REPORTAGE 02.04



Mode Centrum Almere bereidt 2e fase voor
VTWS vervult wereldwijd voortrekkersrol
"
De branche moet wakker geschud worden"
















Mode Centrum Almere bereidt 2e fase voor

Naar verwachting zullen nog dit jaar de laatste bedrijven hun intrek nemen in de Dôme, het opmerkelijke onderkomen van Mode Centrum Almere. Daarmee zal de eerste fase zijn afgerond van het project dat in drie fasen wordt gerealiseerd. Projectontwikkelaar TCN Property Projects heeft er goede hoop op dat reeds in het eerste kwartaal van 2003 de eerste palen geslagen kunnen worden voor de tweede fase. Stagnerende omzetten in de detailhandel vormen blijkbaar vooralsnog geen belemmering voor de groeiende belangstelling van zowel huurders als bezoekers.

Fasering
Het Mode Centrum Almere heeft met de ingebruikneming van de fraaie Dôme een eigen gezicht gekregen, passend bij de modewereld. In de loop van het jaar is de lijst van participerende bedrijven dan ook flink uitgegroeid, zodat de huidige bezetting van 90 procent naar verwachting nog dit jaar tot 100 procent zal worden uitgebreid. Gezien de unieke ligging, de eigentijdse sfeer en de geboden faciliteiten hebben de ontwikkelaars er alle vertrouwen in dat ook de tweede fase daardoor al spoedig in zicht komt. De heer Mark Zwinkels van TCN Property Projects hierover: 'Uiteraard dient de financiering van de tweede fase rond gemaakt te worden. Om investeerders te bewegen in het project deel te nemen dienen er uiteraard eerst voldoende contracten met kandidaat huurders gesloten te zijn. Wij hebben alle vertrouwen dat dit geen probleem zal zijn. De deelnemende partners staan in de startblokken om aan de tweede fase te beginnen en in principe zal de bouw op zich niet veel meer dan een jaar vergen.' Het totale project krijgt een oppervlakte van 55.000 m2, waarvan de Dôme reeds 15.000 m2 beslaat. De totale realisering van het centrum, dat dagelijks van 8.00u tot 18.00u voor de modedetaillist openstaat, zal nog enkele jaren vergen. Naar verwachting zal echter reeds in het eerste kwartaal van 2003 met de bouw van de tweede fase begonnen kunnen worden.

Belangstelling
Ondanks de stagnerende omzetten in de modebranche is er, volgens de heer Zwinkels, sprake van een behoorlijke animo van ondernemers om zich in het centrum te vestigen. 'Als er één schaap over de dam is volgen er meer. In het begin hebben we nogal hard moeten sleuren, maar alles is nu concreter.' Het aantal bezoekers is inmiddels gestegen van 1.000 personen in januari naar ruim 8.500 in augustus. In de toekomst zullen waarschijnlijk ook in samenwerking met de huurders activiteiten worden ontplooid en als daar vraag naar is kan wellicht ook meer ruimte gegeven worden aan aanbieders van modeaccessoires. Een en ander geheel in de heersende tendens om meer 'lifestyle' aan te bieden.




VTWS vervult wereldwijd voortrekkersrol
Aansluiting bij brancheorganisatie gewenst

Nederland was het eerste land ter wereld waar, eind jaren vijftig, textieletikettering werd toegepast. De Vereniging Textieletikettering voor Was- en Strijkbehandeling werd opgericht om de etikettering eenduidig te regelen. Andere landen namen het systeem over en veertig jaar later speelt de VTWS nog altijd wereldwijd een voortrekkersrol.

De heer Van der Pijl directeur VTWS: "Het is mooi dat de symbolen bestaan, maar de consument moet wel op de hoogte zijn van de betekenis ervan. Hier is een voorlichtingstaak weggelegd voor de VTWS, onder meer door het uitgeven van het bekende boekje Textiel ABC en waskaarten en -stickers. Anderzijds is er nog veel te doen in de branche zelf. Kledingfabrikanten besteden vaak weinig aandacht aan de was- en strijksymbolen, omdat ze er geen belang bij denken te hebben. Als er al symbolen geplaatst worden, gebeurt dit nogal eens te summier. Men laat bijvoorbeeld het droogtrommelsymbool weg, of kruist het door terwijl hier geen reden voor is. In de Verenigde Staten, Oostenrijk en Italië is de etikettering wettelijk geregeld, maar in de meeste landen is dit niet het geval."

