|
Grand Seigneur voor Marjan Wigger - Turnover
Tijdens de jaarvergadering van MODINT, Ondernemersorganisatie voor mode, interieur en textiel in het Singer Theater te Laren heeft MODINT-voorzitter mr. Harry van Dalfen op 31 oktober de prestigeuze modeprijs GRAND SEIGNEUR uitgereikt aan Marian Wigger, mede-eigenaar en creative director van het kledingmerk Turnover.
Volgens de jury is Turnover te omschrijven als een collectie van tijdloze basics met een juiste balans van modieuze aspecten en een uitstekende prijs/kwaliteitverhouding voor de jonge en zich jong voelende vrouw. Marian Wigger heeft met grote creativiteit, intelligentie en discipline een eigen stijl ontwikkeld volgens simpele maar zeer aansprekende richtlijnen.
De Grand Seigneur is een oevreprijs voor personen of bedrijven die een langere periode een duidelijke, liefst alom erkende bijdrage hebben geleverd aan het modebewustzijn en het modebeeld van de consument. Sinds 1984 is de prijs een sculptuur van Wendela Gevers Deynoot zestien keer uitgereikt, waaronder aan Jacques van Gils (1986), Avenue (1988), AGU Sport (1990), schoenenontwerper Jan Jansen (1996) en Claudia Sträter (1998).
|
 |
|
Contec Technology Update 2002:
samenwerken en communiceren voor een consumentgerichte keten
 |
| Runtime |
Onder de titel "innovatie in kledingproductie en verwerking van technisch textiel" organiseerde Contec op 7 november 2002 weer een Technology up-date, hierbij geïnspireerd door een aantal marktpartijen. Dankzij de aanwezigheid van de vele deelnemers, de boeiende presentaties in het ochtendprogramma en een aantal op de praktijk toegespitste workshops daarna, werd de doelstelling "een inspirerend ontmoetingspunt voor de gehele bedrijfskolom" ten volle waargemaakt. Het accent lag hierbij op vernieuwende technologie en ict nu en in de toekomst. Een opmerkelijk contrast met de bijzonder sfeervolle locatie, de Orangerie te 's-Hertogenbosch, gevestigd in de oude St. Josephkerk.
Investeren in ICT: meer dan een rage
 |
| Gerber Technology |
Zoals elke branche in beweging, is ook de wereld van textiel onderhevig aan trends, zo opende de heer Dr. M. Scheffer zijn inleiding. Hij onderscheidt hierbij langzame en snelle trends, waarbij de laatste categorie er een is waar de markt zich nauwelijks tegen kan wapenen, maar die toch een grote impact kunnen hebben. Als recent voorbeeld werd hierbij aangehaald de effecten op de wereldeconomie na "Ground Zero". Als belangrijke langzame trends werden genoemd: "Het ontstaan van een werkelijke Europese markt, een veeleisende merkbewuste consument en innovatie tegen de stroom in" aldus de heer Scheffer. De wereld van textiel werd verdeeld in de categorieën Modisch, Beroeps, Woning en Technisch. Opvallend is hierbij dat, hoewel de sector als geheel een stabiele tot lichtdalende tendens vertoont, de sector technisch textiel een opvallend hoge groei laat zien. Hierbij kan een relatie worden gelegd met de toenemende aandacht voor milieu en gezondheid. Hoewel enerzijds sprake is van groeiende globalisering van de productie, werd anderzijds een krimpende wereld van textiel door fusies, overnames en allerlei vormen van samenwerking in de bedrijfskolom vastgesteld.
