|
www.contec.org
Het bezoek op de contec site toont een blijvend groeiende tendens. Teneinde in deze behoefte te kunnen voorzien, werd de site dit jaar belangrijk uitgebreid. U treft er product en leverancierinformatie, vele links en een grote bibliotheek. Verder wordt de nieuwsrubriek sinds dit najaar wekelijks geactualiseerd. Omstreeks de jaarwisseling wordt het password jaarlijks vernieuwd. Het nieuwe password wordt per abonnee individueel vastgesteld en is niet overdraagbaar.
|
 |
|
Mitex hekelt dwingende houding leveranciers
Veel leveranciers hebben plannen in detailhandel actief te worden
Onder het motto "de kunst van het ondernemen" hield Mitex onlangs in de zalen van het Hart van Holland in Nijkerk haar ondernemersdag 2001. Deze feestelijke dag vormde een aardige mix van entertainment, zakelijke, motiverende en relativerende informatie. Mitex voorzitter, mevrouw Betty van Arenthals greep haar jaarrede aan om één van haar hoofdgasten, minister Willem Vermeend van Sociale zaken, haar boodschappenlijstje mee te geven.
Recordaantal
Een recordaantal van circa 600 deelnemers vulde reeds vroeg de royale ruimten van het fraaie vergadercomplex, dat speciaal voor deze gelegenheid was verlevendigd met een informatiemarkt en productpresentaties van enkele modemerken. Tijdens de ochtenduren werd de jaarvergadering gehouden, waarin de interne aangelegenheden van de vereniging werden besproken. Bij die gelegenheid ontving de heer André Schutte de gouden speld van de vereniging, omdat hij zich als bestuurslid zeer verdienstelijk heeft gemaakt voor de afdeling schoenen van Mitex. Na een gezellige lunch werd het programma voortgezet met de jaarrede van voorzitter mevrouw Betty van Arenthals. Zij had een boodschappenlijstje voor één van de hoofdgasten, de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dr. Willem Vermeend.
Minister Vermeend
Volgens mevrouw Van Arenthals houden zowel sociale zaken als werkgelegenheid ondernemers bezig. Zo vonden, mede door de inzet van Mitex en andere georganiseerde branches, ruim 35.000 werkloze allochtonen tot dusverre een baan. Er zijn echter ook initiatieven waar Mitex haar twijfels bij heeft. Bijvoorbeeld de ombouw van de organisatie rond sociale zaken en arbeidsvoorziening, SUWI, waarmee de branche vanaf januari 2002 te maken krijgt. Een vluchtige peiling bij handopsteken leerde dat alleen de minister op de hoogte was van de nieuwe structuur dus werd hij uitgenodigd onder andere daarover het woord te voeren. De minister gaf een presentatie die onder andere in ging op de werkwijze van de 131 centra voor werk en inkomen die het vinden van werk voorop stellen. Hij sprak zijn waardering uit over de bijdrage van het midden- en kleinbedrijf aan het best geslaagde project voor reïntegratie tot dusverre, waarvoor hijzelf lof kreeg van de kamer. Bovendien lichtte hij zijn beleid toe, dat is gericht op meer eigen verantwoordelijkheid van individuele burgers. Ook zal de arbeidsparticipatie van ouderen worden gestimuleerd.
Keuzes
Mevrouw Van Arenthals vervolgde haar rede met een aantal zaken die niet primair onder het beleid van de minister vallen, zoals de introductie van de Euro en de gevolgen voor de detaillisten, de monopoliepositie van Interpay en de toegenomen winkelcriminaliteit. Geen goed woord had zij over voor het eerst kort bestaande fenomeen factory outlets op locaties waar ze niet horen. Zij riep haar leden op alert te blijven op buitenlandse ketens die zich hier vestigen. Mitex is bezorgd over de houding van sommige leveranciers die detaillisten een zodanige ordergrootte opdringen dat de verhoudingen zoek raken. Onderzoek van TMO, de Hogeschool voor Modemanagement, leerde dat bijna de helft van de leveranciers verwacht binnen drie jaar zelf in de detailhandel actief te zijn. Eigen merkenwinkels bepalen onderhand het winkelbeeld op toplocaties en shop in shop concepten worden wurgend, zodra de leverancier invloed afdwingt op het overige assortiment. Mitex adviseert haar leden keuzes te maken. "Uw uitstraling is úw kracht en dat maakt ú uniek en onderscheidend en juist dat is de kracht van het ondernemen", zo betoogde de voorzitter.
Feestelijk
Na de zakelijke beslommeringen was het podium voor de heer Roland Kahn, directeur-eigenaar van de succesvolle modeketen Cool Cat, die dit voorjaar Amici overnam. Hij verhaalde over de hoogte- en dieptepunten van het ondernemerschap.
|
 |
|
ERP: Integratie automatisering
Trends in de vraag
Automatisering is het technische gespreksonderwerp sinds eind jaren tachtig. In die periode zagen we de doorbraak van CAD/CAM technieken, de automatisering van de naaizaal en de invoering van financiële pakketten en van ERP oplossingen. ERP voluit: Enterprise Resource Planning, de opvolger van MRP - Material Resource Planning - is het instrument om verkoop, inkoop, productie en logistiek aan elkaar te koppelen. Automatisering was in de jaren tachtig en de jaren negentig vooral gericht op het optimaliseren van werkprocessen gericht op het versnellen, verbeteren en standaardiseren van handelingen met daarbij minder inzet van personeel. De droom die de gehele jaren negentig al lonkt is het integreren van alle bedrijfsprocessen in een systeem: Computer Integrated Manufacturing. Maar ook al lonkt de droom, de grootste inspanningen zijn gelegen geweest in het optimaliseren van twee substantiële delen van het bedrijfsproces: productontwikkeling en collectiemanagement enerzijds, en verkoop, inkoop en logistiek anderzijds, inclusief de financiële administratie. Daarnaast is eind jaren negentig het intranet tot stand gekomen, alsmede internet, e-mail en e-commerce applicaties. Het werkterrein van automatisering blijft zich uitbreiden en voor veel bedrijven is de vraag aan de orde welke processen met voorrang aangepakt moeten worden. Daarnaast staat ook nog eens de inpassing van een informatiseringsbeleid in een totale bedrijfsstrategie. In dit nummer behandelen we een aantal strategische issues en reiken we een raamwerk aan om gericht boodschappen te gaan doen. De vraag is natuurlijk wat zijn de uitdagingen, waarbij telkens de vraag is welke uitdagingen met name intern gericht zijn: dat wil zeggen leiden tot betere samenwerking binnen de organisatie, of extern gericht zijn: dat wil zeggen leiden tot betere samenwerking in de keten. Dan staat automatisering niet alleen: het heeft ook te maken met de interne en externe organisatie van de onderneming.
