ACTUEEL




E-Fashion Business voorjaar 2002

2000: einde van het begin of het begin van de toekomst?

Europees stelsel van kledingmaten komt dichterbij

Acordis: Samenhang of Uitverkoop door Michiel Scheffer

Europa, Europa




E-Fashion Business voorjaar 2002

De eerder aangekondigde E-Fashion Business expo wordt verplaatst naar voorjaar 2002. De agenda van het drukke najaar maakt een verplaatsing wenselijk zo kwam dezer dagen vast te staan. Dezer dagen worden de plannen verder uitgewerkt en de datum definitief vastgesteld.



2000: einde van het begin of het begin van de toekomst?
Trend: daling arbeidsplaatsen, geringe stijging omzet

Het magisch jaar 2000, een jaar met mythische dimensies, waar zolang naar werd uitgekeken, ligt alweer achter ons. De eerste uitdaging, de "millenniumbug" werd zonder noemenswaardige problemen overwonnen. En wat met de algemene evolutie van de kleding- en confectiesector in dit bijzondere jaar? Aldus een passage uit het Jaarverslag 2000 van de Kledingfederatie. Een samenvatting van de belangrijkste trends.

Economische conjunctuur
Wat betreft de economische conjunctuur werden in België een aantal tendensen van vorige jaren bevestigd. Een dalende productie en dito arbeidsplaatsen waren opnieuw tekenend voor de groeiende internationalisering van de sector. De omzet van de Belgische kleding- en confectie-industrie steeg daarentegen licht ten gevolge van de toenemende activiteiten in het buitenland. Sedert een aantal jaren is de buitenlandse productie overigens omvangrijker dan die in België.

Export
Goed nieuws was er in 2000 van het Belgische exportfront. Zowel binnen als buiten de Europese Unie werd Belgische kleding beter aan de man of vrouw gebracht. Ook het omgekeerde fenomeen doet zich echter voor. Er was sprake van een nog grotere toename van de import, voornamelijk uit Zuidoost-Azië. Daardoor is het tekort op de handelsbalans verder toegenomen. Dit wekt niet echt verbazing gezien het lopende proces van verdere liberalisering van de wereldhandel.

Derde fase
In 2002 zal de derde fase van de integratie van de sector in de Wereldhandelsorganisatie van start gaan, waardoor de internationale concurrentie nog stevig zal toenemen. Daarenboven staat China te kloppen aan de deur van de Wereldhandelsorganisatie.

Sociaal vlak
Op sociaal vlak was een verdere daling van het aantal arbeidsplaatsen het logische gevolg van de eerder vermelde internationalisering. Ook in 2000 was het loonniveau een permanent werkterrein van de Kledingfederatie. De loonkostenverlaging op 1 april 2000 werd in dank afgenomen echter, stond in de schaduw van de verplichte terugbetaling van Maribel-bis en -ter en de factuur voor de "responsabiliserings-bijdrage" inzake economische werkloosheid. Los van het financieel effect van beide maatregelen, die op ondernemings-niveau te berekenen zijn, moest overigens vastgesteld worden dat de loonkostenverlaging op 1 april 2000 aan het einde van het jaar door indexeringen en conventionele loonsverhogingen volledig teniet gedaan werd.

Extra dynamiek
Een bijzondere vermelding in 2000 verdiende, volgens het Jaarverslag, de extra dynamiek die het Instituut voor Vorming en Onderzoek in de Confectie ontwikkeld heeft. Deze leidde ertoe, dat de sector zijn globale inspanningen inzake opleiding behoorlijk kon verhogen. Dit is een element, dat de sector kan wapenen in haar concurrentiestrijd die vanuit de loonkostensituatie zeer ongelijk is.

Historisch jaar
2000 was ook een enigszins historisch jaar, omdat de Kledingfederatie partner werd in de Antwerpse Modenatie. Dit is een uniek project, waarin de stad Antwerpen, de provincie Antwerpen, het Vlaams Gewest, de Antwerpse Mode-academie, het Flanders Fashion Institute en een aantal partners uit de privé sector - waaronder de Kledingfederatie - de handen in mekaar geslagen hebben om nog grotere uitstraling te geven aan het modegebeuren.



