode-industrie. Onder de titel "De economie van de modeconsumptie" werd vervolgens een interessante presentatie gehouden door Professor Drs. Ing. Henk Gianotten. In het bijzonder ging hij in op de mate waarin retailbedrijven de moderne consument met hun ambiance weten te boeien. En naar zijn mening kan onder andere de modebranche daarbij nog wel wat impulsen gebruiken. Na een korte pauze voegden ook een aantal "Grand Seigneurs" zich bij de aanwezigen om samen met vakgenoten, pers en anderen getuige te zijn van de uitreiking van de nieuwste "Grand Seigneur" aan het modehuis Claudia Sträter. Degenen die de prijs namelijk eenmaal mochten ontvangen blijven voor het leven Grand Seigneur en daarom namen ze ook op de eerste rijen plaats. Mede door deze prijsuitreiking vormde de jaarvergadering een afwisselende en vooral informatieve bijeenkomst, die werd afgesloten met een gezellig drankje, aangeboden door het juist onderscheiden bedrijf. |
||
| Samenwerking in de keten komt onvoldoende van de grond Modint voorzitter waarschuwt voor teveel optimimisme. Tijdens zijn jaarrede sprak MODINT-voorzitter Mr. Harry van Dalfsen zijn teleurstelling uit over het onvermogen van de kleding branche om point of sales informatie uit te wisselen tussen detaillisten en leveranciers. Hij maakt zich zorgen over de verharding in de branche die niet bijdraagt aan het keren van de relatieve terugloop van het kledingverbruik in de totale consumptie. Samenwerking "Laten we ons niet in slaap laten wiegen door groeicijfers van 4 tot 5 procent vorig jaar, of van 8 procent in de eerste maanden van dit jaar", zo stelde de preses. "Uit vorige cycli weten we dat bij afnemende economische groei of bij een recessie consumenten als eerste bezuinigen op hun kledinguitgaven. De onzekerheid van de consument zal waarschijnlijk toenemen, niet zozeer in de paskamers, maar vooral in de portemonnee." Hij gaf aan dat MODINT onverminderd zal doorgaan met pogingen een betere samenwerking in de branche te bereiken. Krachtens recente afspraken zullen MITEX en MODINT daarin samen het voortouw gaan nemen. De concurrentie op detailhandelsniveau is hevig, vooral in het middenveld waar de filiaalbedrijven en warenhuizen opereren. De druk op de marges wordt daar hoger en recent moest de branche ervaren dat de vraagzijde haar macht tracht te gebruiken om deze op leveranciers af te wentelen. Mr. van Dalfsen hierover: "Af en toe gaat dit op botte wijze, zoals met name C&A en Marca onlangs presteerden." Leveranciers hebben niet direct een alternatief voor verloren afzet. Bovendien is het afwentelen geen oplossing, evenmin als het eenzijdig dicteren van inkoopvoorwaarden. Voor MODINT is dit reden genoeg om nog eens te gaan praten over de rolverdeling in de keten. Buitenland Het proces van interne organisatie ligt goed op koers en met 65 medewerkers en een bureauomzet van 10 miljoen gulden vormt MODINT een krachtige ondernemersorganisatie voor leveranciers van kleding, modeaccessoires en interieurtextiel. De buitenlandse afzet zal naar verwachting een positieve ontwikkeling doormaken. Een recente, succesvolle missie naar Polen en gezamenlijke presentie van de MODINT-sectie HC&W op de A+A beurs vormen onderdeel van het export promotiebeleid. Per jaar wordt voor ongeveer 7,5 miljard gulden aan kleding uitgevoerd, met de grootste stijging binnen de Europese Unie. Deze stijging is naar de mening van spreker noodzakelijk om de gevolgen van de volledige liberalisering van het handelsverkeer van textiel en kleding over vier jaar op te vangen. De Europese regelgeving is naar zijn mening nog vaak een frustrerende warboel, met name waar het gaat om de bescherming van de gezondheid van de consument. Zo zijn bijvoorbeeld voor AZO verfstoffen, cadmium, nikkel en PCB’s de grenswaarden overal in Europa nog