Goed voor de handel
"
Een actuele ontwikkeling op etiketteringsgebied is de ontwikkeling van een eenduidig systeem voor gebruik over de hele wereld. Dat is beslist geen sinecure gezien de grote verschillen die er bestaan in wascultuur. Het wassymbool voor natreiniging, een W in een cirkel, wordt bijvoorbeeld in Nederland weinig toegepast maar in Duitsland wel omdat daar strengere regels ten aanzien van Per-reiniging gelden. In Frankrijk is bleken heel gebruikelijk, terwijl dit in Groot-Brittannië nauwelijks wordt gedaan. En in de Verenigde Staten wordt het warme water rechtstreeks uit de kraan betrokken en niet meer verwarmd in de machine. Hier wast men dus bij hooguit 50 graden. Daarom worden in de VS ook wasmiddelen met meer bleekmiddel geleverd dan in Europa. Overigens werden in de USA tot 1994 niet eens wassymbolen gebruikt maar teksten. En ieder land strijdt voor zijn eigen belangen.", aldus Van der Pijl.



Het vaststellen van een wereldstandaard is uiteindelijk de verantwoording van een commissie van de International Standard Organisation. In deze commissie zijn brancheverenigingen uit de hele wereld vertegenwoordigd, waaronder de VTWS. Het ontwikkelings-proces voor de nieuwe norm is gestart in 1997 en zal naar verwachting pas in 2004 worden afgerond. De heer Van der Pijl: "Nederland heeft een groot belang bij een wereldwijde standaard voor wassymbolen. Wij zijn een handelsnatie en we drijven onze handel over de hele wereld. Denk eens aan de efficiencyvoordelen. Partijen kleding die voor verschillende landen bestemd zijn, kunnen worden geproduceerd met één en hetzelfde label erin. En kleding kan naar alle landen verhandeld worden zonder dat er problemen ontstaan met betrekking tot de etikettering."

Schaalvergroting
Eén van de redenen dat de VTWS als toonaangevend wordt beschouwd binnen de Europese etiketteringsorganisatie Ginetex en in de ISO-commissie onderhouds-etikettering (ISO TC38/SC11), is dat de vereniging als enige nog zelfstandig is en geen onderdeel uitmaakt van een nationale kledingfederatie. Van der Pijl en zijn rechterhand mevrouw Peeters-Bunting, die al twintig jaar voor de VTWS werkt, houden zich uitsluitend met alle facetten van de etikettering bezig. De ingenieur is ook van huis uit een textieltechneut, die regelmatig zelf proeven uitvoert. Toch zou de VTWS best aansluiting willen hebben bij een grotere organisatie. "Onderdeel uitmaken van een grotere organisatie verbetert de informatie-voorziening en het netwerk, je krijgt meer middelen ter beschikking en er zijn bedrijfstechnische voordelen te behalen. In een tijd waarin wordt gewerkt aan een wereldwijde standaardnormering, moet je ook als organisatie op grotere schaal denken."




"De branche moet wakker geschud worden"
Het voormalige NMI gaat zich richten op consumenten-voorlichting en Imago Trainingen voor de branche

Na haar verzelfstandiging kwam het NMI al snel in de problemen, om eind vorig jaar te worden opgeheven. Uit de failliete boedel kocht het Haarlemse Image adviesbureau B-Kwadraat onder andere de naam Nederlands Mode Instituut en het archief.