Kostenbeheersing en kwaliteit van de organisatie
In een sector met lage marges is het beheersen van kosten een belangrijke drijfveer. Deze kostenbeheersing kan gerealiseerd worden met automatisering doordat het eenvoudiger wordt om een grote hoeveelheid data te verzamelen, te analyseren, toe te wijzen aan activiteiten of producten. Daarnaast is automatisering een bron van kostenbesparing doordat handelingen gestandaardiseerd worden en herhaalbaar worden. Dat geldt des te sterker als handelingen vaak terugkomen of als nieuwe handelingen feitelijk varianten zijn op een bestaand thema. Automatisering heeft ook als gevolg dat de kwaliteit van de organisatie toeneemt. Processen worden vastgelegd, informatie wordt systematisch opgeslagen en kan worden opgevraagd. Ondanks alle rages en uitbreidingen en E-Commerce mogelijkheden, blijft kostenbeheersing de kurk waarop automatisering drijft. In deze recessie wordt dat zelfs een nog sterker argument om door te gaan met automatisering. Ook op langere termijn noopt de krappe arbeidsmarkt te blijven streven naar arbeidsvervangende en arbeidsbesparende automatisering. Het wegnemen van fouten blijft evenzeer een drijvende kracht achter automatisering, ook omdat fouten een belangrijke bron van kosten zijn en van gederfde omzet.
Time to market
Sneller reageren op de markt is steeds belangrijker aan het worden in de sector. Omloopsnelheid heeft immers aantoonbaar een groter effect op de marge dan bruto marge. Daarnaast is het schema van KSA nog altijd valide. Tussen schaap en schap zitten 52 weken waarvan het leeuwendeel opgaat aan administratie en wachten. Een groot deel van de productiecyclus komt voort uit onvolledige en onjuiste afstemming tussen retail, ontwikkeling en productie. Een beter informatiebeheer, de aanwezigheid vooraf van modules kleding en de aanwezigheid van referenties van materialen kan het productieproces daadwerkelijk versnellen. Inzicht in de verkoopplanning of in verkoopverloop van de klant of in de voorraad, capaciteit van de leverancier kan de mogelijkheid creëren op beter te anticiperen op de vraag of productiemogelijkheden. Met dit argument staat overigens de technologie niet voorop maar het vertrouwen om op basis van een relatie en gedragsregels toegang tot informatie te geven. Zowel E-Mail als het verlenen van toegang tot het intranet kan een oplossing zijn: feitelijk maak je de klant of de leverancier deel van je eigen bedrijf. Veel modernere ERP applicaties (bijvoorbeeld bij SAP) gaan uit van het verleggen van de grens van de onderneming naar klant of leverancier, die in zijn gegevens of in de voor hem relevante gegevens kan kijken.
Beheersen van variatie
Beheersen van de productontwikkeling blijft belangrijk. De kosten van productontwikkeling kan vaak oplopen tot 20% van de brutomarge, en met toenemende massa-individualisatie en eigen wensen in de private label markt, is het beheren en beheersen van variatie van groot belang. Computer Aided Design is een klassieke technologie geworden in de kledingsector. Gelet op de gedaalde prijzen voor design en technische ontwerpsoftware is dit een toegankelijke technologie voor de meeste ontwerpers en producenten van kleding. Daarmee is de markt ook wel verzadigd en gaat de ontwikkeling enerzijds naar kleinschalige applicaties, anderzijds naar krachtigere instrumenten met 3D simulaties of integratie naar productie. Product Data Management is dan het sleutelbegrip: een krachtig instrument om productontwikkeling te coördineren, inkoop en productie aan te sturen en vooral om kosten te beheersen in ontwikkeling en productie. PDM is een must voor bedrijven die hun collectiekosten (en hun variatie in collectie) beheersbaar willen houden. Werken met PDM vraagt om goede procedures en een goede aansturing over de productontwikkeling.
De brug naar de consument
E-Commerce was de droom van eind jaren negentig, maar van veel business-to-consumer handel is er weinig terecht gekomen. Van het spectaculaire Boo.com bestaat nu een film, daarnaast blijft direct kopen op internet een marginale bezigheid in volume en in marge. Wel handig voor het kopen van tickets, boeken of CD´s, of op termijn het plaatsen van herhalingsorders. Op dat terrein is er veel te overwinnen en de opzet van een web-shop hebben veel bedrijven achterwege gelaten. Wel is het begrip ontstaan dat de koop van een kledingstuk een transactie is, waarvoor in het voortraject naar een winkel of het aftersales traject een plaats voor Internet kan worden ingeruimd. In de praktijk is dat nog moeilijk. Het presenteren van de collectie of het plaatsen van een catalogus on-line genereert nog weinig traffic en al helemaal weinig herhalingsbezoek. Informatie over verkooppunten en meer algemene merk en productinformatie is nog het meest zinvolle. In de aftersales kan het gaan om gebruiksinstructies, wasvoorschriften, klachtendiensten etc...dit alles bij voorkeur gericht op het kweken van loyaliteit. De weg moet hier nog gevonden worden, want de gemiddelde merkensite heeft maar een klein bereik in relatie tot het aantal verkopen. Daarentegen heeft een web-site altijd meer kans op bezoek dan de telefoon of een brief. Om echt een groot bereik te hebben moet je je missie verbreden (geen site over bergsportkleding maar over bergsport), moet je een clubgevoel creëren (bijvoorbeeld bij Oilily) en moet je zeker te vinden zijn via een portaal. Experimenteren heeft wel zin, maar dan wel met mate, en altijd met het oog op een succesvolle transactie.