verschillend en harmonisatie in de toepassing van de Europese regelgeving is ver te zoeken. Passende kleding Mr. van Dalfsen betreurt dat nog veel kleding niet tegen een redelijke prijs wordt verkocht omdat deze niet past of gewoon blijft hangen. De tijd begint te dringen om daarin verandering te brengen, want buitenlandse spelers winnen terrein ten koste van de Nederlandse bedrijven. Dezer dagen zullen nieuwe maattabellen worden geïntroduceerd, die de gevolgen van slechte pasvorm hopelijk voor een groot deel kunnen oplossen. Betere maattabellen werken ook in het voordeel van e-commerce. De informatietechnologie leent zich bij uitstek voor een integrale ketenaanpak. Daarvoor is een lange termijn visie nodig op de ontwikkeling van de bedrijfstak en op de mogelijkheden van elektronisch zakendoen, want naar de mening van spreker staat de wereld nog maar aan het begin van de elektronische revolutie. MODINT probeert op dit gebied een brug te slaan tussen particuliere initiatieven, de branche als geheel en de overheid en zal daarbij nauwer samenwerken met MITEX. |
||
| Jury prijst consequente focus op vast omlijnde doelgroep Claudia Sträter ontvangt de Grand Seigneur Tijdens de jaarvergadering van ondernemersorganisatie MODINT werd, na een onderbreking van twee jaar, weer de Grand Seigneur uitgereikt. De sculptuur, die wordt gezien als de hoogste onderscheiding op modegebied in Nederland, werd uitgereikt aan de heer Jan van Born van Claudia Sträter. De jury prees in haar verslag het modeconcept van het bedrijf, dat al vanaf de beginfase met grote deskundigheid en integriteit op consequente wijze ruim 25 jaar is doorgevoerd. Grand Seigneur De Grand Seigneur is in 1984 ingesteld door het bestuur van de Vereniging Nederlandse Modebeurs (VNM) om personen, ondernemingen of instellingen te onderscheiden die hebben bijgedragen aan een beter begrip van mode en kleding. Het is een waardering voor de bijdrage, over een langere periode, aan het mode-bewustzijn en modebeeld van de consument en bestond dit jaar uit een sculptuur van Wendela Gevers Deynoot en een geldbedrag van F 2.500,--. Oud Grand Seigneur winnaar, de heer Hans de Vries, las het verslag voor van de jury die de winnaar reeds in 1999 aanwees. Door het faillissement van VNM heeft Modint de uitreiking overgenomen. De jury wees ondermeer op het feit dat het onderscheiden bedrijf zijn doelgroep duidelijk heeft omlijnd. "De eigentijdse vrouw, niet ingedeeld naar leeftijdsgroep, die werkend actief is, intelligent de mode volgt, zich graag zakelijk-elegant presenteert en een scherp oog heeft voor prijs/kwaliteit verhouding." De van meet af aan gevolgde visie van Joop Witteveen, Peter Jongmans en Jan van Born openbaarde zich al spoedig als een succesformule. Na inmiddels meer dan 25 jaar heeft het bedrijf nauwelijks een dip gekend en trekt het een steeds groter en vooral ook jonger wordend publiek. |
||
| Persoonlijke veiligheid centraal op A+A Kwaliteit en mode winnen verder aan belang Aan werkkleding worden steeds hogere eisen gesteld, onder andere door de verscherpte Europese regelgeving. Tijdens de A+A Beurs, van 14 tot 17 mei jongstleden in Düsseldorf was te zien dat dit leidt tot positieve ontwikkelingen in gebruikseigenschappen. Niet alleen de veiligheid krijgt meer aandacht, maar ook vormgeving en draagcomfort. Werkgevers ervaren dat aantrekkelijke werkkleding bijdraagt aan betere werkomstandigheden voor werknemers. Veiligheid Steeds meer nemen werkgevers hun verantwoordelijkheid door personeel uit te rusten met kleding die betrouwbare bescherming biedt tegen koude, water, vuur, hitte, chemicaliën, bacteriën, doorsnijding en dergelijke. Ook wordt meer antistatische kleding gedragen of kleding met een hoge zichtbaarheid. Daartoe wordt in toenemende mate in de gehele productieketen, van garens