REPORTAGE 03.02



Innovatie & differentiatie in textiel
Doorbraak RFID lijkt een kwestie van tijd
3D visualisatie wordt volwassen
IMB 2003: innovaties in textiel en kledingsector
Verdere verbetering van digitale toepassingen
















Innovatie & differentiatie in textiel

technisch textiel
Het jaar 2003 staat in het teken van nieuwe materialen. Het ministerie van Economische Zaken besteedde voor het eerst sinds lange tijd een studie aan naar ontwikkelingen in beschermende materialen. Zowel in the Economist als in Newsweek stonden bespiegelingen over nanotechnologie, interactieve kleding en biomimetische weefsels. Op een symposium aan de Katholieke Universiteit Nijmegen presenteerde Philips Medical Systems haar eerste ondergoed voorzien met hartmonitor faciliteiten. Tenslotte is er nieuws op het beurzenfront. Avantex wordt geïntegreerd in Techtextil. De Italianen zetten een nieuwe technische textielbeurs op: Nextex die tegelijkertijd zal plaatsvinden met de garenbeurs FILO. Er wordt zelfs gefluisterd van een alliantie tussen Messe Frankfurt en de Italiaanse beurzen. Tenslotte staat de onderzoeksgemeenschap niet stil. Het zesde kaderprogramma van de EU voor onderzoek en ontwikkeling is geopend en onderzoeksinstellingen en ondernemingen zijn driftig bezig hun voorstellen af te ronden.

Innovatie en differentiatie blijft de crux. De nadruk ligt heel duidelijk op productinnovatie en de potentie van nieuwe materialen. In eerste instantie gaat het dan om nanotechnologie en de daaruit voortvloeiende vezels en oppervlaktes. Het gaat dan om veel lichtere materialen met hoge prestaties. Het gaat bijvoorbeeld om zeer hoge deniers polyamides en polyesters. Het gaat ook om veel fijnere laminaten zoals het zeer fijne polyethyleen membraan Solupor, dat een alternatief vormt voor het zwaardere en minder milieuvriendelijke Goretex. Fijne oppervlaktes maken het ook mogelijk om biologische membranen na te bootsen: zo is het mogelijk om de keratine schild van insecten na te bootsen of de vezelstructuur van lichtgevende sponzen. Dit geeft nieuwe mogelijkheden voor functionele textielen. Nanotechnologie krijgt veel aandacht op nationaal niveau en de Universiteit Twente, maar ook de Katholieke Universiteit Nijmegen, spelen in de ontwikkeling van nieuwe materialen een internationaal toonaangevende rol.

Automatische confectie?
In procestechnologie wordt in Europees verband hard gewerkt aan nieuwe doeksoorten en veredelingsmethodes die tot doorbraken kunnen leiden in het confectieproces. Er is EURATEX veel aan gelegen om een project genaamd 'Leapfrog' van de grond te krijgen, waarin de hoop van doorbraken in confectie is gevestigd. De gedachte hier is dat enerzijds doorbraken in automatische confectie mogelijk zijn, maar ook dat doorbraken in alternatieve bindingsvormen mogelijk zijn, via lassen of verlijmen. Die mogelijkheden kunnen versterkt worden door woven of non woven materialen die daadwerkelijk samen te voegen zijn door middel van lassen en verlijmen. Driedimensionale doelvorming zou ook een basis zijn voor alternatieve bindingsmethodes. Het project 'Leapfrog' ademt een nostalgie naar de Japanse projecten uit de jaren tachtig en is deels op de aanname gebaseerd dat een technologische doorbraak zou leiden tot grote investeringen in productie in West-Europa. Dit project gaat voorbij aan de aversie van de consument tegen alternatieven voor naald en draad en is niet gebaseerd op een goede analyse van de vermogenspositie van de kledingindustrie in Europa, die niet over de middelen en de mensen beschikt om nog in productie te investeren. De focus is op de markt, niet op de productie. Bovendien kan geen enkele innovatie de kloof in kosten tussen ontwikkelde en ontwikkelingslanden dichten.

Herstructurering
Deze gedrevenheid staat in schril contrast met de gezondheid van de sector. In Frankrijk en Duitsland is de koude sanering in volle gang. De Franse wolsector is vrijwel geheel verdwenen. In Duitsland treft de herstructurering zelfs het segment technisch textiel. Spinnkock heeft voor de zomer zijn deuren gesloten. Schoeller (Duren) verplaatst de gehele productie naar Tsjechië. Zelfs Italië ontsnapt niet aan de malaise met een ingrijpende herstructurering in de trotse en ooit onfeilbare katoenspinnerijsector. Alle grote spelers moeten capaciteit terugbrengen en een ware verplaatsingsgolf van spinnerijen en weverijen naar Oost-Europa lijkt op gang te komen. In Spanje en in Portugal is sprake van een rappe omslag in de orderportefeuilles.

Inkooppatronen
De malaise is niet alleen aan de gang in de kledingsector. Ook de interieursector lijdt onder een forse daling van de vraag in de projectsector en een kentering in de bestedingen van huishoudens. Zo is de stemming buitengewoon somber inde Belgische interieurtextiel sector. Men hoopt dat Decosit (gehouden begin september) een kentering brengt. Het gaat daarbij niet om een terugval in de vraag naar interieurstoffen. Het gaat ook om inkooppatronen. Er worden nu al hele bankstellen uit China ingevoerd. Niet voor niets is de zorg dan ook groot ten aanzien van de ontwikkelingen in China. Het feit dat de overheid daar, via het door de staat gecontroleerde banksysteem, zowel lange termijn investeringen als werkkapitaal fourneert tegen gunstige voorwaarden en dat de koers van de Yuan kunstmatig laag wordt gehouden, geeft aan dat er van vrije wereldhandel nog geen sprake is. Aan de vooravond van de WTO top in Cancun worden de messen geslepen.