E-Business to Business
E-business heeft terecht veel meer aandacht gekregen de laatste twee jaar. Daarbij gaat het om toegevoegde waarde voor de klant en voor het eigen bedrijf. Essentieel is het daarbij om uit te gaan van het business model en uitgaan van de bestaande relaties. Het gaat immers vooral om het verbeteren van de relatie: de communicatie verbeteren en versnellen. Volgens de klankbordgroep ligt het zwaartepunt in de richting van repeat aankopen. "Als de retailer weet welk artikel hij wil bestellen kan e-business het bestelproces versnellen en flexibeler maken". Er zullen op deze regel wel uitzonderingen bestaan. Je zou algemener kunnen zeggen dat online bestellen kan zolang de afnemer het product van te voren heeft gezien of gevoeld. Daarnaast kan E-Business helpen bij het vastleggen van de gehele commerciele documentatie en van het commercieel proces. De werelden van E-business bij levering aan de detailhandel en levering aan het grootwinkelbedrijf zijn verschillend. Voor detailhandel geldt dat de infrastructuur voor elektronisch zakendoen nog grotendeels ontbreekt. Zolang een kleine retailer nog te veel tijd kwijt is aan het opstarten van zijn PC en vinden van de juiste sites en het onthouden van de juiste wachtwoorden zal e-business niet aanslaan. Oplossingen die de verschillende merken en producten via een portaal en een wachtwoord toegankelijk maken hebben hier een duidelijk voordeel van herkenbaarheid en betrouwbaarheid. Denk daarbij aan Jointfashion.Com dat op basis van een enkel password toegang geeft tot meerdere leveranciers. Voor het grootwinkelbedrijf geldt dat de leveranciers zullen worden geconfronteerd met systeemeisen en communicatie-eisen ten behoeve van E-business die verschillen per afnemer. De regie ligt grotendeels in handen van de grootafnemer. Een opkomende trend is de private market-place van waaruit de afnemer met al zijn leveranciers zaken doet. E-Commerce vervangt hier of vult EDI aan: het betreft dus vooral standaard berichten (orders, orderbevestiging, pakbon, oproepbericht en factuur) waarbij de electronische communicatie de schriftelijke communicatie vervangt. Om effectief E-Business aan de klant te koppelen is een koppelingen van de front office bestel faciliteit aan back office systemen. Tussenwegen zijn uiteraard mogelijk waarbij de front office bestel faciliteit nog puur als extra dienst aan de klant dient. Belangrijk is dat er een goed doordachte e-strategy aan de beslissingen ten grondslag ligt.
E-Procurement en E-Services
Aangezien leveranciers in de richting van de detailhandel zelden de regie hebben en ook maar zelden het geld er voor over hebben om die aansturing in handen te krijgen, is het verleidelijk opwaarts te kijken. Bij de inkoop van materialen en fournituren kan e-commerce leiden tot vereenvoudigen en versnellen van inkoop. Ook hier loont het om te werken met preferred suppliers en te werken met herhalingsorders. Er zijn niet voor niets grote mogelijkheden met fournituren en met standaard doeken. In de praktijk wordt de invoering van E-Commerce vooral aangezwengeld door leveranciers. Als het om aansturing van productie gaat, in het bijzonder bij loonconfectie, zou het initiatief van de uitbesteder moeten komen. Er zijn zeker produkten op de markt gekomen vanuit PDM of vanuit ERP die een strakkere aansturing van produktie mogelijk te maken. E-Mail prevaleert nog boven internet applicaties. Bovendien is er een gebrek aan heldere taal tussen afnemer en producent. De ECLA Voorwaarden voor stoffen en de Confexicon van Charlie Hilm zijn daartoe een belangrijke aanzet. Onderschat is de toepassing van E-Services. Het is toevallig wel het meest gebruikte toepassing van E-business. We hebben het dan over het boeken van tickets, of het registereren voor beurzen, het aangifte doen van import en BTW, het afwikkelen van ziekmeldingen etc
Het is mogelijk om hiermee al ervaring met E-business op te doen zonder meteen met de meer gevoelige E-business met de klant te beginnen.
Standaardisatie
Een belangrijke belemmering voor de invoering van E-Commerce is gelegen in het gebrek aan standaardisatie. Dit is een probleem dat wel wordt uitvergroot omdat het zowel menselijk als technisch niet onoverkomelijk is. Er bestaan nu eenmaal EAN Coderingen, en software om EDI aan ERP applicaties te koppelen is ook gemeengoed. Op het terrein van samenwerking bestaan samenwerkingsprotocollen of handleidingen EDI introductie. Op dit moment wordt in Nederland gewerkt aan E-business op verschillende eilanden. Dit werkt versnippering in de hand maar zorgt wel in ieder geval voor vooruitgang en ervaring. Er lopen pilots in Nederland op vrij breed terrein. Zowel aan de langere termijn ontwikkeling van integratie met back-office systemen en aan oplossingen voor de praktische problemen voor retailers wordt gewerkt. De weg van een goed branchebreed systeem is op een dood spoor gekomen. Een dergelijk systeem kost tenminste 5-10 miljoen gulden, een bedrag dat niemand op tafel wil leggen. De risicos van een dergelijke investering zijn hoog, en het is heel moeilijk gebleken om de verschillende business modellen in een mal te gieten. De verschillende applicaties die thans hun weg vinden zijn goed genoeg om aan de slag te gaan. Daarnaast weten we nu nog niet welk systeem het beste is. Het is dus nog te vroeg voor standaardisatie, ook al zou standaardisatie leiden tot een snellere invoering van E-Commerce.
|
 |
|
ERP-textielpakket
van Inside Communications
Inside Communications uit Waregem ontwikkelt gespecialiseerde ERP-pakketten voor textielbedrijven. Gelegen middenin het 'textielbassin' van Kortrijk-Waregem-Gent kent Inside als geen ander de specifieke noden van al deze 'textiliens'. Bij Inside, opgericht in 1997, werken textielingenieurs en programmeurs die al tien jaar of langer in de textielsector actief zijn. Precies die dubbele kennis - van textiel en software - zorgt ervoor dat Inside nu een 100-tal textielbedrijven onder zijn klanten telt.