tot kleding, samengewerkt om eigenschappen van de kleding te optimaliseren. Nederlandse bedrijven Van de Nederlandse beroepskleding-leveranciers was de onder Modint verenigde groep Holland Career & Workwear vertegenwoordigd met een ruime, opvallende stand midden in de meest levendige beurshal. Van de 33 leden waren er 17 op de stand vertegenwoordigd. Zij waren bereid voor deze gelegenheid hun individuele huisstijl op te offeren voor de krachtige, gezamenlijke presentatie. Volgens de heer Peter van Geest van Kattenburg Corporate Fashion Services, legde het grootste evenement op het gebied van beroepskleding de nadruk op de beschermende kleding en minder dan voorheen op de corporate fashion. Galladio gaf een bescheiden indruk van haar productengamma en informeerde geïnteresseerde bezoekers onder andere over de diverse logistieke mogelijkheden bij de verstrekking en vervanging van kleding. Incotex Zaanstad BV bedient met haar bedrijfskleding onder andere de horeca- en foodsector en de industrie. B & B knitwear was vooral aanwezig als toeleverancier van de betere bedrijfskledingleveranciers. Vaweco presenteerde op verkleinde schaal werkkleding die voldoet aan de EN 471 klasse 2 of klasse 3 norm. Domo Shirtmakers was onder andere present met het succesvolle programma "Domo standaard overhemden en blouses". Hassing Uniformpettenfabriek gaf een indruk van de fraaie, door haar eigen bedrijf gestileerde, hoofdbedekkingen. TMC Clothing toonde zeer stijlvolle kleding voor onder andere de Jong Intra Tours en Rabobank. Handelsonderneming Teuwen introduceerde een PC-programma, speciaal voor de leveranciers van bedrijfskleding. Ook Bucofa, Incotex, PWG, TMC en Mol konfektie International presenteerden zich op de gezamenlijke stand. Enkele bedrijven uit het HC&W collectief waren ook nog apart vertegenwoordigd. Muziek en dans Van de exposanten presenteerde Faithful international zich op een eigen stand en ook Prof Techstyles. Dit laatste bedrijf werd onlangs onderdeel van de Internationale Carhartt Group en introduceerde een aantal nieuwe modellen werkkleding en materialen. Onder de slogan "Let’s work together" presenteerde HaVeP bedrijfskleding zich binnen gehoorsafstand van de gezamenlijke HC&W-stand met een wervelende mix van muziek en dans. Het bedrijf illustreerde dat bedrijfskleding allerminst stoffig behoeft te zijn en onderstreepte dit nog eens met een nieuwe huisstijl. Kansas Wenaas trok eveneens de belangstelling met ritmische muziek en dito bewegingen van de mannequins anno 2001. De presentatie legde nog eens de nadruk op het belang om moderne mensen aan te spreken met eigentijdse kleding. Een Nederlandse nieuwkomer op de markt van bedrijfskleding is Hydrowear BV, dat zich vestigde in Emmen. Het bedrijf ontwikkelt en produceert bedrijfskleding onder eigen label en vertegenwoordigt Beaver werkkleding in Nederland. Op logistiek gebied werkt men samen met HaVeP. Overige locaties Schijvens Confectiefabriek uit Hilvarenbeek produceert reeds sinds 1863 werkkleding en levert tegenwoordig onder andere aan grootwinkelbedrijven, waaronder Praxis bouwmarkten. Leeghwater Knitwear en Body Knit hadden een gezamenlijke stand. Leeghwater is vooral toeleverancier van vlakbreiwerk voor bedrijfskleding en Bodyknit levert ondergoed voor werkkleding. Holland Trading Company uit Alkmaar brengt Beckum Workwear op de markt. Sterke kleding van eerste klas materialen, waaronder Kevlar, met een casual uitstraling. |
||