Aanbod
In Nederland is er vooralsnog een gemengd beeld. In de textielsector weten Ten Cate en Gamma hun positie te verbeteren. Daaruit blijkt dat het kiezen voor technisch textiel loont, maar ook dat de keuze voor marktgeoriënteerd werken en innovatie vruchten afwerpt. In de kledingsector zijn de resultaten somberder, maar ze hebben grotendeels te maken met de moeilijkheden van de grotere spelers om acquisities goed te plegen en te integreren. De debacle van Iduna, de moeilijkheden van Vilenzo, de opdeling van de Secon Group, tonen allen aan dat de weg naar de vorming van multi-merk conglomeraten niet over rozen gaat. Dat staat in schril contrast met Mexx die rond één merk gestaag groeit door middel van eigen winkels en verbreding van het aanbod.

Retail
In de detailhandel staan er noch verschuivingen in het vooruitzicht. Na enkele betere jaren staat KBB/Vendex voor scherpe keuzes waarbij vooral de Vroom en Dreesman warenhuizen het zorgenkind zijn. V&D is de laatste van de traditionele winkelformules die alles voor iedereen wil zijn en legt het af, zowel binnen als buiten de KBB/Vendex groep, tegen de meer gefocuste formules. Daarnaast zet de internationalisering van retail voort. In die slag om de A1 locaties is de balans nog steeds in het voordeel van de gasten. Zara en Mango rukken zichtbaar op, het eveneens Spaanse Tintoretto voldoet ook in een behoefte naar betaalbare en uitgesproken producten. Daartegenover staat vooral de expansie van M&S Mode en de HEMA.

Kortom, het zijn zware tijden en het is niet alleen zaak de continuïteit van de onderneming te bewaken maar ook verder te blijven kijken. Tijdens de recessie gaat de innovatie door. u




Doorbraak RFID lijkt een kwestie van tijd
Ultieme transparantie in supplychaintechnisch mogelijk

RFID is anno 2003 één van de snelst groeiende technologieën voor vergroting van efficiency en rendement van bedrijven. Een tag in artikelen, van colablikje tot regenjas, geeft deze een individuele identiteit binnen de supply chain. Ook in gesloten verpakking kunnen ze worden herkend en gelokaliseerd, waardoor real time informatie uit magazijn of winkelschap beschikbaar komt, compleet met productinformatie. De grote vraag is vooral wie het voortouw gaan nemen in de doorvoering en hoe wordt omgegaan met privacyaspecten.

RFID
RFID staat voor Radio Frequency Identification en maakt gebruik van een minuscule chip, ook wel aangeduid als 'tag' of 'transponder'. Producten waarin deze is aangebracht worden daardoor herkenbaar voor leesapparaten die de goederen binnen de logistiek kunnen identificeren, registreren en tellen. RFID wordt toegepast voor het registreren van goederen in vrachtwagens, schepen, vliegtuigen, loodsen en ook voor rekeningrijden, toegangscontrole, identificatie van huisdieren et cetera. Wasserijen maken gebruik van speciale wasbestendige RFID tags in bedrijfskleding, matten, operatielinnen en dergelijke om ze binnen de kringloop van het hergebruik in beeld te houden. Volgens een recent rapport van de gezaghebbende Venture Development Corporation bedroeg de omzet in hardware voor RFID-gebruik in 2002 80 miljoen dollar en mag een jaarlijkse omzetgroei verwacht worden van circa 38 procent in de periode van 2003 tot en met 2007. Het grootste groeipotentieel wordt verwacht in de supply chain.

Barcode
In tegenstelling tot barcodes behoeven RFID-tags niet zichtbaar gemaakt te worden, maar zenden ze zelf een signaal uit zodra ze in het bereik van een leesapparaat komen. Net als bij de barcode wordt het opgevangen signaal geregistreerd (data capture). Dat maakt het bijvoorbeeld mogelijk dat een kassa direct alle aankopen registreert en factureert wanneer een klant met een winkelwagen langs de kassa loopt. Waar barcodes voor ieder product in een bepaalde verpakking gelijk zijn, krijgt bij RFID ieder individueel product een unieke code mee. Dat heeft overigens tot gevolg dat daardoor meer data verwerkt moet worden dan de huidige netwerken aan kunnen. De data-infrastructuur zou daarom weleens een flinke bottleneck kunnen blijken bij de introductie van RFID. Toch is de verwachting dat de doorbraak van RFID binnen de markt voor consumentenproducten vooral afhangt van de ontwikkeling van betrouwbare, goedkope tags. Als op termijn een prijs van 5 cent mogelijk is wordt deze waarschijnlijk in de vorm van efficiency en controle teruggewonnen.