Toekomstvisie
 |
| Pebblestone |
De heer Scheffer voorziet toenemende concurrentie onder leverancierslanden. Belangrijke factoren die daarnaast de rentabiliteitsgroei kunnen beïnvloeden zijn het maximaliseren van bruto marge, verdere uitbesteding van productie en een groei van de omzetsnelheid. Investeren in procesopvolging, ofwel "beter meten is beter weten" en versnellen van de productievoorbereiding moeten hier toe bijdragen. Een belangrijke ontwikkeling is de e-commerce en dan met name in business to business. Samenwerking tussen leverancier en afnemer is hierbij vanzelfsprekend absolute noodzaak. De inleiding van de heer Dr. S. Volker Rehm van ITV Denkendorf in Stuttgart, sloot hier naadloos bij aan. De enorme complexiteit van de textielbranche vereist allereerst kennis en inzicht om deze te kunnen managen. In deze complexe keten is nog steeds in hoge mate sprake van de traditionele stapsgewijze productie. Met verticale en horizontale integratie is hier enorme tijdwinst te behalen. Deze "Texterm" benadering vraagt een omschakeling van net-werk naar net-management. Dit vereist een gestroomlijnd en betrouwbaar communicatienetwerk dat voor alle partijen toegankelijk is. Aan de hand van een schematische voorstelling van de branche en de communicatiestromen zoals die nu plaatsvinden, maakte hij duidelijk dat voor het realiseren van de zo gewenste tijdwinst een rigoureuze aanpak van de nu nog versnipperde communicatie essentieel is. Om dit te bereiken, zo stelde de heer Rehm, moeten de marktpartijen bereid zijn kennis te delen. Dus ook hier weer de noodzaak van vertrouwen en samenwerking.
Workshops: gevarieerd en informatief
 |
| Coats |
De workshop "kleding op maat" door de heer Dr. H. Daanen (TNO) voerde de vele belangstellenden langs de nieuwste ontwikkelingen die moeten leiden tot standaarden voor lichaamsmetingen in de Europa en op termijn ook wereldwijd. Als assortimenten niet goed zijn afgestemd op de veranderende voorkeuren van consumenten heeft dit vanzelfsprekend nadelige invloed op de rentabiliteit. Ontevreden klanten lopen immers weg. De workshops van Lectra, Runtime en Pebblestone lieten niet alleen het grote belang zien van een effectief gebruik van ICT, maar bieden ook oplossingen voor vraagstukken die door de inleiders aan de orde zijn gesteld, zoals op het gebied van productieversnelling, logistiek en communicatie. De bijdrage van Inside Communications behandelde het belang van een zorgvuldige kostprijscalculatie, een onderwerp dat in veel bedrijven onderbelicht blijft, maar van groot belang is bij het bewaken van de rentabiliteit. Een op de textielbranche toegesneden kostprijscalculatiesysteem kan hierbij helpen.
Een geslaagd evenement
Zowel bij deelnemers als bezoekers waren positieve geluiden te horen over zowel organisatie als de kwaliteit van de aangeboden informatie. Het bijeenbrengen van zoveel kennis en visie in een aangename ambiance, mogelijk gemaakt door de hoofdsponsors Runtime, Pebblestone en Gerber Technology, voldoet blijkbaar aan een duidelijke behoefte.
|
 |
|
Samen sterk in Belgische confectiewereld
Voorbeeld van hoe men, door samenwerking, sterker wordt
Vlaamse confectionairs zijn hardwerkende ondernemers, die dank zij hun innoverende en creatieve instellingen talrijke stormen overleefden. De winstmarges zijn meestal niet royaal te noemen, maar kostenbewustzijn, productiviteit en een hoge rotatie compenseren deze handicap.
 |
| Presentatie van Ir. J. van Vlaenderen |
Sinds enkele jaren is een uniek project opgestart door die Vlaamse nijverheid, rond softwarebouwer Inside Communications uit Waregem - België. Maandelijks zetten zich een tiental confectiebedrijven rond de tafel en zoeken samen in een open sfeer naar oplossingen voor dagelijkse problemen. Met haar 50 medewerkers beschikt Inside Communications over gespecialiseerde kennis op het terrein van textielsoftware. Hun jarenlange ervaring heeft hen geleerd dat er binnen het hele textielgebeuren nood is aan specifieke oplossingen en samenwerking. In '98 werd gestart met de ontwikkeling van een modern confectiepakket. Ir. Jan van Vlaenderen, zelf jaren actief in binnenlandse en buitenlandse productiebedrijven, werd aangezocht om samen met toen vijf pilootbedrijven, een uniek en gespecialiseerd ERP-pakket te ontwikkelen, dat zo dicht mogelijk aansluit bij de noden van de branche.