| Professor Henk Gianotten: Maak winkels minder gelijkvormig Retailers moeten winstgevende klantwaarde creëren Een van de sprekers tijdens de jaarvergadering van Modint was Professor Drs. Ing. H.J. Gianotten, directeur van het EIM en buitengewoon hoogleraar retailmarketing aan de Katholieke Universiteit Brabant. Hij constateert een toenemende gelijkvormigheid (co modification) van retailbedrijven en pleit voor het creëren van meer klantwaarde door de beleving van het winkelen weer leuker te maken. Co modification Tengevolge van drukkere agenda’s, door de samenstelling van huishoudens en het fenomeen tweeverdiener maken consumenten steeds minder winkeltrips per week en besteden ze minder tijd aan shoppen. Winkels zijn minder dominant dan voorheen en zijn vaker gesitueerd in de omgeving van bijvoorbeeld vermaakcentra zoals ijsbanen, zwembaden en dergelijke. Winkelen en vermaak vloeien daardoor meer in elkaar over. Er is echter ook sprake van meer gelijkvormigheid. In 1980 had het grootwinkelbedrijf nog een marktaandeel van 27 procent en op dit moment 42 procent. Het samenwerkende midden- en kleinbedrijf is eveneens sterk in Nederland en zag haar marktaandeel in dezelfde periode stijgen van 29 naar 42 procent. Zelfstandige detaillisten realiseren nog slechts een aandeel van 16 procent. Mede door deze concentraties is gelijkvormigheid ontstaan, waardoor de winkelstraten in grote en middelgrote steden steeds meer op elkaar zijn gaan lijken. In dit proces van co modification, kunnen bedrijven zich nauwelijks nog onderscheiden. Dit kan naar de mening van de professor worden voorkomen door toevoeging van zaken die het winkelen weer leuker maken. Diensten Wie niet in de dienstensector zit, bevindt zich in een krimpende markt. Het aandeel consumptieve bestedingen bedraagt 31 procent en dat van de diensten 69 procent en is nog stijgend. Ondanks een aantal voortreffelijke jaren is de detailhandel qua toegevoegde waarde de kleinste groeier. Weliswaar werd een kleine margeverbetering gerealiseerd in de periode vanaf 1993, maar deze is deels opgesoupeerd door onder andere gestegen huisvestingslasten. Houdt men bovendien rekening met afschrijvingen en gestegen personeelslasten dan is er geen sprake van een grote toename. Daarom zijn grotere bedrijven bezig met het toevoegen van diensten aan hun pakket, naar het voorbeeld van onder andere Engeland. De komende tijd zullen detaillisten ook reizen aanbieden, bankdiensten, verzekeringen, energie, telefoon, internettoegang et cetera. Ook kledingzaken denken na over aanvullende diensten. Als voorbeeld noemde spreker strijkservice. Doe gericht De huidige consument ontwikkelt vaak twee types gedrag. Enerzijds is er de op beleving gerichte consument die niet direct doelgericht is. Anderzijds de doelgerichte consument die zo snel mogelijk de winkel uit wil zijn en zich liever niet inspant. 35 procent van de klanten vindt kleding kopen leuk, 5 procent ziet het als noodzakelijk werk, 30 procent een klus of opdracht en 30 procent kwalificeert winkelen als vervelend. Het is mogelijk de beleving positief te beïnvloeden door bijvoorbeeld een stukje van het productieproces in de winkel te laten zien of zintuigen te prikkelen. Door de geur van vers brood bijvoorbeeld (sense marketing). Bij sommige boekhandels worden lezingen gegeven of tentoonstellingen gehouden en er is een gezellige coffee corner. Konmar is bezig met de introductie van een hoger customer service niveau, dus creatie van klantwaarden. Schiphol vertoont de nodige dynamiek en in de branche speelt Hout-brox in op de trend met active life stores. Decathlon heeft in haar winkel bij het stadion de Arena een eigen skatebaan en een voetbalruimte om de klant te interesseren. Consumentenvertrouwen Bij dit alles blijft het consumenten-vertrouwen erg belangrijk, want consumenten passen hun bestedingen aan hun verwachtingen aan. Consumenten moeten geld hebben en kleding willen kopen. Het is onjuist te stellen dat kleding kopen vergelijkend winkelen is. Liefst 68 procent weet niet wat men wil kopen wanneer men een kledingzaak binnenkomt. Maar helaas blijkt zo’n 50 procent niet te kunnen slagen. |
||
| 2 |