Lifecycle management
In beginsel kan een product met behulp van RFID-techniek tijdens de gehele levenscyclus worden gevolgd. Voordat bijvoorbeeld een kledingstuk het atelier verlaat wordt het van een tag voorzien met een uniek nummer, dat in een database wordt opgeslagen en waaraan een onbeperkte hoeveelheid gegevens kan worden gekoppeld over de productie, maar ook over de herkomst van de stof, fournituren, verf, laminaten wasvoorschriften et cetera. De gegevens gaan met het artikel mee naar magazijn of winkel. Iedere stap in opslag en vervoer wordt door RFID lezers gesignaleerd (tracking). Steeds is precies bekend waar ieder artikel zich bevindt, zodat men altijd nauwgezet inzicht heeft in de voorraad, zonder de noodzaak van visuele controle, overpakken, tellen et cetera. Wanneer een artikel niet in orde blijkt valt direct na te gaan waar het precies vandaan komt. Wanneer artikelen ontbreken is eveneens direct bekend op welk moment en waar het uit de goederenstroom verdween, hetgeen het risico van diefstal of vermissing uiteraard sterk kan verminderen. Voorwaarde is uiteraard dat door de gehele logistieke keten RFID-techniek voorhanden is. Vooraanstaande leveranciers van apparatuur en labels voor Electronic Article Surveillance (EAS), zoals Checkpoint en Paxar spelen op de te verwachten vraag in en hebben reeds labels ontwikkeld met flexibele RFID-transponders.

RFID in de winkel
Bij een volledige RFID registratie van inkomende en de uitgaande goederen, eventueel aangevuld met registratie per sector binnen het magazijn, worden voorraadbeheer en orderpicking aanzienlijk vereenvoudigd. In één oogopslag is bijvoorbeeld te zien welke artikelen aanvulling behoeven, niet tijdig geleverd worden en dergelijke. Als in de winkel alle goederen bij aankomst en na verkoop of retourzending worden geregistreerd is in principe steeds exact de aanwezige voorraad bekend, verdeeld naar soort, maat, model en wat dies meer zij. Artikelen kunnen daardoor onmiddellijk worden aangevuld. Het beginsel 'het juiste product, in het juiste schap, in de juiste winkel op de juiste tijd' komt daarmee dichterbij. Testen met deze werkwijze in een kledingwinkel van Gap in Atlanta waren veelbelovend. De verkoop sprong omhoog doordat de voorraad populaire items steeds op peil bleef en klanten snel vonden wat ze zochten. Gilette deed een vergelijkbare proef met scheerbenodigdheden. Samen met het bedrijf OAT systems ontwikkelde men een intelligent schapsysteem dat zelf de voorraad bijhoudt en het personeel waarschuwt als aanvulling nodig is. Vergelijkbare pilots lopen bij Kraft en Procter & Gamble. Samen met zo'n 40 technologiepartners heeft de Metro Group in het Duitse Rheinberg een Future store opgezet, waarin technieken als deze eveneens worden getest.

Technisch vernuft
Niet alleen binnen de bevoorrading kunnen de RFID-tags, ter grootte van een zandkorrel, een rol spelen. Zo opende PRADA in december 2001 haar eerste Epicenter Store in New York, ontworpen door de Nederlandse architect Rem Koolhaas. Klanten die een kledingstuk voor een RFID-scanner hangen krijgen op een scherm uitgebreide productinformatie in de vorm van schetsen, catwalk video's en kleurenmonsters en up to date informatie over voorradige maten, kleuren et cetera. En dat is maar een fractie van het technische vernuft in deze winkel. Belangrijk is de vraag wie het voortouw gaat nemen bij de brede doorvoering van RFID-techniek. Een internationale ISO standaard voor open systemen is al vastgelegd op 13.56 MHz. Warenhuisketen Wal Mart heeft al haar leveranciers gevraagd vanaf 2006 al hun pallets en dozen van RFID-tags te voorzien. Al eerder liet kledingmerk Benneton weten voor haar bevoorrading grootschalig RFID-techniek in te zetten. Beide bedrijven herriepen kort daarna hun mededelingen, uit vrees voor acties van groeperingen die opkomen voor de privacy van consumenten, maar gingen door.

Privacy
Ook de RFID medaille heeft namelijk zijn keerzijde. De meest belichte keerzijde is vooralsnog die van de privacy. Consumentengroepen, zoals CASPIAN en in Nederland Bits for Freedom, keren zich tegen technische hulpmiddelen, zoals klantenkaarten en RFID-tags waarmee privacygevoelige informatie kan worden verzameld. Klantenkaarten kunnen gebruikt worden om per klant omzetten per product te traceren. De omzet van degene die door de eerder genoemde scankassa loopt kan via de combinatie met bankpas of creditcard aan de persoon worden gekoppeld. Niet iedereen is blij met dit 'Big Brother' effect.
Met een scanner zouden bedrijven bezoekers kunnen herkennen aan de hand van tags in hun kleding. De oplossing kondigt zich wellicht al aan in de vorm van een bij RSA Security in ontwikkeling zijnde 'blocker tag', die andere tags onleesbaar moet maken. Een andere oplossing is het onklaar maken van de tag voordat een product de winkel verlaat. Dat laatste zou bijzonder jammer zijn omdat daarmee ook zeer nuttige informatie verloren gaat. De herkomst van producten bijvoorbeeld voor het opsporen van gebreken of merkechtheid. Maar ook bijvoorbeeld gebruiksinformatie over onderhoud, zoals wasvoorschriften. Zelfs is het denkbaar dat de garderobe van een schouwburg of zwembad, bewaarde kleding registreert. Het Italiaanse Merloni ontwikkelde al een wasmachine, die aan de hand van de RFID-informatie zijn wasprogramma vaststelt en zélfs even waarschuwt wanneer er een stukje bont tussen de witte was zit.