Verticale specialisatie
Inside heeft gekozen om verticale ERP-pakketten te ontwikkelen. Dit zijn pakketten die toegespitst zijn op een specifieke doelgroep: confectie en weverij. In tegenstelling tot de klassieke horizontale pakketten die in alle mogelijke sectoren worden toegepast. Horizontale pakketten kunnen daarom onmogelijk inspelen op de finesses die eigen zijn aan elke specifieke sector.
Centrale database
De structuur van de database is dus geen algemeen systeem. Inside maakt zelfs een splitsing in de applicatie tussen een weverij in decoratiestoffen en een tapijtweverij, om zo dicht mogelijk bij de realiteit te blijven en de taal van de gebruikers te spreken.
Inside Communications
Inside is met vijfenveertig medewerkers een relatief kleine speler op de ICT-markt. Het aantal textielbedrijven in Europa is beperkt, maar zij hebben wel een zeer uitgebreide variëteit aan artikelen en toepassingen. Dat maakt het de softwaremensen niet gemakkelijk. De kracht van het bedrijf ligt bij de medewerkers, die naast computerkennis een grote textielervaring bezitten.
|
 |
|
WrA7
servicebureau ten behoeve van confectie op gebied van patroontechniek
"In deze tijd van verregaande technologie lijkt alles te gaan om computers, e-commerce, snelheid en geld. Dit is voor de confectie ook het geval, maar laten we niet uit het oog verliezen dat juist deze branche ook in de huidige tijdgeest met aanverwante specifieke wensen als look, met haar onstuitbare drang naar enerzijds individualisering en anderzijds grootschalige massaproductie, nooit voorbij kan gaan aan de maatvoering en maatwensen van haar doelgroep. Het moge duidelijk zijn dat het menselijk lichaam veranderd is, maar is dit ook de reden dat er tegenwoordig zo weinig kleding is waarmee we tevreden zijn? Een globaal bestaand maatsysteem is praktisch en verdient de voorkeur boven de bestaande ondoorzichtige, willekeurige en nationale maatvoering, maar is niet het uitsluitende en enige antwoord.
Patroontechniek is tegenwoordig niet makkelijk te verkopen, mede omdat vakbekwaamheid steeds oppervlakkiger wordt. Tegelijkertijd echter constateert WrA7 dat gelukkigerwijs haar product steeds schaarser wordt. De specifieke patroontechniek, nodig om goede patronen te maken, gaat verloren en is niet op te vangen met computers. Met betrekking tot snelheid, efficiëntie en eenduidigheid zijn computers onontbeerlijk, maar indien we niet bereid zijn te investeren in meer dan alleen techniek zal het eigenlijke vakgebied, de synergie tussen patroon en stilering, verschralen en zal blijken dat de invoering van een globaal maatsysteem het probleem van slecht passende kleding niet heeft opgelost.WrA7 is met haar jarenlange en bewezen ervaring in het vakgebied, in zowel innoverende techniek als in stilering enig in haar soort. Het bedrijf beschikt over zeer ruime kennis op het gebied van verwerkingconstructies, vergroten, intekenen, et cetera om opdrachtgevers hierin te adviseren. Ze bespreekt doelgroep en bedoeling van de styliste en levert haar product volgens afspraak. Vanwege de schaarste op het gebied van patroontechniek heeft men het plan opgevat nu ook patronen aan te bieden via internet. Deze patronen zijn bewezen goed qua pasvorm, kunnen eventueel intern of door haarzelf nader uitgewerkt en aangepast worden, als basis dienen voor verdere stilering, et cetera.
|
 |
|
Implementatie en organisatie
"Het is een drama" is de vaak gehoorde kreet over automatisering in de mode. Daarna volgt dan ook meteen de vaststelling dat het een noodzakelijk kwaad is. Het is een van de opmerkelijk waarnemingen in de modesector. Automatisering is een noodzaak maar ook voor veel bedrijven een pijnlijk proces, waar de organisatie wordt blootgelegd, waar stammenstrijd tot uitbarsting komt en waarin hardnekkige weerstanden moeten worden doorbroken. Automatisering grijpt in op organisatie en arbeidsverhoudingen. De andere opmerkelijke maar courante opmerking is dat veel ERP-pakketten en hun implementaties moeilijk ingepast worden. Er is een druk roddelcircuit over drama´s links en rechts en vrijwel geen enkele grote naam ontkomt aan een spookverhaal. We lezen het ook regelmatig in de vak- of dagbladen: modeonderneming boekt tegenvallende resultaten wegens moeilijke automatisering. Naast de gladde verhalen en de gelikte presentaties hoort dus ook een realistisch beeld van de implementaties. Wij gaan hier niet meedoen aan de roddels, wel wat hobbels wegnemen. Hobbels die zowel bij de klant liggen als bij de ERP leverancier en zijn service-partners.
De problemen rond implementaties komen voort uit een groot aantal misverstanden, die de sowieso moeilijke overgang naar een nieuw systeem nog eens extra lastig maken. ERP implementaties zijn sowieso lastig. ERP systemen raken een groot aantal werknemers, leiden tot andere manieren van werken, gaan vaak gepaard met functieveranderingen, vereisen opleiding en verandering in manier van leidinggeven. Voor veel bedrijven is dat lastig. Deze hobbel zal er hoe dan ook komen bij de invoering van ERP. Dat vraagt van het management een goede mix van visie en overtuiging enerzijds en ruimte voor meedenken en betrokkenheid van medewerkers anderzijds.