Op heden is 'INCO Xp' - wat staat voor INside COnfectie - een standaard op de Belgische markt. En uniek is dat de huidige gebruikers, een groep die uitgegroeid is tot een tiental vooraanstaande bedrijven, op regelmatige basis verzamelen blaast in Waregem. Die groep wisselt vrijelijk van ideeën en geeft onderling informatie door over tal van onderwerpen. Zo werden onder andere naast voorraadbeheer (artikels, grondstoffen, gesneden delen), een gedetailleerde ABC-costing uitgewerkt en een capaciteitsplanning tegen beperkte capaciteit. Door de inbreng van allen is men gekomen tot een compleet ERP-pakket.
Voor de deelnemende bedrijven zijn 'Winst maken met scherpe prijzen', 'tijdige leveringen', dan geen holle slogans, maar dagelijkse realiteit.
|
 |
|
Herbezinning stelsel van kledingmaten
Doel: meer passende kleding met minder variatie in
 |
de heer H. Daanen,
TNO menskunde |
In mei 1998 werd tijdens een tweedaags vakevenement van Contec in Veldhoven de bodyscanner gepresenteerd. Zoals voorzien heeft deze sindsdien ook zijn entree gemaakt in de kleinschalige kledingproductie op maat. Ook werd de scanner gebruikt om te komen tot een stelsel van zo weinig mogelijk confectiematen die zoveel mogelijk dragers per doelgroep goed passen. Tijdens het Contec evenement op 7 november 2002 maakte de heer H. Daanen, projectleider bij TNO menskunde, een tussenbalans op.
Met het individuele van de kleermaker en de snelheid van confectie biedt Mass customization op dit moment het beste uit twee werelden. Wie redeneert vanuit de ketengedachte ontdekt in de productieprocessen voor kleding enige zwakke schakels. Een daarvan is vaak de maatvoering. Middels het project Nedscan vindt momenteel een grondige heroriëntatie plaats op de vertaling van de lichaamsmaten naar confectiematen. Uitgangspunt daarbij is de wens van vrijwel iedere producent van confectie om met zo weinig mogelijk kledingmaten een zo optimaal mogelijke dekking onder de diverse groepen kledingdragers te bereiken. Voor kleding die volledig op maat wordt gemaakt is behoefte aan een flexibel matensysteem ten behoeve van bijvoorbeeld scanners, patronensoftware, visualisatiemiddelen en productiemachines, maar ook voor communicatie in de keten via internet. Net als de voorkeuren van de klant veranderen ook maten vrij snel, waardoor producten vaak blijven hangen of worden geretourneerd. Nederlanders worden gemiddeld 1 millimeter per jaar langer en nemen iedere drie jaar 1 kilogram in gewicht toe(!)
Maattabellen
TNO, Modint, De Pasvorm, HFMD Wehkamp en Hema sloegen de handen ineen om maattabellen te ontwikkelen voor vrouwen, mannen en kinderen. Voor vrouwen zijn daaruit negen tabellen voortgekomen, te weten in de lengtecategorieën 160, 168 en 176 en de heuptypen smal, normaal en breed. De borstomvang varieert van 76 tot 146. Uit deze matenrange kunnen retailers een segment kiezen dat het best aansluit bij de doelgroep die zij willen bedienen. Voor mannen zijn zestien tabellen ontwikkeld in de lengtecategorieën 168, 176, 184 en 192 en rekening houdend met de 'droptypen' - 15, - 10, - 5 en 0. Onder 'droptype' wordt het verschil verstaan tussen de tailleomvang en de borstomvang. Alle maattabellen geven een dekking van circa 82 procent. Alle schema's ten spijt dient kleding toch ter controle gepast te worden. Meet men ter controle iemands lichaamsmaten op en laat men deze vervolgens naast de eigen maat ook kleding passen die een maat groter en een maat kleiner is, dan kan men een aardig beeld krijgen of men niet te gedetailleerde stappen maakt. Overigens is het soms verbijsterend hoezeer een door dragers gekozen colbertmaat kan afwijken van hun feitelijke confectiemaat. Een proef met personen in de confectiemaat 50 droeg in werkelijkheid colberts in de maten 44 tot 58.