3D visualisatie wordt volwassen
Besparing op time to market

Door verkorting van de time-to-market probeert de kledingbranche optimaal aansluiting te houden bij de voorkeuren van de consument. 3D visualisatie vervangt desgewenst de monstercollectie in de ontwerp- en de verkoopfase.
De beelden kunnen zowel gegenereerd worden uit data van de bodyscanner als uit ontwerppatronen en kunnen steeds realistischer worden weergegeven op de PC, het internet of foto's.

CAD modelling
Systemen voor Computer Aided Design nemen de route van schetsblok naar snijtafel over en reduceren daarmee aanzienlijk het tijdsbeslag vóór de productie. De nieuwste CAD/CAM oplossingen die tijdens de IMB 2003 werden gedemonstreerd, tonen aan dat er nog veel meer tijdwinst mogelijk is in dit voorbereidende traject. Bijvoorbeeld door al in het ontwerpstadium schetsen en patronen 3 dimensionaal weer te geven, ter vervanging van de tijdrovende monsterproductie.

Virtueel model
De techniek voor bodyscanning wint snel aan volwassenheid, en dat geldt ook voor de manier waarop de daarmee verzamelde data vervolgens wordt gebruikt. Zo maakt FitNet van Lectra daarmee een 3D virtuele dubbel van de gescande persoon, die op het beeldscherm wordt geprojecteerd om te dienen als basis voor het mass customization concept. De meetgegevens worden gebruikt om met behulp van het programma Modaris de 3 dimensionale beelden om te zetten in 2 dimensionale patronen. In deze toepassing wordt de lichaamsscan als basis voor de 3D weergave gebruikt, maar bij confectie gebeurt het doorgaans net andersom. Daar wordt een 2D patroon ontworpen dat vervolgens in 3D wordt gevisualiseerd. Een goed voorbeeld daarvan vormt de 3D Fashion Builder van Investronica, die bidimensionale (2D) ontwerpmethoden combineert met tridimensionale (3D) en met virtuele display techniek. Reeds in de ontwerpfase kunnen 3D beelden met het programma Body Garment vanuit iedere gewenste richting worden bekeken, hetgeen meer intuïtief ontwerpen mogelijk maakt. Uiteindelijk vindt ook hier het ontwerp uiteindelijk zijn weerslag in 2D patronen. Min of meer vergelijkbaar is het drapingprogramma AccuMark APDS-3D van Gerber.

Texture mapping
Op het virtuele model bestaan vele varianten. Onder andere is het alweer enige tijd mogelijk om op een twee- of driedimensionaal beeld de textuur te projecteren van verschillende stoffen. Daarmee kan men al in de ontwerpfase zien hoe kleding eruitziet bij gebruik van bepaalde materialen, kleuren en patronen, eventueel inclusief lichtval. Voorbeelden van "texture mapping" zijn Lectra Catalog en toepassingen van Nedgraphics voor kleding, meubelbekleding, tapijten et cetera. Vanzelfsprekend biedt dit niet alleen veel mogelijkheden voor kledingontwerpers, maar ook voor de ontwerpers van weefsels, breisels en bedrukkingen. Lectra maakt er bijvoorbeeld gebruik van in pakketten als ProStyle, ColorJacquard, ColorWeave U4ia en PrimaVision. Soms worden echter structuren en designs ook afgedrukt op textiel om daaruit vervolgens snel een realistisch prototype van kleding te naaien.

Fotorealistisch
Ongetwijfeld heeft de toegenomen rekenkracht van computers veel bijgedragen aan de mogelijkheden om beelden in 3D weer te geven en ook technisch gezien worden grote stappen vooruit gemaakt. Naast research en development door de industrie houdt ook de wetenschap zich er mee bezig. Het interdisciplinaire Miralab project van de Universiteit van Genève bijvoorbeeld, dat technieken ontwikkelt voor kleding en haarsimulaties. Daarom mag verwacht worden dat 3D technieken de komende jaren gemeengoed worden en een nog belangrijkere rol zullen spelen, zowel tijdens het ontwerpen als bij de presentatie naar inkopers en zelfs consumenten. In de toekomst zal het mogelijk zijn om met behulp van bodyscanners of ontwerpcomputers fotorealistische 3D animaties en foto's te genereren die nauwelijks nog van echt te onderscheiden zijn en gebruikt kunnen worden in folders, op internet et cetera. Dat bespaart geld voor monsterproductie, maar vooral veel tijd. Want die is nog het meest kostbaar bij de productie van actuele mode.




IMB 2003: innovaties in textiel en kledingsector
Voornaamste ontwikkelingen in ontwerp en productieaansturing

stand Thermopatch

stand General Computers

stand Gerber Technology

Cutter Goliath 500 van Gerber

modeshow van Lectra
De organisatoren van de beurs IMB 2003 in Keulen spraken van een succesvol evenement en waren optimistisch over het aantal bezoekers, hoewel dit toch 17 procent lager lag dan in 2000. Steeds duidelijker wordt de scheiding zichtbaar tussen de ontwikkeling van nieuwe producten in West-Europa en de productie elders in de wereld. High-tech oplossingen ondersteunen de ontwerpfase en de productieaansturing, maar ook binnen de feitelijke productie neemt de automatisering toe.