Automatisering strategie
Daarnaast zijn ERP pakketten generalistisch en maar in minder of meerdere mate ingespeeld op de behoefte van de sector of de onderneming. De mate van aanpassing van een pakket aan de sector is zonder meer een belangrijk selectie-argument. Aanpassingen, maatwerk komt dan al snel om de hoek kijken en dat is het begin van een lange St-Vitus dans. Voor een deel terecht omdat ERP pakketten vaak moeite hebben met mode specifieke variabelen zoals maatbalken. Die moeilijkheden met het inpassen van maatbalken is de veel gehoorde klacht van CEO´s over ERP pakketten. Maar het feit dat ze juist met deze klacht komen wijst op iets anders. Gebrek aan strategie en werkelijke sturing op het proces. Dat begint bij de start en selectie.
De start van een automatiseringsproces is vaak al problematisch. Er ligt zelden een gedegen strategie ten grondslag aan automatisering. Automatisering wordt vaak als een geïsoleerde uitdaging gezien: inderdaad de optimalisering van een deel van de organisatie of het bedrijfsproces. Het wordt vaak gezien als besparing in kosten, zelden in een betere prestatie naar de klant. Hooguit ziet men op tegen de verstoring van de verkoop door het voeren van een automatiseringsproces.
Programma van Etsa
Het is iets wat met de back-office te maken heeft en weinig met de klant. Deze fase wordt vaak zonder substantieel extern advies gedaan en dat betekent dat er geen helder en samenhangend bestek of programma van eisen wordt opgesteld. Daarnaast wordt er geen duidelijke verantwoordelijkheidstructuur opgesteld: geen projectleider, geen projectteam. Vaak trekt de directie al te snel haar handen van het project. Het is wel een grote investering maar wel moeilijk te begrijpen. Men laat het graag aan de techneuten over. Dat betekent dat men het project te weinig gezag meegeeft.
Doorlichting voor automatisering
Als er van tevoren geen goede doorlichting heeft plaatsgevonden, of als een goede beschrijving van processen achterwege wordt gelaten dan verzand het project in achteraf reageren, opeenstapelingen van maatwerk, aanpassingen die telkens worden bijgesteld. De teller van de softwareleverancier of de adviseur lopen gewoon door. Dat wordt des te erger als er voor het succes van de implementatie goed wordt geluisterd naar de medewerker die met het nieuwe systeem moet werken. Je zou moeten vaststellen dat een goede doorlichting van de organisatie vooraf gaat aan automatisering. Je gaat eerst voor een ISO 9000, dan voor een nieuw systeem. Een duidelijke tip is een goede analyse, oriëntatie en doorlichting vooraf. Een consultant vooraf, zoals nu ingezet door Modint, scheelt veel kosten aan een consultant achteraf.
Van belang daarbij is de definitie van informatiestromen: wie moet op welk moment wat weten binnen het bedrijf en waar moet de informatie vandaan komen. Ook is het nodig om een analyse te maken van de huidige automatisering: wat verloopt geautomatiseerd en voldoet dat? Dan komt het opstellen van wensen en eisen stellen aan een pakket en het zoeken van een (uitbreiding van een) pakket en bijstand in de contacten met de leverancier(s). Tenslotte dient de implementatie van het pakket en het doorvoeren van de daarmee gepaard gaande organisatorische veranderingen voorbereid te worden. Kortom alles begint met weten wat je wilt, weten waar de problemen liggen en prioriteiten stellen.
Selectie
Dan komt het aan op de selectie van de leverancier. Het is zaak om goed te kijken naar aanpassingen aan de branche. Daarbij zal het vaak de afweging zijn tussen standaard functionaliteiten en maatwerk. Een zeer compleet pakket vraagt minder maatwerk maar is doorgaans duurder en moeilijk te implementeren. Een basispakket vereist meer dure maatwerk maar daar staat de lagere initiële koopprijs tegenover. Het is in elk geval zaak om te kiezen uit leveranciers die in vergelijkbare bedrijven aan de gang zijn geweest.
De kwaliteit van de implementatie is bijna even belangrijk als de kwaliteit van het geleverde. Het is onverstandig om alleen te kijken naar de functionaliteiten van het pakket, de service en de kwaliteit van implementatie zijn tenminste even belangrijk. Probleem is evenwel dat daar waar pakketten vrij goed met elkaar vergeleken kunnen worden de service en de implementatie veel moeilijker te meten zijn. Referenties nachecken is een gebruikelijke methode en er is eerlijk gezegd geen betere methode. Er bestaat en er kan vrijwel geen objectieve informatie over implementaties bestaan.
Heldere aansturing
Wel zijn er een aantal zaken die tijdens de implementatie een rol kunnen spelen. Bedenk eerst dat elke consultant binnen zal proberen binnen te komen met een lage offerte, waarbij allerlei voorbehouden worden gemaakt ten aanzien van maatwerk. Eenmaal binnen stapelen de onvoorziene situaties zich op en gaat de teller lopen. Kortom, goedkoop kan duurkoop lijken. Het is dus buitengewoon belangrijk om vooraf zoveel mogelijk in kaart te brengen om niet tegen een te grote stapel onvoorzien meerwerk aan te lopen.
U heeft zelf als klant een stevige vinger in de pap waar het gaat om de implementatie. Een heldere aansturing is van belang en vooral een duidelijke besluitvorming rond meerwerk. Als u het teveel aan de organisatie overlaat bestaat het risico van kostenoverschrijding, daartegenover staat dat betrokkenheid en inspraak het succes van de toepassing ook weer verhoogd. Het is dus afwegen, maar het is vooral zaak om een goed beeld van de wensen al vooraf te krijgen en niet tijdens de implementatie.