Made to measure
Tussen lichaamsmaten en de meest geschikte confectiematen zitten factoren zoals het heersende modebeeld, het materiaal van de kleding en de voorkeur van de drager. De vertaalslag tussen de door een bodyscanner geregistreerde maten en de vereiste kledingmaat is complexer dan men op het eerste gezicht zou denken. Het is daarom heel belangrijk om de goede software te koppelen aan de goede scanner. De huidige tijd van massa individualisering kan een uitstekend startpunt vormen voor ketenomkering, ondanks de relatief hoge investeringen die daarvoor nodig zijn. Bedrijven als Possen en Hout-Brox hebben de eerste stappen al gezet. Partijen zoals TNO,Wehkamp, KUB, Devis, Pasvorm en Bardzo zijn bezig kennis te ontwikkelen op het gebied van made to measure en doen ervaring op met scanning, automatische maatdetectie, de vervaardiging van patronen en de productie. Daarbij kwam onder andere naar voren dat de logistiek binnen de productieketen nog niet is ingesteld op made tot measure. Nog voldoende werk aan de winkel dus...
|
 |
|
Effectief investeren in nieuwe technologie
Ketenverkorting en verhoging van omzetsnelheid noodzakelijk
 |
dr. Michiel Scheffer,
dagvoorzitter |
Bij de opening van de laatstgehouden Contec Technology Update schetste de heer dr. Michiel Scheffer een beeld van de ontwikkelingen in de textiel- en kledingsector wereldwijd. Met name ging hij in op de kansen en bedreigingen in een markt die snel verandert onder invloed van globalisering, innovatie, naderende schaarste en nieuwe consumenten.
Europa
In de huidige situatie wordt de Europese markt voor modisch textiel vooral gekenmerkt door krimp en concurrentie. Er is sprake van een vlakke ontwikkeling van prijzen, groeiende concentratie in winkels en merken en hoge investeringen in ICT. In beroepstextiel groeit de markt met circa 5 procent per jaar, mede onder invloed van de corporate identity en genormeerde werkkleding. De groei in het segment woningtextiel bedraagt slechts 2 tot 3 procent. Op Europees niveau is sprake van consolidatie. Met een jaarlijkse groei van circa 10 procent springt technisch textiel er zeer positief uit. Deze sector krijgt impulsen uit milieu en gezondheid, kent veel nieuwkomers en vraagt veel research en development.
Trends
Tot de belangrijkste trends in de textiel- en kledingsector behoren de snelle herstructurering van de interne Europese markt, global sourcing en een vrijwel volledige verplaatsing van de industrie naar lage lonen landen. De nieuwe consument is waarde en tijdbewust, veeleisend, vluchtig en merk- en winkelbewust. Min of meer tegen de stroom in vinden innovaties plaats in vezels, wordt gewerkt aan de toekomstige realisering van mass customization en evolueert het gebruik van ICT. De industrie zal te maken krijgen met schaarste aan grondstoffen, energie en water en met hogere milieueisen.
Rentabiliteit
Waar in 1983 nog circa 61 procent van de productie voor de Nederlandse markt in het buitenland plaatsvond is dat nu opgelopen tot 92 procent. In Duitsland liep dit cijfer op van 41 naar 84 procent en voor België van 24 naar 71 procent, volgens schatting van de heer Scheffer. De rentabiliteit van de detailhandel wordt sterk beïnvloed door de omzetsnelheid. Waar deze bij grote ketens als Inditex-Zara en Hennes en Mauritz ligt op respectievelijk 5,13 en 4,59 procent ligt deze bij Marks & Spencer op slechts 2,30 en bij Benneton zelfs 1,20 procent, met de nodige gevolgen voor de rentabiliteit. In de kledingproductie realiseert Liz Claiborne een omzetsnelheid van 3,87 procent en HdPA SpA nog slechts 1,85 procent. In de textielindustrie liggen de cijfers nog lager. In de mode is sprake van een hogere waarde maar slechte kostenbeheersing, het realiseren van hogere omzetsnelheid lukt maar matig en de winstgevendheid is laag. Bovendien kan de textielindustrie de mode onvoldoende volgen. "Voor de technologie is het daarom noodzakelijk te investeren in procesopvolging, ketenverkorting, beter beheer van productontwikkeling, gebruik van E-commerce in B to B en het gebruik van nieuwe materialen met goede eigenschappen qua functionaliteit en vervaardigbaarheid", aldus Scheffer.
|
 |
|
De textielketen van de toekomst
Drastisch tijdsreductie in time to market onontkoombaar
 |
de heer A. Luiken,
TNO Industrie |
De komende jaren vragen veel logistieke en technologische veranderingen in zowel de textiel- als de confectie-industrie om beter aan de wensen van eindgebruikers tegemoet te komen. Een consumentgerichte productieketen, waarin de tijd tussen ontwerp en verkoop tot slechts enkele dagen wordt gereduceerd vormt daarbij het uitgangspunt. De heer A. Luiken van TNO Textiel in Enschede gaf zijn visie tijdens de Contec Technology Update 2002.