Europees stelsel van kledingmaten komt dichterbij

Wellicht nog dit jaar overeenstemming binnen de CEN

Dezer dagen zal blijken of de laatste obstakels kunnen worden weggenomen op weg naar een nieuw Europees stelsel voor kledingmaten, dat bruikbaar is binnen de verschillende populaties. Ook wanneer de gemiddelde maten van de diverse Europeanen in de toekomst blijven veranderen zal het systeem goed toepasbaar blijven.
Er bestaat reeds een grote mate van overeenstemming over het matenstelsel, maar de definitieve stap moet nog genomen worden.



Universeel
Nu de eerste Euro's de pakhuizen verlaten en veel Europese landen straks over één universeel betaalmiddel beschikken, breekt een belangrijk moment aan op weg naar een algemeen matenstelsel voor geheel Europa. Daarmee wordt niet alleen een handelsbarrire weggenomen, maar wordt vooral duidelijkheid geboden aan consumenten. De maataanduiding in de rekken zal straks direct uitsluitsel moeten geven over de vraag of men een kledingstuk wel of niet mee naar het pashokje kan nemen. Maar ook de handel en industrie zullen garen spinnen bij een betere afstemming van de maten. De verschillende matenstelsels zijn historisch bepaald en eerdere pogingen om tot eenheid te komen zijn vooral bemoeilijkt door de aanzienlijke verschillen in postuur van de diverse Europese volkeren. Daardoor is het bijvoorbeeld mogelijk dat de damesmaat 38 in Milaan aanzienlijk anders is dan in Palermo. Beziet men de situatie van Noord- tot Zuid-Europa dan zijn de verschillen nog groter.

Normalisatie
Gaandeweg ontwikkelt zich binnen de Europese Commissie voor Standaardisatie (CEN) verdere overeenstemming over een flexibel maatsysteem. Het overleg hierover is vooral geïnitieerd door Nederland, waar de samenwerking tussen belanghebbenden uitstekend is, en wint gaandeweg aan steun. Wanneer volledige overeenstemming is bereikt, zullen de diverse oude matenstelsels gelijkgetrokken worden. Legt men de oude, nu nog gehanteerde, maatsystemen op elkaar, dan ontstaat een onoverzienbare variatie in maten en zouden er straks bijvoorbeeld
5 verschillende maten 38 in de rekken hangen. Het normalisatie-instituut wil handel en industrie handvatten aanreiken om gerichter met hun doelgroepen om te gaan, door maten nauwkeuriger te laten aansluiten bij de lichaamsmaten. Daardoor vervalt de noodzaak tot al te ver gaande differentiatie in maten en de daarmee samenhangende onduidelijkheid voor consumenten. Dat betekent echter niet dat er minder maten komen en dus minder passende kleding. Het tegendeel is waar!

Doelmarkt
Om qua maatvoering, een optimale aansluiting te bereiken tussen vraag en aanbod, heeft NedScan in 2000 met de hand en met een digitale scanner zeer nauwkeurig de maten opgenomen van een groep van 1255 Nederlanders. Daardoor is een volledig representatief beeld ontstaan van de Nederlandse populatie. Door de aldus verzamelde lichaamsmaten af te zetten tegen de maattabellen kan vrij nauwkeurig berekend worden, welke dekkingspercentages verschillende maten bestrijken binnen de doelgroep. Het ligt in de bedoeling dat ook in andere Europese landen dergelijke onderzoeken worden uitgevoerd. Gebleken is reeds dat mensen langer en breder worden, hetgeen overigens beslist niet altijd in een persoon behoeft samen te gaan. Ook blijkt dat jongere vrouwen doorgaans bredere heupen hebben dan oudere. Opmerkelijk is dat met name de maatgegevens van jongere Nederlandse vrouwen duidelijk afwijken van die van de Duitse.

Overeenstemming
Het beoogde systeem is zo flexibel dat ook toekomstige ontwikkelingen in afmeting van de kopers moeiteloos geïntegreerd kunnen worden. De positieve sfeer in "matenpolderland" Nederland wordt met verve ook op Europees niveau aan de man gebracht, maar helaas bestaan er hier en daar nog misverstanden, vooral over de interpretatie. Zijn deze echter opgeruimd en kan ook aan enige nog resterende praktische bezwaren het hoofd worden geboden, dan staat niets de doorvoering van één universeel Europees maatsysteem meer in de weg.