Plan van aanpak
Natuurlijk zijn er een aantal zaken die duidelijk bij de implementator liggen. De implementator moet duidelijk meer ervaring hebben en dat moet zichtbaar zijn in referenties en in plan van aanpak. Het kan zinvol zijn om het plan van aanpak voor te leggen voor een second opinion. Ook moet de implementator een herkenbaar team inzetten. De crux daarbij is dat een vast projectteam wordt aangewezen. In deze tijden van hoge omloopsnelheid van het personeel, zowaar geen eenvoudige zaak. Het is dus zaak om in zee te gaan met een gevestigde consultant die ervaring heeft en stabiel is. Maar ook hier zal gelden elke waar naar zijn waarde.
|
 |
|
Software in de mode:
consolidatie, internationalisering en diversificatie
Het aanbod van software in de mode en textielsector is sterk in beweging. Enerzijds zien we consolidatiebewegingen zoals de overname van Damgaard en van Improve door Navision. Anderzijds zien we internationalisering hoewel het al een tijdje geleden is dat Essentus de Oceaan overstak of dat Lectra en Intentia heel Europa gingen bewerken. Er zijn nieuwkomers die vanuit de grote pakketten ook branchespecifieke oplossingen komen brengen, zoals SAP. CAD leveranciers zijn vooral bezig geweest te diversifiëren en richten zich nu ook nadrukkelijk op product- en productiemanagement (PDM).
E-Business
Tenslotte bestaan er nog kleinere lokale spelers met applicaties voor kleinere ondernemingen en vinden we niche spelers met zeer specifieke applicaties. De wisselwerking tussen software en E-Business applicaties is sterk eenrichtingsverkeer. Steeds meer bedrijven brengen E-functionaliteiten in hun applicaties. Daarentegen hebben de pure E-Business applicaties het moeilijk. Stand-alone trekken ze het al helemaal niet. Alleen als ze werken vanuit de aansluiting op bestaande pakketten hebben ze een sterke propositie.
Internationalisering
Het is kortom een sterk in beweging zijnde markt, waarbij de meeste leveranciers via internationalisering, overnames en samenwerking een zo breed mogelijk pakket proberen aan te bieden. Daarbij is het wel zaak om de oorspronkelijke achtergrond van de bedrijven in de gaten te houden. Iemand die vanuit CAD begint kijkt anders naar product data management dan bedrijven die vanuit de ERP hoek komen. In het algemeen komt de schaalgrootte voort uit een combinatie van open standaarden en versnelde productontwikkeling. Twee ontwikkelingen zijn markant. Het verdwijnen van maatpakketten en het verdwijnen van de éénpitters. Probleem is dat de zeer specifieke pakketten de technologische ontwikkelingen niet kunnen volgen en ook een te laag serviceniveau aanbieden.
Verwebbing
Een brede trend is het aanbieden van pakketten met open standaarden. Dat maakt de combineerbaarheid van applicaties groter, maar brengt wel bepaald maatwerk met zich mee. Ook een brede trend is de verwebbing van producten. Het gaat dan vooral om het toegankelijk maken van de applicatie op afstand of het aanbieden van synchroniseerbare deelapplicaties (voor verkopers, inkopers, productiebegeleiders). Echte ASP applicaties nemen nog niet zon vlucht. Het ASP concept houdt in dat een applicatie zijn geheel op afstand draait in een web omgeving. Veel bedrijven experimenteren met ASP maar het dataverkeer is nog te traag om ASP op grote schaal voor CAD, ERP of PDM applicaties in te zetten.
ERP
In de ERP sfeer is het aanbod heel duidelijk gesegmenteerd, zowel in functionaliteiten, aanpassing aan de sector als in performance en kosten. We kunnen grofweg een driedeling maken tussen krachtige applicaties voor een algemene markt waarvoor maatwerk noodzakelijk is. SAP en Baan zijn daar de voorbeelden van. Daarbij kan meteen al gesteld worden dat bepaalde leveranciers, onder andere SAP steeds meer gerichte applicaties voor de sector maken, o.a. SAP-Fashion. Vervolgens hebben we een aantal pakketten die gericht zijn op de sector met aangepaste functionaliteiten voor de modehandel en productie. We denken dan met name aan Navision, Intentia, General Computers voor productiebedrijven Reflecta, SRS en ACA voor retail en handel. Dit overzicht is niet uitputtend want het aanbod is veel breder. Tenslotte zijn er veel kleinere spelers. Voordeel is vaak de prijs en de mate van aandacht, nadeel is de snel verouderende platforms en langzame ontwikkeling in extra functionaliteiten. Gezien de snel veranderende technologieën is het zaak om te werken met leveranciers die werken op basis van erkende databases met open standaarden en met internet functionaliteiten.
Internet functionaliteiten
Vrijwel alle grotere ERP leveranciers richten zich op het integreren van Internet functionaliteiten. Dat gaat van het zenden van output naar derden, tot het aanbieden van functionaliteiten op afstand (bijvoorbeeld order entry per lap-top voor vertegenwordigers) of inloggen op afstand. SAP is het verst in het laten samenwerken van medewerkers op geografisch verschillende locaties, maar is daar niet de enige in. Ook Intentia, Navision (met Axapta) en Essentus maken hier werk van. De integratie van E-Business functionaliteiten in ERP pakketten is eveneens sterk in opkomst. Het gaat dan maar in beperkte mate om consumentengerichte transacties, veel meer om de afhandeling van inkoop van stoffen of gereed product en levering aan de winkel.
Marktplaatsen
Door te investeren in E-Business maaien de ERP leveranciers het gras onder de voeten weg van de dot.com proposities. Waar het dan om gaat zijn zogenaamde "private market places". Dat zijn websites met besloten toegang waar klanten of leveranciers transacties kunnen afhandelen. De pioniers in die sfeer zijn Textile Connection en Textile Solutions. Beide zijn al een keer herrezen uit een faillissement, na ambitieuze plannen om branchebrede fora aan te bieden. Nu richten ze zich op het bouwen van oplossingen op maat voor enkele bedrijven. Vooral waar het gaat om applicaties in inkoopstoffen zijn zij de referenties. Probleem is evenwel dat de integratie van private market places met ERP pakketten of met EDI zwak is. Dat moet juist een grote prioriteit hebben om maximaal winst te halen uit externe verbindingen. EC-Gate, Retailconnect en Jointfashion hebben daarom een sterkere business case.