Trend
Met een aantal van 24.000 geregistreerde bezoekers bleef de IMB 2003 circa 17 procent achter op de vorige editie in 2000. Volgens de organisatoren was dit deels toe te schrijven aan de ontwikkelingen in de bedrijfstak en deels aan angst voor de ziekte SARS. Met name Chinese bezoekers lieten het wat afweten, maar daar stond een duidelijk stijgend aantal bezoekers uit Oost-Europa,Noord-Afrika, het Midden Oosten en de regio rond India en Pakistan tegenover.Een beeld dus dat illustratief is voor de verplaatsing van de productie naar lage lonen landen. Verwacht moet worden dat het wegvallen van handelsbelemmeringen in 2005 deze trend nog verder zal versterken. De afname van traditionele apparatuur, zoals naaimachines en grondstoffen zoals naaigarens, zal in ons deel van de wereld dan ook steeds verder afnemen. Te zien was dat de grote aanbieders in deze segmenten, zoals Dürkopp Adler en Coats hun verkoop- en serviceactiviteiten verleggen naar Azië, Oost Europa en het mediterrane gebied. Met name in Azië moeten ze het opnemen tegen daar reeds lang gevestigde, betrouwbare merken zoals Juki, Yamamoto en Schips, die ook inmiddels wereldwijd hun vleugels uitslaan om productielocaties te automatiseren.

High tech
De productie in lage lonen landen is vaak zo goedkoop dat het verschil niet kan worden overbrugd door het inzetten van high tech productiemiddelen. De hoog geïndustrialiseerde landen richten zich vooral op automatisering van de productontwikkeling hier en de aansturing van de feitelijke productie elders. Een belangrijke rol speelt daarbij de toenemende snelheid waarmee de detailhandel haar collecties wisselt. Daardoor is er weinig tijd voor ontwerp, het maken van monsters en sales forecasting. IT-aanbieders als Lectra, Runtime en A3 Forecast toonden op de IMB hun nieuwste oplossingen om ook onder tijdsdruk effectief te kunnen werken. Ten opzichte van de IMB 2000 was een grote progressie zichtbaar in de integratie tussen enerzijds (CAD)systemen voor het ontwerpen van producten en communicatie daarover met de productielocaties en anderzijds systemen voor Product Data Management. Er is daardoor veel meer samenhang ontstaan tussen de diverse aspecten van de productie, ongeacht of het gaat over kostprijsberekeningen, toezicht op de sourcing of communicatie over bijvoorbeeld schetsen, snijplannen, kleuren of dessins. De integratie vindt plaats door uitbreiding van de CAD-software of door uitwisseling van data met ERP-programmas's zoals SAP of Navision. Ook A3 maakt voor sales forecasting gebruik van data uit deze meer generieke ERP software. Overigens werd eerder dit jaar bekend dat SAP en de warenhuis- en mailordergroep KarstadtQuelle samen een systeem gaan ontwikkelen voor forecasting en bevoorrading.

Private label
Grotere winkelketens investeerden tot dusverre vooral in IT-oplossingen om hen te helpen de vraag van hun klanten te begrijpen. Maar voor hun private labels doen ze rechtstreeks zaken met producenten, waardoor ook zij belang hebben bij goede oplossingen voor het aansturen van productie. Daarmee wordt een betere marge gerealiseerd en de kwaliteit in eigen hand gehouden. Ook hier speelt tijdsbesparing een rol. Wie de productie zélf aanstuurt verliest geen tijd meer aan coördinatie en de uitwisseling van documenten et cetera met de tussenhandel. Directe aansturing vermindert de kans op fouten, vergroot de transparantie van de supplychain en verlaagt de kosten. Diverse vooruitstrevende retailers, die voor hun private labels wereldwijd inkopen, produceren en distribueren, investeerden daarom de afgelopen jaren in oplossingen om productietijd te verbeteren, voorraden beter te beheren en doorlopend inzicht te houden in de productie.

Mass customization
De hype mag dan voorbij zijn, tóch speelt internet een steeds belangrijkere rol in de communicatie rond de productie en distributie van goederen. Alle vooraanstaande leveranciers bieden dan ook internetgerelateerde oplossingen aan. Veel aandacht van de productontwikkelaars gaat daarbij nog steeds naar de verdere ontwikkeling van concepten voor mass customization, variërend van de ontwikkeling van flexibele naaimachines voor voortdurende aanpassing aan wisselende materialen tot de verdere verfijning van reeds bestaande made to measure oplossingen. Zo is bodyscanning inmiddels een volwassen fenomeen geworden dat, naast de individuele productie, ook grootschalig wordt ingezet voor zaken als de verfijning van (Europese) matenstelsels. Binnen de nieuwste versies van made to measure concepten worden gegevens uit de scanner nu ook gebruikt als basis voor het visualiseren van personen en kledingontwerpen op een beeldscherm. Lectra Catalog maakt het mogelijk om nieuwe ontwerpen in verschillende combinaties van kleuren en materialen op het scherm weer te geven.

Online service
Betere technische mogelijkheden verhogen efficiency en productiviteit, maar stellen steeds hogere eisen aan de gebruikers ervan. Wie zich vertrouwd wil maken met het gebruik van de nieuwste CAD/CAM oplossingen bijvoorbeeld zal daarvoor goed moeten worden opgeleid en zich voortdurend op de hoogte moeten stellen van nieuwe ontwikkelingen, vooral bij het verschijnen van updates. Dat geldt in het bijzonder voor degenen die echt het maximale willen halen uit de hen ter beschikking staande technische middelen. Daarom bieden de leveranciers van moderne oplossingen ook steeds meer cursussen aan en desgewenst online ondersteuning. Maar ook diverse andere vormen van service worden online aangeboden. Het bestellen van onderdelen bijvoorbeeld en de mogelijkheid snijpatronen online te laten (her)berekenen om extra stof te besparen.