Acordis: Samenhang of Uitverkoop door Michiel Scheffer

Sinds eind 1999 opereert Acordis op eigen kracht, en heeft het herhaaldelijk het nieuws gehaald, met de verkoop van de aramide-divisie aan Teijin en de beoogde samenvoeging van de viscose activiteiten met Lenzing. Waar even trots ontluikte over de wederopstanding van een Nederlandse naam in de vezelsector, overheerst nu verwarring. Dat geldt temeer omdat Acordis een belangrijke leverancier is en een belangrijk kenniscentrum in Nederland is. Bijna elke maand trekt Acordis de aandacht met de aankondiging van een investeringsprogramma of verkoop van een bedrijfsonderdeel. Tijd voor een analyse.

Vezels waren altijd het zorgenkindje van de AKZO-Nobel. Bovendien was de samenhang van de vezelactiviteiten met de andere activiteiten van de groep gering. Na de overname van Courtaulds werden de beide vezeldivisies samengevoegd en verzelfstandigd onder de naam Acordis. Achter Acordis zat het management en met een aandeel van 64% de financier CVC. Voor menigeen is het interpreteren van de strategie van Acordis niet eenvoudig. Zoekt men daadwerkelijk een marktgerichte samenhang, of is de aaneenschakeling van overnames en verkopen van bedrijfsonderdelen eerder een stuksgewijze uitverkoop.

Acordis was van meet af aan een gemengd conglomeraat, waarbij vezels wel de samenhang vormden. Voor een buitenstaander ben je dan een heel eind, maar op het niveau van business units was er niet perse sprake van samenhang. De polyester-textiel en viscose divisies waren sterk gericht op de consumentenmarkt en opereerden in prijsgevoelige markten. In de industriële vezels heeft Acordis kritische massa, maar opereert het in zeer cyclische markten. In hoogwaardige vezels had Acordis kroonjuwelen, maar mist het soms de kritische massa om echt aan research en ontwikkeling te doen. De omslag van een technology push opererend onderzoek naar een market pull innovatie valt ook niet licht.

Continuïteit
Kortom, CEO Folkert Blaisse en zijn team, had het nodige aan zijn fiets hangen, vanaf het moment dat hij op eigen kracht samenhang en continuïteit aan Acordis moest geven. Continuïteit was geen onbelangrijke doelstelling.
De vezeldivisie was onder Akzo-Nobel altijd al het probleemkind, en die situatie veranderde niet op het moment dat men opeisen kracht verder ging. Het jaar 1999 was verliesgevend. 2000 was een goed jaar, maar de mindere verwachtingen voor 2001 versterken de noodzaak van herstructurering. Daarbij zullen bij de aandeelhouders, waaronder het management, altijd twee motieven voor ogen hebben gestaan: een industrieel-strategisch logisch bedrijf opzetten en daarnaast het concern op eigen vleugels laten vliegen. De "cashing-in" van de aandeelhouders is dan geen onbelangrijk motief. In een interview met het huisblad van Acordis geeft Blaisse aan dat de bakens zijn verzet.

Perspectief
Blaisse windt er geen doeken om: het perspectief van een beursgang heeft lange tijd het management geleid, maar met een verslechterend beursklimaat is verkoop in onderdelen een noodzakelijk alternatief geworden. Blaisse stelt duidelijk dat de levensvatbaarheid van elk van de bedrijfsonderdelen een leidend principe is. Bovendien maakt de verkoop weer middelen vrij om in de blijvende activiteiten te investeren.
Dat geldt vooral voor de verkoop van perifere activiteiten zoals de onlangs verkochte chemische divisie. Het is kort door de bocht om vast te stellen dat Acordis uitverkoop houdt of simpelweg een financiële strategie volgt.
Blaisse geeft aan dat een business unit onderdeel van Acordis kan blijven als dat een goed perspectief op rendement biedt. Als een alliantie of verkoop voor een bedrijfsonderdeel een beter perspectief biedt, dan wordt eerder vastgehouden als optie. Het perspectief van een beursnotering of juist het gebrek daaraan zou hebben geleid tot een snellere onttakeling van het concern. Op dit moment kan er vastgesteld worden dat er een bepaald systeem in de loop van Acordis zit.