Financiële automatisering
Ook de financiële automatisering (Exact, Accountview, Grote Beer) richt zich steeds meer op koppelingen naar EDI en
E-Commerce. Logisch, want in de simpele afhandeling van order, orderbevestiging, pakbon en factuur is veel te halen. Ook de specifiekere retailpakketten (SRS en ACA) zijn nu Internet enabled en EDI proof.
Productie opvolging op afstand
Sterke applicaties op het gebied van productieopvolging op afstand zijn ontwikkeld door Essentus (met Fashionchain) en Appareltrek (door het Amerikaanse Ecom Partners). Het gaat daarbij om het op afstand volgen van productieorders, het versturen en bewaken van specificaties, het geven van instructies het afhandelen van de documentenstroom. Hier komen we ook in de sfeer van PDM
-Product Data Management, waarbij het verzorgen van technische dossiers voor uitbestede productie steeds belangrijker wordt. Product Data Managament wordt inderdaad de crux om snel in te spelen op de markt door versnelling van productontwikkeling. Het aanbod op het gebied van PDM is nu rijp met Quest Runtime, Gerber en Lectra als belangrijkste spelers. Op PDM gebied komen ook ERP leveranciers, maar het lijkt verstandig om een Chinese muur tussen productontwikkeling en logistiek te handhaven. Wel is de koppeling van PDM aan ERP een vereiste, omdat zo het tweemaal invoeren van data of het hanteren van moeilijke transfer van data te verhinderen.Ook in PDM is koppeling naar het web van belang. Zo biedt Quest/Runtime een lap-top applicatie aan die het mogelijk maakt voor productiebegeleiders om op afstand in te loggen en data te raadplegen en te bewerken. Ook Gerber en Lectra zijn naar een web-platform gegaan. De doorbraak van PDM krijgt nu vorm ook al vraagt het om een zorgvuldige implementatie
CAD
In de CAD sfeer is er sprake van een rijpere markt. De ontwikkelingen zijn hier ook sterk gericht op collaborative design en virtual design. Feitelijk gaat het dan om op afstand gezamenlijk te ontwerpen. Dat is zowel relevant als productontwikkeling met/door free lancers wordt gedaan of in samenwerking met klant/leverancier. Daarnaast wordt er veel geinvesteerd in beter beeldkwaliteit, een waarheidsgetrouwe visualisatie van materialen en 3D technieken. Hier zijn het vooral de versterkte technische mogelijkheden die de aanzet tot innovatie zijn: de functionaliteiten zelf bestaan al een tijdje. Nedgraphics heeft een compleet aanbod in meerdere technieken (weven, breien en drukken). Ook bij Lectra en Gerber wordt de materiaalvisualisatie steeds beter. Een daaraan aanverwant veld is het verwerken van structuur, gevoel, handle, geluid van een doek. Daar wordt door het duitse Janet AG aan gewerkt.
Mass-customization
Een aparte ontwikkeling in de CAD sfeer is de realisering van aparte modules voor maatkleding of eerder mass-customization. In het Europese project E-Taylor werkt Investronica aan de koppeling aan maatgegevens gegenereerd door een bodyscan. Ook Lectra en Gerber leggen zich op deze markt toe. Het gaat hier ook om tegen lagere kosten een grotere variatie in maatvoering aan te bieden door een betere afhandeling van de productievoorbereiding. Ook dit terrein zal in de komende jaren sterk in ontwikkeling blijven.
Niche applicaties
Tenslotte de niche applicaties. Waar het hier om gaat is het aanbieden van zeer specifieke maar relevante functionaliteiten. Boeiend is de ontwikkeling van forecasting software. TIA is met A3 Forecasting Solutions de referentie. Forecasting is steeds belangrijker om snel in te kunnen spelen op de markt. Dit geldt temeer door de opkomst van mult-channeling: het via meerdere kanalen (internet, eigen winkels, franchising, zelfstandige detaillisten en concerns), het voorspellen van het verkoopverloop steeds belangrijker maar ook steeds moeilijker wordt. A3 biedt een zeer uitgebreid pakket waarin een combinatie van rekenmethodes, bewerking van historische gegevens en category management wordt samengebracht. Via de koppeling aan ERP kan ook een materiaal behoefte worden voorspeld en kan eerder en accurater ingekocht worden. Prioriteit in de verdere ontwikkeling is de verbetering van voorspelling van materialen.
Wereldwijde samenvatting
Het automatiseringsveld is in beweging. Niet zozeer kwa functionaliteiten maar wel in de aanpassing aan de realiteit van netwerkondernemingen die veel productie-uitbesteden, nauwer samenwerken met afnemers en gebruik maken van free-lancers voor specifieke taken. Daarbij is wereldwijde samenwerking een natuurlijk gegeven. Ook al worden de applicaties op zichzelf gemeengoed, de implementatie over de grenzen van culturen heen maakt de keuze van een partner, van een leverancier niet gemakkelijker. Er komt dus steeds meer kijken bij implementatie, training en beheer.
|
 |
|
Nieuwe maattabellen gepresenteerd tijdens seminar
38% van de vrouwen en 32% van de mannen ontevreden over huidige maatvoering
Tijdens een seminar in de Cenakel te Soesterberg op 21 november jl. werd door verschillende sprekers aan vertegenwoordigers van de mode-industrie de nieuwe Nederlandse maattabellen gepresenteerd. De oude maattabellen dateren uit 1986 en sinds die tijd zijn de Nederlanders wat lichaamsbouw betreft fors veranderd. Uit onderzoek was al gebleken dat 38% van de vrouwen en 32% van de mannen een uiterst negatieve mening hebben over de bestaande maatvoering voor kleding. Kortom, tijd voor een nieuwe aangepaste maatvoering gebaseerd op onze hedendaagse lichaamsbouw en moderne meetmethoden.