Verdere verbetering van digitale toepassingen
Verkorting van productietijd belangrijk item van de IMB 2003

Zoals te verwachten bracht de IMB 2003 opnieuw vele noviteiten. Een groot deel daarvan borduurde voort op eerder doorgevoerde concepten, waarin onder andere digitalisering en internettoepassingen een belangrijke rol speelden. Contec Update zet op deze pagina's de ontwikkelingen bij een aantal van de belangrijkste exposanten op een rijtje.

A3 software
stand A3 Forecast Solutions BV

stand Leiden Special Machinery

stand van Checkpoint Meto

stand Ten Cate Permess

stand van RunTime
Om in de hedendaagse markt overeind te blijven dienen zowel leveranciers als producenten zo dicht mogelijk bij die markt te opereren. Een goede prognose van de te verwachten vraag naar een bepaald model en kleur zal ertoe bijdragen dat bedrijven enerzijds voldoende produceren of inkopen om optimaal aan de vraag te voldoen, en anderzijds geen onverkoopbare voorraad overhouden. A3 forecasting software is steeds beter in staat om uit een combinatie van koopgedrag analyse, verkoophistorie en trendanalyse een kwalitatief goede voorspelling te maken op het niveau van model en kleur voor de nieuwe collectie. Door het hoge tempo van nieuwe collecties worden bedrijven gedwongen steeds vroeger stoffen en capaciteiten in te kopen, zelfs voordat er orders binnen zijn. De nieuwste generatie software van A3 biedt bedrijven een instrument om ook in die fase reeds een prognose te maken.

Pebblestone information systems
Pebblestone Fashion® is een totaaloplossing die alle functies van uw bedrijfsvoeringvoor fashionbedrijven die alle bedrijfsprocessen naadloos integreert. Dit geldt voor alle typen bedrijven in de fashionbranche; dat wil zeggen (kop-staart)productie bedrijven, groothandels en winkelketens in kleding, schoenen, sporting goods en accessoires. Dankzij de Pebblestone Fashion® is modulaire opgebouw dus is Pebblestone Fashion® geschikt voor zowel grote en als kleinere bedrijvenondernemingen.kleine bedrijven. Het en ondersteunt het door deze techniek de groei van uw bedrijf bedrijvenen maakt de informatie snel en gemakkelijk toegankelijk. Pebblestone Fashion® is gebaseerd op Microsoft® Business Solutions-Navision® (voorheen Navision Attain). Navision is sinds 2002 onderdeel van de divisie Business Solutions van Microsoft®, 's werelds grootste speler in de automatiseringsmarkt. Pebblestone ziet deze verandering als een maximale garantie voor de kwaliteit en continuïteit van Microsoft® Business Solutions-Navision®, dus ook voor gebruikers van Pebblestone Fashion®.Als vervolg op de productiemodule die Pebblestone reeds heeft ontwikkeld, wordt nu de retailmodule ontwikkeld. Pebblestone is hiermee de enige leverancier die een totaal geïntegreerde ERP oplossing heeft voor alle typen bedrijven in de fashionbranche. Onder de diverse grote namen die gebruik maken van Pebblestone Fashion, hebben zich recentelijk ook Oilily en Claudia Sträter geschaard.

Ten Cate Permess
Dit bedrijf, met hoofdvestiging in het Nederlandse Goor, greep de IMB 2003 aan voor de brede introductie van Dynamic Dot®, een nieuw coating concept voor tussenvoeringen. Dit gepatenteerde concept is gebaseerd op een polymeer met drie componenten met ieder een specifiek smeltpunt en zorgt voor een beter smeltresultaat. Dynamic Dot® zorgt onder andere voor een betere hechting en is geschikt voor zeer uiteenlopende kledingmaterialen, waardoor minder aanpassingen van machines nodig zijn. Tijdens de IMB introduceerde Ten Cate Permess ook een hoogwaardige oplossing voor overhemden en blouses. De heer Evert Jan Berenpas, Managing Director van het bedrijf met een wereldwijd netwerk, sprak dan ook over een belangrijke doorbraak, die op de IMB veel aandacht trok.

RunTime
Nog meer dan Quest Product Data Management (PDM) richt de nieuwe generatie Quest Product Lifecycle Management (PLM) software zich op oplossingen voor productieverloop en -samenwerking. RunTime producten kunnen dankzij de Quest Integration software geïntegreerd worden met veelgebruikte ERP pakketten zoals S21 Style, Navision, SAP, Exact, Movex, et cetera, waardoor extra invoer met kans op fouten tot het verleden behoort. Tijdens de IMB 2003 toonde RunTime uitgebreid haar nieuwste producten. Naast genoemd pakket Quest PLM waren dat Quest eCollaboration voor interactieve samenwerking tussen producent, leverancier en klant, Quest Merchandiser voor visuele verkooppromotie en het plannen van de winkelindeling, StyleTime Pro en Color Time designsystemen, SellIT Onsite en SellIT Ecommerce voor automatisering van de verkoopafdeling en voor e-commerce. Het nieuwe programma Quest PDF Print Server helpt de meest actuele gegevens te printen, waarbij gebruikers real time product informatie kunnen benaderen zonder dat zij deze kunnen wijzigen.