Uitverkoop
Door de lange tijd tussen ontwerp en de levering moeten retailers vaak kleding bestellen zonder te weten wat de klantvoorkeuren zullen zijn op het moment dat deze in de winkel ligt. Daarom wordt enerzijds een groot deel niet of met aanzienlijke korting verkocht, terwijl anderzijds niet aan de vraag naar populaire artikelen kan worden voldaan. Niet in iedere branche gaat dat zo. Auto's bijvoorbeeld worden tegenwoordig nauwelijks nog op voorraad geproduceerd. Pas nadat de consument een keuze heeft gemaakt uit diverse kleuren lak en bekleding, motorvermogen en dergelijke wordt de auto in productie genomen. Heeft de dealer een groot aantal auto's van een bepaald type staan dan verkoopt hij ze vaak met een aanzienlijke korting. Dat is vergelijkbaar met uitverkoop binnen de kledingsector, waar tot dusverre geen andere werkwijze voorhanden was.
Eén week
Nieuwe technologische ontwikkelingen brengen kortere levertijden echter ook voor de textiel- en kledingsector dichterbij. Door middel van de enige jaren geleden door Contec gedemonstreerde mass customization bijvoorbeeld, waar reeds door veel retailers op is ingesprongen. Niet voor de hele branche is dat noodzakelijk, maar wel is het feitelijk gewenst dat tussen bestellen en leveren niet meer dan een week verstrijkt. De eigenlijke productietijd voor bleken, verven of bedrukken en finishen van doek bedraagt vaak minder dan twaalf uur, maar allerlei logistieke handelingen verlengen deze tijd tot tenminste zo'n vijf tot tien dagen. Aan een drastische vernieuwing in de productiewijze van de Europese textielindustrie valt niet te ontkomen. In de afgelopen jaren zijn vele nieuwe technieken ontwikkeld, vooral voor milieuvriendelijker productie. Technologieën moeten met elkaar verbonden worden om tot een totaal vernieuwde procesvoering te komen zodat doeken in één korte behandeling worden gebleekt, gevergd of bedrukt en gefinished. Lukt dat niet dan moet de industrie wel op voorraad produceren en wordt het risico van onverkoopbare voorraad verschoven naar de textielproducent. Ook moet de kledingindustrie zich prepareren op meer snelheid en een lagere kostprijs. Door de ontwikkeling van naairobots bijvoorbeeld en alternatieve verbindingstechnologie, zoals hoogfrequent lassen en verlijmen. Ateliers moeten zijn ingesteld op kleine series, met daarbinnen nog variatie in maten. De logistiek, als grootste bottleneck moet worden aangepast en er zijn vernieuwingen in de retail nodig. Om kleding op maat te laten maken bijvoorbeeld of, in overleg met de klant, variaties in modellen aan te brengen.
|
 |
|
Juiste kleurkeuze van onschatbare waarde
Vaak een bepalende invloed op het beeld van de drager
 |
de heer J. van Eijken,
B2 Image |
Producenten van textiel en kleding professionaliseren om beter tegemoet te kunnen komen aan de wensen van de eindgebruiker. Maar hoe deskundig is degene die consumenten in de winkel adviseert bij de keuze van de kleur van kleding? B2 Image consultants plaatst enige kritische kanttekeningen bij de keuze van veel Nederlanders voor de kleur die past bij hun uiterlijk of functie.