Samenhang
Een deel van de afgestoten divisies doet wijzen op strategische samenhang. In de eerste plaats kun je een duidelijke trend zien om afscheid te nemen van de vezels voor kledingproductie. In die markt is Acordis "stuck in the middle", geen merkleider - Sympatex is geen Gore-, geen superinnovator, zoals Cargill-Dow met Naturegrows, en ook geen prijsleider zoals de vele producenten uit het Verre Oosten. Alleen in cellulose heeft Acordis een sterke positie, maar wat heb je aan marktdominantie in een krimpende markt. De bundeling van de cellulose divisies van Acordis en Lenzing en de verzelfstandiging daarvan is een logische stap. Acordis brengt daar een zeer prijs- en conjunctuurgevoelige divisie in (viscose) en een hoogwaardige divisie (Tencel). In de aanloop tot deze fusie heeft Acordis twee units gesloten te weten, Grimsby (UK) en Mobile USA voor de stapel-viscose. Nu is het wel wachten op het fiat voor de Europese Commissie inzake de voorgenomen fusie van de cellulose divisie met Lenzing. Alleen de kroonjuwelen houden gaat hier niet, je moet beide inbrengen om een interessante partij te zijn. De verkoop van Sympatex aan Ploucquet past ook in de terugtrekking uit de kledingmarkt en het afstoten van marginale bedrijfsonderdelen. Voor Ploucquet past Sympatex goed bij de Outlast producten en geeft het een neerwaartse integratie in marketing. Tenslotte worden de polyester-textiel en acryl activiteiten verkocht, niet altijd als een concern maar vaak per markt of productiegebied, zoals bijvoorbeeld in Spanje en Brazilië.

Industriële vezels
De conclusie op het eerste gezicht zou zijn dat Acordis zich specialiseert in de industriële vezels. De verkoop van Twaron aan Teijin is dan opmerkelijk, want dat zou dan de hoeksteen van de strategie vormen. Dat is mooi en aardig maar Blaisse geeft in het huisblad Reporter aan, dat de keuze was tussen een forse investering in productontwikkeling en productie of het zeer aantrekkelijk bod van Teijin. Na de verkoop van Twaron blijven er nog altijd voldoende activiteiten over, zowel woven als non-woven, met daarnaast een zwaartepunt in vezels met industriële, automotive en geo-textiele toepassingen. Dat zijn markten met een aantal gemeenschappelijke kenmerken: grote klanten waardoor schaalvoordelen worden bereikt, de mogelijkheid om samen met de klant producten te ontwikkelen en de nabijheid die van belang is voor just-in-time productie. Ook als Acordis zich tot dit metier beperkt spreek je nog over een bedrijf met ruim 4000 medewerkers, zowaar geen kleine speler. Er is zeker sprake van een logische industriële en commerciële logica in de strategie van Acordis. De meeste grote investeringsprogramma's wijzen in die richting. Acordis is voor Nederland nog niet verloren.



Europa, Europa

Er wordt vaak smalend over Europa gesproken. Vaak ook met een toon dat Brussel zich bezighoudt met alleen omslachtig overleg en financieel dubieuze financieringen. Nu we ook in Nederland gerede twijfels hebben aan de correcte toepassing van de ESF Fondsen zingen we een toontje lager. Dat neemt niet weg dat er op een aantal fronten een stille revolutie plaatsvindt en dat het oog op Brussel richten voor de textiel- en kledingsector buitengewoon interessant kan zijn. Dat geldt temeer omdat veel beleidsterreinen allang niet meer Nationaal zijn, en de mogelijkheden voor projectfinanciering in Brussel vaak royaler zijn dan in Nederland.