In 1989 werd B-Kwadraat als opleidingsadviesbureau opgericht door Johan van Eijck en Ada Nijman. Beiden hadden ervaring met het geven van trainingen voor bankpersoneel; het ontwerpen en uitvoeren van omscholings-projecten voor langdurig werklozen. Daar bleek hen, dat sollicitaties soms vast bleken te lopen op de uitstraling van de cursisten. Vandaar dat in eerste instantie met name Ada Nijman zich hier in verdiepte. Zij volgde diverse trainingen van een bekend Amerikaans Image Consultancy bureau, o.a. over de kleurtheorie van Johannes Itten (1888-1967), die kleuren indeelde in seizoenen. "Dat is sinds 1993 een beetje uit de hand gelopen", stelt de heer Van Eijck eufemistisch, tijdens het interview in de ontvangstruimte die is gevuld met kledingrekken, stalenmappen, posters enzovoort.

voor kleurenstalenboek van B-kwadraat na

B-Kwadraat begon imago-trainingen voor bedrijven te organiseren, toen vooral nog gericht op het verstrekken van kleur- en stijladviezen voor de zakelijke kleding. Uitgangspunt van het advies aan medewerkers in dienstverlenende bedrijven is dat de aandacht moet uitgaan naar iemands gezicht en niet naar zijn of haar kleding. "Als je een compliment krijgt voor je kleding, val je niet als persoon op en ben je verkeerd gekleed", vindt Van Eijck. Interessant is het gegeven dat mensen instinctief kleuren kiezen die volgens de kleurtheorie van Itten ook bij hun passen. Maakt men andere keuzes dan komen deze voort uit de invloeden van de maatschappij, bijvoorbeeld blondines die in het zwart gekleed gaan. Iedereen die op consult komt bij B-Kwadraat, ontvangt een kleurenboekje met daarin voorbeelden van de kleurtinten die bij hem of haar passen. Voor het samenstellen van deze boekjes kwam het adviesbureau in contact met het NMI. "Het NMI gaf prachtige dingen uit en werd niet voor niets beschouwd als toonaangevend in heel Europa. Door de hoge kwaliteit waren ze echter ook prijzig, een van de punten waarop het helaas fout is gegaan. Wij hebben een aantal dingen uit de boedel gekocht, deels vanwege de historie, deels omdat we op termijn plannen hebben met het NMI. Het Nederlands Mode Instituut van B-Kwadraat gaat zich richten op voorlichting aan consumenten. Denk daarbij aan een website met informatie en verwijzingen naar winkels waar men op de hoogte is van de kleurtheorie van Itten en veel aandacht bestemd aan een juiste pasvorm, maar ook en accessoires en interessante literatuur." Ook in de branche wil men actief blijven. Als er voldoende vraag naar is, gaat men opnieuw de kleurkaarten uitgeven. Deze worden dan wel eenvoudiger uitgevoerd en goedkoper aangeboden. Daarnaast wil B-Kwadraat onder de vlag van het NMI Imago trainingen gaan geven voor mensen die in de mode-branche werkzaam zijn. Volgens Van Eijck, die tijdens zijn carrière bij voorkeur met vernieuwingen bezig is, valt er in de kledingwereld nog veel te verbeteren. Hij wil nergens tegenaan schoppen, maar de branche moet volgens hem wel wakker geschud worden. "Ontwerpers, fabrikanten en inkopers houden onvoldoende rekening met de wensen van de klant: tachtig procent van de kleding wordt gemaakt voor twintig procent van de mensen". Er is fors geïnvesteerd in het NedScan project, maar de meeste kledingfabrikanten werken nog altijd met oude maattabellen.

Met name voor vrouwen blijkt de pasvorm daardoor een groot probleem. Heel verbaasd is Van Eijck over de onwetenheid en erger nog, de onverschilligeheid in de branche als het gaat om de kleurtheorie van Itten. Bodyscans bieden hiervoor een acceptabele oplossing. "De huidige resultaten moet je zien als individuele confectie: de maten en verhoudingen zijn enigszins aan de persoon aangepast en de klant kan zelf materialen en kleuren kiezen. Dat dat kan voor een confectieprijs is fantastisch, maar de pasvorm van echte maatkleding wordt met bodyscans gewoon nog niet gehaald. Daar is nog veel ontwikkelingswerk voor nodig."