SPECIAL 02.04



RunTime opmerkelijk succesvol in Europa
Concentratie in het kleine grut
Coats Opti: uniforme kwaliteit en service wereldwijd





















RunTime opmerkelijk succesvol in Europa
Grote merken kiezen voor flexibiliteit en service

RunTime is bezig aan een opmerkelijke opmars in Europa en opende in korte tijd kantoren in Parijs, Londen en Keulen. Het portfolio van het bedrijf, dat onderdeel uitmaakt van softwaregigant Geac, bevat inmiddels diverse klinkende namen van vooraanstaande modemerken. Juist in deze moeilijkere tijden kiest men voor de arbeidsbesparende flexibiliteit van het modulaire RunTime-concept.

Wereldwijd
Sinds RunTime deel uitmaakt van het Canadese Geac concern heeft het bedrijf zijn positie aanzienlijk kunnen versterken. Geac, met kantoren wereldwijd, is qua omvang het 14e softwarehuis ter wereld en wordt in een adem genoemd met concerns als SAP, Oracle, PeopleSoft en J.D. Edwards. Deze wereldwijde presentie heeft voor RunTime mogelijkheden geopend om haar producten af te zetten en te ondersteunen via lokale Geac vestigingen. Mede daardoor vonden RunTime solutions inmiddels hun weg naar onder andere Amerika en het Verre Oosten. Toch is RunTime vooralsnog terughoudend met het aannemen van projecten op verre markten, aangezien de organisatie met op dit moment 65 medewerkers geen concessies wil doen aan de kwaliteit van haar support in Europa.

Frankrijk
Belangrijker dan zaken doen met allerlei exotische markten vindt RunTime vooralsnog een goede roll out van haar producten op de Europese markt. Daarom werden recent RunTime business units geopend in Parijs, Londen en Keulen. Met name de Franse vestiging wist tot dusverre een aantal successen te boeken. De combinatie van een grote markt en een concentratie van grote couturemerken maakt Frankrijk bij uitstek interessant. RunTime opende in 2001 een kantoor in Parijs en trok lokale medewerkers aan met een goede kennis van de mode-industrie. Reeds vrij spoedig werden contracten gesloten met belangrijke internationale sportmerken als Rossignol en Rip Curl. Al snel daarna kreeg RunTime een steun in de rug doordat haar producten als beste oplossing werden gekozen door LVMH. Inmiddels hebben grote namen als Kenzo en Christian Lacroix RunTime applicaties geimplementeerd en zullen merken als Christian Dior, Celine en Louis Vuitton spoedig volgen. Franse bedrijven brengen hun productie vaak onder in landen als Tunesië en Marokko en voor dit gebied heeft RunTime nu een eigen agent aangesteld.

Work Flow Module
De softwareontwikkeling staat ondertussen niet stil. Zo'n 450 Europese bedrijven optimaliseren hun ontwikkelingsproces met het Product Data Managementsysteem Quest PDM, waarvoor onlangs de module "QuestPDM Workflow" werd ontwikkeld. Deze informeert de Quest gebruiker, fabrikant en anderen automatisch over veranderingen binnen de QuestPDM databases. Vorderingen, veranderingen en mogelijke vertragingen in bedrijfsprocessen worden hierdoor gesignaleerd, waardoor eventueel tijdig kan worden bijgestuurd. De modulair opgebouwde software van RunTime is gebruiksvriendelijk en relatief gemakkelijk te implementeren. Onlangs werd een nieuwe versie gelanceerd van het designsysteem, met onder andere meer functionaliteit op kleurgebied.

Succes
In weerwil van de relatief slechte economische tijden voorziet RunTime een flinke, verdere groei van haar gebruikersgroep. Bedrijven die voorheen met andere pakketen werkten of hun eigen oplossingen lieten ontwikkelen stappen vaak over op RunTime vanwege de grote mogelijkheden binnen de flexibele, modulaire structuur en de uitstekende return on investment. Want juist in tijden dat rendementen onder druk staan bestaat een grote bereidheid om in arbeidsbesparende systemen te investeren. Dat geldt evenzeer voor ondernemingen die automatiseren uit een oogpunt van business improvement. RunTime levert niet slechts een softwarepakket af, maar gaat een relatie aan met haar klanten. Veel aandacht wordt gegeven aan implementatie en support. Binnen grotere bedrijven vangt een speciaal opgeleide super-user de meeste vragen op. Verder kan een beroep worden gedaan op lokale vestigingen van RunTime.