Maatgevend seminar
In 1999 rapporteerde het NIPO dat 38% van de vrouwen en 32% van de mannen ontevreden was over de huidige maatvoering. Slechte maatvoering komt behalve uit onderzoek ook tot uiting in de verkoopcijfers. Bij damespantalons blijkt dat zestig keer van de honderd gevallen de aankoop van de pantalon niet doorgaat in verband met de slechte maatvoering. Carl Berlage, senior lector bij het Instituut voor Fashion Management en Design presenteerde ook enige getallen die wijzen op de omvang van pasvormproblemen: 50% van de vrouwen en 62% van de mannen kan geen passende kleding vinden. Hij voegde er aan toe dat 50% van de bestellingen terugkomt wegens de reeds genoemde pasvormproblemen. Deze pasvormproblemen hebben alles te maken met de groei in lengte en breedte van de Nederlandse bevolking. Mannen tot de leeftijd van 29 jaar zijn in 15 jaar gemiddeld 3,5 cm langer geworden, in de leeftijdsgroep van 30-40 jaar is de toename in lichaamslengte zelfs 5,7 cm, terwijl die toename voor mannen tussen de 45-65 slechts 2,4 cm is. Ook geven de borstomvang van mannen en de drop (het verschil tussen tailleomvang en borstomvang) duidelijke verschillen te zien t.o.v. 1986, het jaar waarop de maten zijn gebaseerd. Ook bij vrouwen zijn duidelijke verschillen te zien in lengte, borstomvang en taille sinds de laatste meting in 1986. Met de nieuwe Nederlandse maattabellen en de bijbehorende marktdekkingspercentages zijn veranderingen in lichaamsbouw in kaart gebracht en kan de maatvoering beter worden toegespitst op de doelgroep. Een verbeterde maatvoering zal uiteindelijk leiden tot een vermindering van het nee-verkopen. Ondanks deze doelstelling valt volgens de heer Rob Bruintjes een belangrijke groep weer uit de boot. Als vertegenwoordiger van de Stichting Lange Mensen constateerde hij met enige spijt dat mannen langer dan 196m niet in de standaard tabellen staan vermeld. Jammer, want steeds meer Nederlanders naderen met hun lichaamslengte de twee meter.
Nedscan
Van zowel mannen als vrouwen gaan lengtegroei en breedtegroei niet gelijk op en ook de variatie is toegenomen. Aan de nieuwe maattabellen waarin de veranderingen in lichaamsbouw in kaart zijn gebracht, ligt een uitgebreid onderzoek van de Nederlandse bevolking ten grondslag. De heer dr. Hein Daanen, projectleider van Nedscan bij TNO Human Factors ging tijdens het seminar uitgebreid op het onderzoek in. Het Nederlandse onderzoek maakt deel uit van een internationaal project, het zogenaamde Ceasar project, met o.a. de VS, Nederland en Italie. In augustus 1999 is het Nederlandse deel, de Nedscan, gestart. In totaal zijn 1260 mannen en vrouwen van 18 t/m 65 jaar gemeten. De lichaamsmaten werden niet alleen met de hand gemeten, maar het lichaam werd ook door middel van een bodyscan gekopieerd. Het resultaat zijn lichaamsmaten die zodanig geordend zijn dat daarmee de juiste maten voor kledingontwerp kunnen worden bepaald. Uitgegaan werd van de twee menselijke hoofddimensies, namelijk de lengte en de omvang.
Mannen
De hoofdindeling vindt men terug in de tabellen, waarin naast de lichaamslengte de tailleomvang van belang is. Er is gekozen voor 4 lichaamslengtes (168, 176, 184, en 192 cm) en vier dropmaten ( -15, -10, -5 en 0 cm). In totaal zijn er voor mannen 16 lichaamstabellen die uit 32 lichaamsmaten zijn samengesteld. De lichaamsmaten zijn zodanig geordend dat gemakkelijk de juiste maten voor kledingontwerp kunnen worden bepaald. De ordening is niet alleen gerelateerd aan lichaamsmaten, maar ook aan de leeftijdsgroep. Over het resultaat was de heer Daanen zeer tevreden, want 82% van de gemeten mannen vallen in de gekozen maten en slechts 18% valt er buiten.
Vrouwen
Bij vrouwen ging het Nedscan-project uit van een groepering per lichaamslengte en heuptype. Men heeft gekozen voor
3 lichaamslengtes namelijk 156-164, 164-172 en 172-180 cm, en 3 heuptypen te weten smal, normaal en breed.
De 9 lichaamstabellen voor vrouwen zijn samengesteld uit 35 lichaamsmaten.
Kinderen
De tabellen voor kinderen zijn gebaseerd op de vierde landelijke groeistudie die in de jaren 1996 tot 1997 is gehouden. Voor de kindermaten is het gebruikelijk de maatlengte te baseren op de lichaamslengte. De lengte wordt ingedeeld in intervallen van 6 cm. De verschillen in lengte tussen kinderen van dezelfde leeftijd zijn over het algemeen groter dan de verschillen in leeftijd tussen kinderen van dezelfde lengte. Maten gebaseerd op leeftijdsaanduiding worden dan ook steeds minder gebruikt.
Weet wie u kleedt
De nieuwe tabellen op basis van het Nedscan-project bieden een oplossing voor de vele pasvormproblemen. De tabellen zijn gedifferentieerder dan de oude tabellen uit 1989 en gerelateerd aan verschillende lichaamstypen. Om pasvormproblemen te voorkomen is het verder noodzakelijk de doelgroep te kennen. Volgens ir. Joosje Harmoen, maat- en patroondeskundige moet als uitgangspunt van nieuwe producten voor de doelgroep een of meer tabellen worden gebruikt. 'Pas als u de doelgroep kent, kunt u het aantal nee-verkopen verminderen.'
|
 |