Advisering
Door de textiel- en kledingindustrie wordt veel geld en energie gestoken in het zodanig organiseren van hun productieprocessen, dat snel kan worden ingespeeld op de vraag van de klant. Nederlanders zijn echter volgens de heer Johan van Eijck van B2 Image consultants het slechtst gekleed van heel Europa. Een mogelijke verklaring daarvoor ligt in het calvinistische beeld dat we serieus moeten zijn als we zaken doen en daardoor redelijk saai. Het kan echter vaak leuker wanneer bijvoorbeeld meer aandacht wordt gegeven aan kleuren. Reeds zo'n tachtig jaar bestaat daarvoor de kleurtheorie van Johannes Itten (1888 - 1967), maar in de winkel staan verkopers in de optiek van de heer van Eijck maar wat raak te adviseren. Helaas draagt ongeveer een van de drie personen kleding die hen niet goed past, vaak ondanks het gebruik van bodyscanners. Men dient zich af te vragen wat voor type mens men voor zich heeft, wat voor modellen deze persoon staan en wat voor kleuren. Consumenten worden kritisch en laten zich niets voorschrijven door een groep mensen die vandaag vaststelt wat over twee jaar de modekleuren zijn.
Basiskleuren
Het winkelend publiek dat een modezaak binnenkomt vangt direct signalen op die beslissend zijn voor de vraag of men verder kijkt. Op dezelfde wijze krijgen mensen een eerste indruk van elkaar. Daarbij kan het uiterlijk soms veel belangrijker zijn dan de competenties van een persoon of de functie die hij of zij bekleedt. Lichaamstaal en uiterlijk dragen op passieve wijze bij aan de beoordeling van mensen. Veel mensen kiezen ten onrechte voor donkere kleding. Bij de keuze van kleding dient men echter te letten op de kleur van de haren, ogen en huid van de persoon. Hoe donkerder iemands haren hoe mooier donkere basiskleuren hem of haar staan en hoe lichter de haarkleur hoe mooier lichtere basiskleuren. Van de Nederlanders is ongeveer zestig procent van nature blond en heeft blauwe ogen, waardoor veel meer lichtere kleuren geadviseerd en gedragen zouden moeten worden. Slechts circa 15 procent zou feitelijk in aanmerking komen voor de kleding die met name in de werkomgeving nog domineert. Zowel positief als negatief kan de wisselwerking tussen het uiterlijk van mensen en de kleur van hun kleding zeer groot zijn. Zelfs een gemeende glimlach kan erdoor veranderen in een gemene glimlach'
|
 |
IMB:
nieuw logo voor Europa's grootste vakbeurs
In mei 2003 vindt de wederom de IMB plaats, 's werelds grootste vakbeurs voor de textielverwerkende industrie. Volgens organisator KölnMesse is de belangstelling voor de IMB 2003 zeer groot en zijn alle belangrijke ondernemingen uit exporterende landen volgend jaar met een stand in Keulen aanwezig.
Het evenement voorziet in de informatiebehoefte van de hooggekwalificeerde vakbezoekers uit alle buurlanden met het wereldwijd breedste aanbod aan machines, elektronica, software en productietechnologie voor de productie van kleding en bekledingsmaterialen. Wolfgang Kranz, directielid van KölnMesse: "IMB 2003 is niet alleen 's werelds grootste en meest toonaangevende vakbeurs voor de textielindustrie, maar ook de beurs die met afstand de meeste nationaliteiten telt, zowel onder exposanten als bezoekers.
Nieuwe outfit
IMB heeft zichzelf in een nieuwe outfit gestoken: het logo, de indeling van de hallen en de publiciteitscampagne werden vernieuwd. Het nieuwe logo onderstreept de razendsnelle ontwikkelingen in de branche. Door de nieuwe hallenstructuur beschikt de IMB nu over twee onafhankelijke, gelijkwaardige toegangen in het Keulse beurscomplex, bij hal 10/11 en hal 13/14. Naast de faciliteiten in Congrescentrum Oost zijn daardoor ook de vergaderruimtes bij de ingang van hal 10/11 beschikbaar. Bij de werving van bezoekers schenkt KölnMesse bijzondere aandacht aan de internationale doelgroepen op de gebieden Technisch Textiel en Handel, die laatste omdat zij een steeds actievere rol gaat spelen bij het afstemmen van de productie op de markt.
IMB 2003 vindt plaats van 6 tot en met 10 mei 2003 in het KölnMesse-complex te Keulen. Voor meer informatie kijkt u op www.imb.de. Hier is onder andere een volledige lijst met exposanten te vinden.
|
 |