Concentratie in het kleine grut

Voorlopig blijven fournituren noodzakelijk in kleding. Naadloos confectioneren of sluitingloze kleding blijft bestaan. Dat wil niet zeggen dat de sector gebrek aan dynamiek kent. Ook in deze sector is sprake van schaalvergroting en globalisering. De verplaatsing van kledingproductie naar het Verre Oosten en in mindere mate Oost-Europa.

Schoenmaker blijf bij je leest. Coats trekt zich met de aangekondigde verkoop van Jaeger en Viyella geheel terug op naaigarens en ritssluitingen. De opbrengst van de modedivisies zou dan ook gebruikt worden om de positie in industriele naaigarens verder uit te bouwen. Voor Coats is dat in 15 jaar terug naar af, waarbij de tijd van grootschalige overnames in het Verenigd Koninkrijk wordt afgesloten ten voordele van een niche positie wereldwijd.

Ontwikkeling
De strategie van Coats is exemplarisch voor een bredere ontwikkeling in de textiel en kledingsector in het algemeen, maar al helemaal in de toeleveranciers aan de sector. De markt voor fournituren (incl. naaigarens) in Nederland is niet veel meer dan € 50 mill. gefactureerd in Nederland. Een groot deel daarvan gaat naar de gordijnenindustrie. In de kledingindustrie wordt steeds meer rechtstreeks ingekocht via de producenten en de fournituren komen in het gereed product binnen. De binnenlandse marktbehoefte voor fournituren krimpt daarom jaar op jaar, conjunctuurschommelingen daargelaten.

Grote leveranciers zoals Coats in naaigarens, Freudenberg in tussenvoeringen, YKK in ritssluitingen, Mainetti in kledinghangers voeren een beleid van productspecialisatie en uitbreiding van wereldwijde aanwezigheid. Dit kan des te meer in die producten waar een relatief beperkte productdifferentiatie gepaard gaat met een fijnmazige logistiek en sterke individuele service. Deze strategie vertaald zich in een globaal productiebeleid met grootschalige gespecialiseerde units en een fijnmazige distributie met productdifferentiatie (denk aan inverven van naaigarens).

Internationaal versus lokaal
Een stap verder gaat men niet. Men zou logisch kunnen veronderstellen dat de volgende fase de vorming is van geintegreerde concerns die alle intermediaire supplies aanbieden. Met die stap zou men een aanzienlijk risico nemen. Naar de grotere klanten, die men direct bedient versterkt dit de aanbiederspositie. Kleinere klanten zullen doorgaans de voorkeur geven te werken met groothandelaren of distributeurs. Als concerns een totaal aanbod gaan doen dan zal dat de groothandelaren van zich doen vervreemden.

Hoe globaal de fourniturenindustrie gaat opereren is maar de vraag. Dat speelt natuurlijk vooral bij standaardiseerbare artikelen waar de marges laag zijn. Alleen door schaalvoordelen kan men efficient produceren. In producten met meer toegevoegde waarde en differentiatie blijven markten regionaal of zelfs lokaal. Op het gebied van schoudervullingen bijvoorbeeld zien we veel minder internationale handel. Dat wijst op veel lokale productie. Daarnaast slagen de grote spelers er ook niet in overal aanwezig te zijn. Coats en YKK hebben een indrukwekkend netwerk van verkoopkantoren, tot in de Baltische staten en de Afrikaanse oostkust aan toe. Maar in alle regio's kunnen zij niet aanwezig zijn. Ook zij zullen steunen op regionale en lokale distributeurs. Ook de grote spelers kunnen hun klanten niet overal volgen.

Voor een deel hoeft dat ook niet want de laatste jaren is er ook opkomst van draaischijven in de kledingindustrie. Milaan, New York, Istanbul en Hong Kong sturen samen al 40% van de wereldproductie aan. Voeg daar London, Parijs, Los Angeles, Seoul, Taipei, Bombay en Singapore aan toe en je kunt stellen dat de productieaansturing van kleding maar over een beperkt aantal schijven gaat. Ook de logistiek is simpel. Niet minder dan 30% van de wereldtextiel en kledingproductie transiteert via Hong Kong en Rotterdam.

Je hoeft maar op de kritieke punten te zitten om op elke kilo 1 ct winst te nemen en winstgevend te zijn. Dat geldt voor logistieke dienstverleners, toeleveranciers en aanbieders van industrial supplies. Ook voor hen gaat de retailregel op: locatie, locatie, locatie.