Lectra
Dankzij een mix van fraaie modeshows en innovatieve producten trok de stand van Lectra voortdurend vele bezoekers. Highlights van het bedrijf, dat in 2003 zijn 30-jarige bestaan viert, waren onder andere de nieuwe versie van het patroonprogramma Diamino (die een nog grotere materiaalbesparing realiseert dan eerdere versies) en de nieuwste versie van Optiplan (verbetert ook de prestaties op de snijzaal). Dit laatste programma voorziet onder andere in een vorm van voorraadbeheer en houdt bij de planning van het snijden rekening met de beschikbaarheid van ruwe materialen. Voor de ontwerpafdeling werden de nieuwste versies getoond van ProStyle, ColorJaquard, ColorWeave, U4ia en PrimaVision. Dagelijkse activiteiten als het scannen, transformeren en in nieuwe ontwerpen arrangeren van motieven zijn vereenvoudigd en ook zijn de mogelijkheden voor prototyping en digitaal printen verder verbeterd. Lectra blijft trouw aan de reeds vroeg ingezette koers naar mass customization. Het programma FitNet maakt het mogelijk om door een bodyscanner verzamelde maatgegevens te verwerken, deze weer te geven in een 3D silhouet en met de ordergegevens via datatransmissie door te geven aan een productielocatie. De gegevens uit FitNet worden door Modaris software gebruikt om een vlak ontwerp te maken, waarna patronen gemaakt kunnen worden met Diamino. Voor het snijden levert Lectra snijmachines zoals ProSpin of TopSpin.

Gerber
Middels een multimedia presentatie onder het motto "Helping you compete in a changing world" gaf Gerber tijdens de IMB 2003 een beeld van de vier belangrijkste gebieden waarvoor men oplossingen heeft ontwikkeld: ontwerp en ontwikkeling, product lifecycle management, Cadsystemen en de productie, waaronder het automatisch spreiden en snijden. Wat lifecycle management betreft werd WebPDM" 4.0 ontwikkeld, met diverse verbeteringen, waaronder grotere browserfunctionaliteit, de mogelijkheid om Macintosh platforms te ondersteunen, verbeterde zoekfunctionaliteit en eenvoudigere integratie met andere systemen. AccuMark" 8.0 is de nieuwste versie van het programma voor het patroonontwikkeling. Het draagt bij aan verbetering van productiviteit, vereenvoudigt dataconversie en verbetert de betrouwbaarheid van gegevens in netwerken. Gerber demonstreerde ook de versie 6.0 van NESTERserver". In de Gerber Suite is nu ook het designsysteem Vision® Fashion Studio van NedGraphics opgenomen, hetgeen een aanzienlijke verbetering betekent ten opzichte van voorganger Artworks Studio™. Uiteraard waren op de stand van Gerber ook diverse van haar snijsystemen te zien, zoals de GT7250 high-ply cutter, de versatile GTxL cutter met het InVision plaid/stripe matching systeem, de DCS 2500 single-ply cutter met het InfoMark labeling systeem en een Imaje inkjet printingsysteem. Imaje print informatie voor identificatie direct op de gesneden onderdelen, inclusief barcodes. Voor het eerst demonstreerde Gerber haar InfoMark labeling systeem, dat is geïntegreerd met haar GERBERspreader geautomatiseerd spreading systeem.

Assyst/Bullmer
stand van Assyst Bullmer
Voor de textielverwerkende industrie biedt Assyst/Bulmer een internetdienst voor het genereren van snijpatronen aan. Sinds begin 2001 werden daarmee al meer dan 15 miljoen patroondelen gemaakt. Wie een demonstratie wil zien kan terecht op de website automarker.com. De dienst is 7 dagen per week 24 uur per dag beschikbaar voor de gebruikers van Accumark. Met het Smart.pattern zet Assyst/Bullmer naar eigen zeggen een grote toekomstgeoriënteerde stap in de ontwikkeling van CAD software, die een nieuwe werkwijze inluidt voor CAD systemen in de kledingindustrie. Door tijdrovende en gecompliceerde stappen te vereenvoudigen kan circa 20 tot 80 procent werk bespaard worden. Tenslotte introduceerde het bedrijf onder het motto "voordeliger en beter" de nieuwe Turbocut S 2501 cutter met als voornaamste noviteiten de extreem lichte Turbobrug. Dit is een zeer lichte, maar krachtige snijkop en een nieuwe hoogfrequente mesaandrijving. De snijsnelheid kan oplopen tot 90 meter per minuut.

Telmat
Vooraanstaande ontwikkelaars en leveranciers van made to measure systemen, zoals Gerber, Investronica en Assyst-Bullmer werken voor bodyscanning samen met Telmat Industrie. Op de beurs IMB introduceerde Telmat het systeem Symcad Optifit Pro voor automatische 3D bodyscanning met gestructureerd natuurlijk licht. Door de grote snelheid waarmee de scanner de maat neemt is deze ongevoelig voor beweging van de te meten persoon. De scanner opent de weg naar velerlei toepassingen, met naast lichaamsmeting ook het snel genereren van prototypes, virtuele inkoop, made to measure, statistiek et cetera. Als onderdeel van het Symcad Optifit systeem ontwikkelde Telmat een chipcard waarop de persoonlijke gegevens van een gescande persoon kunnen worden opgeslagen.