Handelspolitiek
Op handelspolitiek terrein heeft de Europese Unie een klassieke taak: onderhandelen met derde landen en het bereiken van marktopening. Een duidelijke lijn over het afgelopen jaar is de systematische uitruil van versnelde afbouw van textielquota tegen verlaging van tarieven. Euratex, de Europese textiel en kledingorganisatie, heeft met succes gehamerd op deze ÒeerlijkeÓ ruil, hetgeen tot uiting komt in het akkoord tussen de EU en Sri-Lanka. Veel interessanter is de gedachte, die de EU nu heeft overgenomen, om te werken aan ŽŽn Europees-Middellandse Zee omspannende vrijhandelszone. Zo ontstaat een gebied met 700 miljoen consumenten en een industrie met 6 miljoen werknemers binnen ŽŽn invoerrechtenzone met versoepelde oorsprongsregels.

Technologie
Ook op technologisch gebied staat Brussel niet stil. Meer dan ooit slaagt de textiel- en kledingsector er in om publieke financiering te krijgen voor innovatieprojecten. Op haar jaarvergadering begin juni heeft Euratex een ambitieus onderzoeksprogramma neergelegd om doorbraken in productiviteit in kledingfabricage te realiseren en om milieuvriendelijke productiemethodes in verven en drukken te bevorderen. Op een onderzoeksbijeenkomst van Euratex begin mei van dit jaar werden een aantal interessante aanzetten gepresenteerd binnen het TERESA Netwerk. Romano Bonadei, directeur van spinnerij Filartex en Voorzitter van de Commissie Innovatie van Euratex, stelt wel dat er veel meer moet worden gedaan om kleinere en middelgrote ondernemingen te bereiken. Het project ÒBentexÓ, waar Euratex in het voorjaar mee is gestart, heeft als doel om technologische mogelijkheden voor het MKB te toetsen aan de strategie en structuur van de onderneming. Dit instrument geeft loonververs en loonconfectionairs een helder beslissingsmodel om investeringsbeslissingen te nemen.

ICT
Prioriteiten in onderzoek liggen zowel op het terrein van ICT als op nieuwe materialen. Wat het eerste betreft, beginnen concepten als massa-individualisering steeds meer handen en voeten te krijgen, onder andere in het project E-Taylor waar een made to measure productielijn op basis van 3D bodyscanning wordt geoperationaliseerd. Ook in Internet toepassingen wordt doorgewerkt. Twee grote consortia, waar textiel- en kledingorganisaties in samenwerken, gaan vanaf september aan de slag met het uitwerken van concrete toepassingen in E-Commerce. Het project Soleil gaat zich richten op het transparant maken van de ketens huishoudtextiel en professioneel textiel. Het gaat daar vooral om marktinformatie en het versnellen van inkoopprocessen van professionele gebruikers. In een project Tessfortex wordt een elektronische beurs en veiling voor linnenkledingdoeken opgezet. Op het terrein van materiaal technologie liggen er veel toepassingen in de sfeer van bio- en nanotechnologie en bij intelligent textiel, materialen die meerdere eigenschappen hebben afhankelijk van situatie en omgeving. Boeiende ontwikkelingen zijn ook te vinden op het terrein van agrificatie, waarbij landbouwproducten voor de textielindustrie geschikt worden gemaakt: denk daarbij aan het lamineren van vlas of het verkrijgen van hoogwaardige vezels uit maïs. Ook hier is milieu, in de vorm van de toepassing van hernieuwbare grondstoffen, een leidende motivatie.

Werken in Brussel en werken met Europese projecten betekent vaak het aangaan van allianties. Brancheorganisaties spelen daarin een belangrijke rol, maar ook deskundigen die iets weten van internationale samenwerking en van projectmanagement. Ook hier heeft de ESF affaire geleerd, dat omgaan met Europese projecten een vak apart is. Het is daarom van belang om in zee te gaan met mensen, die de weg kennen en goed kunnen aangeven waar de ondernemingsstrategie gebaat is bij deelname aan Europese projecten. Vanaf 2002 is de uitdaging des te groter, een nieuw onderzoeksprogramma, een uitbreiding van de middelen voor ontwikkelen en testen van toepassingen op ICT gebied bieden ook kansen voor de kleding- en textielsector. In een recessie toch een manier om kennis vast te houden en door te ontwikkelen.
2