Coats Opti: uniforme kwaliteit en service wereldwijd
Afnemers wensen sourcing op productielocatie

Nadat kledingproducenten in de afgelopen decennia hun productie naar veraf gelegen locaties hebben overgeplaatst groeit bij veel bedrijven de behoefte aan levering van grondstoffen direct op de productielocatie. Coats Opti speelt op deze ontwikkeling in door haar Europese klanten te helpen bij het gehele proces dat daarbij komt kijken. Want ook op verre bestemmingen kunnen afnemers verzekerd zijn van standaard betrouwbare kwaliteit en een universele kleurstelling.

Sourcing verplaatst
Voor kledingproducenten is het van essentieel belang om tegen een zo laag mogelijke kostprijs te produceren om concurrerend te kunnen werken. Gezien het grote aandeel van de personeelskosten in de totale kostprijs hebben veel bedrijven hun productie naar elders in de wereld verplaatst. Bedrijven in Nederland begonnen daarmee reeds in de zeventiger jaren en in België pas wat later. Landen als Engeland en Amerika zijn eerst nu, in versneld tempo, bezig hun productie te verplaatsen. Tot dusverre beperkte de verplaatsing zich slechts tot de feitelijke productie. De grondstoffen werden in of via West Europa aangekocht en daarna naar de productielocatie getransporteerd. Onder invloed van de scherpe concurrentie gaan producenten er echter steeds meer toe over om ook de sourcing van grondstoffen zoals stoffen, voeringen, garens, knopen, ritsen et cetera naar het productieland te verplaatsen. Men wil op deze wijze kosten besparen om concurrerend te blijven in een markt waar iedere cent telt. Of het nu komt door de gevolgen van 11 september of door de stagnerende economie, deze beweging is overal ter wereld gaande.

Lokale aanbieders
Bedrijven die vanuit West Europa hun productie elders onderbrengen en daar op de lokale markt willen inkopen zullen ter plaatse op zoek moeten naar geschikte leveranciers, met alle mogelijke gevolgen voor zaken zoals kwaliteitsbeheersing, logistiek en organisatie. Wanneer de kledingproducent een goede naam heeft opgebouwd op het gebied van kwaliteit en leverbetrouwbaarheid is dit op z'n zachtst gezegd niet geheel zonder risico. Beslissingen over productie en sourcing plegen genomen te worden door de opdrachtgever in bijvoorbeeld Nederland, die meestal niet of nauwelijks op de hoogte is van de lokale aanbieders in het productieland.

Procedure
Coats Opti signaleert bij haar afnemers duidelijk de behoefte om daar te sourcen waar men produceert en wil daarbij een ondersteunende rol spelen. Het bedrijf is wereldwijd leverancier met circa veertig productielocaties en kan haar producten in principe aanleveren op locaties waar ook ter wereld. Wanneer bijvoorbeeld een Nederlands of Belgisch bedrijf ervoor kiest zich te laten bevoorraden in Roemenië, Bulgarije of Litouwen dan is het mogelijk dit proces vanuit Nederland aan te sturen. Daarvoor wordt een zorgvuldige procedure gevolgd om zover mogelijk tegemoet te komen aan de wensen van de klant. Gekeken wordt naar de behoeften van de klant op het gebied van kleuren, artikelen, eventuele klantgebonden voorraden et cetera. Dit proces wordt volledig begeleid door een team met internationale verantwoordelijkheden.

Global Color Reference
Om te garanderen dat bedrijven kunnen rekenen op exact dezelfde artikelen en service heeft Coats een zogenaamde Global Color Reference doorgevoerd. Eenduidige kwaliteit is namelijk gemakkelijker te realiseren dan exact dezelfde kleurstelling. Daarom zijn de waarde en receptuur van maar liefst 900 kleuren nauwkeurig voor iedere Coats ververij vastgelegd. De meest courante kleuren (voor centraal Europa zo'n 348) zijn leverbaar binnen 24 uur, de overige binnen maximaal 3 tot 5 dagen. Momenteel investeert Coats miljoenen euro's in logistieke programma's, voor bijvoorbeeld Polen, Hongarije, Litouwen en Aziatische landen. Voor wat de westeuropese markt betreft concentreert Coats zich steeds meer op alternatieve markten, onder andere producenten van tenten, matrassen, auto's en filters en sectoren waar wordt gewerkt met technisch textiel.