Coats Opti
de heer Leenders van Coats Opti
Met 22 procent aandeel in de wereldmarkt van garens en met vestigingen in 66 landen ontwikkelde Coats Opti zich tot een wereldspeler, met de mogelijkheden van dien. Het bedrijf heeft zijn aandachtsgebieden uitgebreid en bedient naast kledingfabrikanten en de markt voor borduurgarens ook fabrikanten van schoenen, matrassen, tenten, meubels, filters en talloze andere producten. Daarvoor levert Coats Opti een grote verscheidenheid aan garens, die met zorg en deskundigheid zijn afgestemd op het specifieke gebruik. De beurs IMB 2003 voldeed qua bezoekersaantallen misschien niet geheel aan de verwachtingen, maar bleek voor Coats Opti een uitstekende gelegenheid om veel van haar afnemers te ontmoeten. Meer dan ooit was de stand een ontmoetingspunt van relaties uit alle werelddelen. Daardoor ontstond de mogelijkheid om vooral datgene te doen waar Coats Opti het sterkst in is: het aandragen van specifieke oplossingen voor lokale markten. Want daar draait het om naar de mening van de heer J. Leenders: 'Op de lokale markt, dicht bij de needlepoint moet het gebeuren'.

Texopaper BV
stand Texopaper
Texopaper BV in Waddinxveen is Europa's grootste exporteur van papier voor de kleding- meubel- en automotive-industrie. Het bedrijf levert papier en HDPE films voor CAD/CAM systemen via een netwerk van distributeurs die snel kunnen leveren vanuit hun lokale voorraden. De afgelopen jaren heeft Texopaper enkele belangrijke uitbreidingen ondergaan. In Nederland werd al in 2000 de bekende collega Lewenstein BV overgenomen en in Duitsland Mika en Wopus. In 2002 werd daarom een Duitse vestiging geopend in Sulzbach, tussen Frankfurt en Würzburg. Doordat Texopaper tijdig is ingesprongen op de productieverplaatsingen ontwikkelt het bedrijf zich nog steeds succesvol en beschikt het ook over vestigingen dichtbij de productielocaties in Europa, Afrika en het Midden-Oosten.

Gütermann
'One world one quality' is de nieuwe slogan van garenfabrikant Gütermann. Het bedrijf wil daarmee aangeven dat afnemers wereldwijd kunnen rekenen op een constante kwaliteit van haar producten. Daarom greep het bedrijf de beurs IMB 2003 aan om een nieuwe website te lanceren met informatie over haar producten. Gütermann ziet informatie-uitwisseling in de toekomst als een van haar belangrijkste bestanddelen. Gütermann introduceerde ook een programma, waarmee bedrijven uit haar assortiment voor diverse toepassingen de meeste geschikte garens kunnen selecteren. Ook helpt het programma bij het begroten van de benodigde hoeveelheid.

Dürkopp Adler
Tot de highlights op de IMB stand van Dürkopp Adler behoorden enige nieuwe machines voor het maken van knoopgaten, modellen 559 en 589. Laatstgenoemde machine is geschikt voor het maken van knoopgaten in verscheidene vormen en lengtes, zonder tijdrovende wisseling van mes of snijblok. Met het nieuwe model 599 zet het bedrijf een nieuwe standaard door toepassing van zowel kinetische technieken als CNC besturing. Andere nieuwe producten waren de naaimachines modellen class 271, 510, class 540, 745 en 745F. Dürkopp Fördertechnik demonstreerde haar 'Direct It' systeem, met een sorteercapaciteit van 9.000 delen per uur.

Polygraphic
Polygraphic is de nieuwe naam voor het voormalige bedrijf Polymark Emblemen uit Nieuwegein. Deze leverancier van emblemen voor de meest uiteenlopende soorten werkkleding heeft nu ook een vestiging in Duitsland, onder leiding van exportmanager Peter Bloksma. De omzetten bij onze oosterburen vertonen een gestaag stijgende lijn, dankzij het draagcomfort en de souplesse van de logo's, die van een speciale lijmlaag zijn voorzien waardoor de natuurlijke stretch van zowel de ondergrond als het sealproduct zelf optimaal blijven. Net als de kleuren van de emblemen blijft ook deze soepelheid bij zware industriële bewassing en chemisch reinigen bewaard. Naast emblemen levert Polygraphic ook de techniek om deze te bevestigen. Door met een minimale voorraad op zoveel mogelijk soorten ondergrond te kunnen sealen hoeft de klant geen grote voorraden logo's aan te houden. Bovendien zijn de logo's ook door minder ervaren personeel gemakkelijk aan te brengen.

Hohenstein
stand Hohenstein
Het gerenommeerde instituut Hohenstein presenteerde haar kernactiviteiten onderzoek, ontwikkeling, kennistransfer en praktijk tijdens de IMB met een eigen stand. Zoals het een vooruitstrevend instituut betaamt werd daarbij de nodige aandacht geschonken aan toekomstige ontwikkelingen. Directeur Dr. Stefan Macheels verwacht in het begin van deze eeuw een stoomversnelling in de ontwikkeling van textielinnovaties, die in alle aspecten van het leven merkbaar zal zijn. Onder andere intelligente textielsoorten die op hun omgeving reageren. De laatste jaren is er reeds sprake van ontwikkelingen die zonder precedent zijn. De heer Macheels rekent daaronder ook de nieuwe technieken voor bodyscanning, verbetering van de fysiologie en beschermende eigenschappen van werkkleding voor het reinigen van textiel met CO2. Op de diverse gebieden levert ook Hohenstein haar aandeel. Veel vooraanstaande producenten van textiel en daaraan gerelateerde producten doen dan ook regelmatig een beroep op de expertise van Hohenstein.